4. Verslag van de vergadering van 9 juni 2005
7. Rol gebiedscommissie bij peilbeluiten
De voorzitter opent de derde vergadering van de gebiedscommissie, doet mededeling van de afmeldingen en ziet terug op het excursieprogramma, dat letterlijk in het water is gevallen. Omdat het programma de moeite waard is wil hij dit nogmaals op de agenda zetten.
Omdat er geen belangstellenden uit het gebied bij de vergadering zijn, wordt dit agendapunt gepasseerd.
De agenda wordt vastgesteld.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van het verslag komen de volgende onderwerpen aan de orde.
Er wordt een notitie uitgereikt van hoofd belastingen, waarin wordt uitgelegd dat Rijnlands rol voor wat betreft WOZ waarden volgend is aan die van gemeenten.
Rijnland is in de zomer gestart met het verwijderen van de grote waternavel vanwege de bijzondere omstandigheid dat het hier om een exoot gaat die welig tiert en de aanpak ervan grondig ter hand dient te worden genomen. Intussen gaat het om grote hoeveelheden waardoor met de beschikbare middelen het probleem niet direct het hoofd geboden kan worden.
De heer De Meijer vraagt om een principe uitspraak wie in dit geval probleemhouder is en welke lijn Rijnland vanuit de beheerszorg hanteert. Hij vindt het van belang de problematiek wat breder te trekken en ook te bezien vanuit de baggerproblematiek (meebaggeren zijsloten met hoofdwatergangen).
De voorzitter zegt dat vooralsnog ingezet wordt op directe aanpak en dus korte termijn oplossing van het probleem. De discussie over structurele onderhoudsaangelegenheden hoort zijns inziens thuis in de discussie over overname van onderhoud van watersystemen.
Voor de uitvoering van werkzaamheden t.b.v. de Landinrichting Leidschendam komt een kredietaanvraag naar de AV. Belangrijk punt voor Rijnland binnen dit project is de waterbergingslocatie Nieuwe Driemanspolder.
Voor het peilbesluit De Noordplas is een informatiebijeenkomst geweest voor belangstellenden. Nog niet duidelijk is welke richting het opgaat met de nieuwe peilen.
Het Waterpact Boskoop komt binnenkort tot stand.
Bij de ontwikkeling van de bouwlocatie Valkenburg wordt Rijnland betrokken.
Bij de Verdichting Rijnzone speelt het probleem van de waterberging een rol.
Het peilbesluit Reeuwijk is goedgekeurd. Er worden thans inrichtingsvoorstellen ontwikkeld. Deze plannen komen moeizaam tot stand omdat medewerking van particulieren nodig is.
Voor de inrichting van de polder Middelburg-Tempel komen nieuwe uitgangspunten in beeld. Deze zullen aan de AV gepresenteerd worden.
Er zijn plannen in ontwikkeling om een van de Reeuwijkse plassen te isoleren om de waterkwaliteit te doen verbeteren.
Kadeverbeteringswerkzaamheden vinden plaats langs de Grote Westeinndse polder (1km) en de Duivenvoordse-Veenzijdse polder (2km).
In de laatste polder is de voorbereiding van het baggereren van de Veenwatering ter hand genomen.
Gebleken is dat de waterkering langs de Oostboezem in Gouda instabiel is. In 2006 zullen verbeteringswerkzaamheden plaatsvinden.
Er is circa 160 km waterkering geïnspecteerd. Kleine verzakkingen, lekkages enz. worden direct aangepakt.
In Zoetermeer en in de polder Middelbur-Tempel worden baggerwerken uitgevoerd.
Het verwijderen van grote waternavel legt een groot beslag op de capaciteit van het district.
Er wordt gewerkt aan het vervangen van vijf (relatief kleine) poldergemalen.
De voorbereidingen voor het vervangen van de centraalpost (aansturing gemalen) zijn in volle gang.
Bij twee grotere gemalen worden de olietanks vervangen.
Het nieuwe gemaal Zaanse Rietveld is in aanbouw.
Uitgereikt wordt een notitie, afkomstig van het team peilbesluiten van de afdeling Planvorming.
De notitie geeft aanleiding tot een discussie. Diverse leden zien in de notitie de meerwaarde van de gebiedscommissie, namelijk als adviesorgaan van het college, niet vertaald. Afgesproken wordt dat maatgevend is hetgeen in het eerste verslag over dit onderwerp is opgenomen.
Het doel van de gebiedscommissie is vooral om de inbreng vanuit de verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. Het product daarvan wordt als een mening of advies uitgebracht aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden. De meerwaarde daarvan voor Rijnland is dat de besluitvormingsprocessen worden ondersteund.
De rol van de commissie is die van intermediair tussen de burgers uit het gebied en het college van dijkgraaf en hoogheemraden.
De commissieleden zijn representanten van hun achterban. De contacten met de achterban lopen via de individuele leden (en dus niet via de commissie). Met deze structuur wordt beoogd dat de commissie niet als spreekbuis gaat functioneren van belanghebbenden. Dat staat niet in de weg dat de commissievergaderingen een openbaar karakter hebben en belangstellenden gebruik kunnen maken van het inspreekrecht. De commissie neemt kennis van wat daarbij naar voren is gebracht en betrekt dat in haar oordeelsvorming.
De werkwijze van de commissie past in de door de Algemene Vergadering gekozen structuur. Daardoor wordt gewaarborgd dat er geen extra bestuurslaag in Rijnland wordt gevormd. In de werkwijze wordt het primaire besluitvormingsproces centraal gesteld. Dat betekent dat het commissiewerk dat primaire proces ondersteunt en voorkomen wordt dat er een vertragende factor optreedt.
Gelet op het doel van de commissie staan in de werkwijze verder voorop, naast de al genoemde representatie van de achterban, informatieverwerving vanuit verschillende bronnen, onderlinge communicatie en oordeelsvorming.
Nadat de commissie haar mening heeft geformuleerd, wordt deze schriftelijk vastgelegd en aan het college kenbaar gemaakt.
De voorzitter stelt vervolgens dat dit voor alle gebiedscommissies gelijk dient te zijn.
De heer Sanders vraagt gebiedskaarten beschikbaar te stellen. Hoofd DZU zegt dat deze in de maak zijn.
De heer Van der Smit vraagt naar de stand van zaken rond de waterinlaat Broekvelden/Vettenbroek. De secretaris zal navraag doen bij de betrokken afdeling.
De heer Van der Smit waarschuwt dat het realiseren van 50 cm waterdiepte, zoals in het WBP verwoord, in de MT-polder vernietigende uitwerking kan hebben op de bodemstructuur. Hij vraagt om voorzichtigheid bij de baggerschouw.
Mevrouw Rosendal zegt uiting te willen geven aan haar twijfel of de gebiedscommissie wel voldoende bestaansrecht heeft. De voorzitter zegt dat dit onderwerp meegenomen zal worden in de doelmatigheidsdiscussie zoals deze organisatiebreed wordt ingezet.
Onder dankzegging voor ieders inbreng sluit de voorzitter de bijeenkomst om 21.35 uur
