Locatie: Hotel Golden Tulip, Stationsplein 2 te Alphen aan den Rijn.
4. Verslag vergadering d.d. 21 juni 2007
5. Stand van zaken Nieuwe Driemanspolder
6. Stedelijk waterplan Alphen a/d Rijn
9. Inventarisatie agendapunten volgende vergadering
De voorzitter opent de vergadering van de gebiedscommissie en doet mededeling van de afmelding van de heer Laban.
Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt.
De agenda wordt vastgesteld
Het verslag wordt, onder dankzegging aan de opsteller, ongewijzigd vastgesteld..
De voorzitter geeft een verslag van plaatsgevonden avond met de eigenaren van de grond in de Nieuwe Driemanspolder. Vervolgens deelt hij mee dat door de wijze waarop men bij DLG bezig is geweest met de eigendomsverwerving het vertrouwen bij de betrokken eigenaren ernstig geschaad is. Spr. zegt de slechte aanpak te betreuren. Tevens deelt spr. nog mee dat ook nog niet bekend is waar de kades moeten komen te liggen waarvoor een bodemonderzoek nodig is en dat de eig. geen toestemming geven. Het inrichten van het deel van de Nieuwe Driemanspolder als opvangbekken voor overtollig water zal in een bestemmingsplan worden opgenomen. Spr. deelt vervolgens mee dat hij de afgelopen middag over deze kwestie een gesprek heeft gehad met de Gedeputeerde van ZH. Besloten is DLG van het project af te halen en aan betrokkenen zal worden voorgesteld dat zij een bureau aangeven die met hen gaat onderhandelen over de grondprijs. Tevens zijn Delfland, Rijnland en DLG niet meer bij het project betrokken. Aan de gemeente Leidschendam-Voorburg is gevraagd de bestemmingsplan procedure op te starten.
Gevraagd wordt of de berging sec voor de boezem is bedoeld, of ook indirect voor de uitbreiding van het stedelijk gebeid wordt gebruikt. Als blijkt dat deze ook van belang is voor het stedelijk gebied dan zal dit tot uitdrukking moeten worden gebracht in de grondprijs.
Antwoord: De waterberging is bedoeld als hoogwateroverloop voor de boezem, als onderdeel van het boezembeheer. Het totale pakket waterbezwaar fase 1 brengt de boezembergings- plus bemalingscapaciteit in overeenstemming met WB21. In de zuid-west hoek van de boezem was extra bemaling geen optie. Daarom is berging daar de enige mogelijkheid.
De notitie over de kosten is gereed en is besproken in de directie. Deze notitie komt weer in D&H en vervolgens in de cie. W&W.
De voorzitter geeft vervolgens de gelegenheid tot het stellen van vragen.
Mevrouw Binnendijk vraagt of het lastig zijn van de gemeente Den Haag heeft geleid tot kostenverhoging. De voorzitter geeft aan dat de gemeent Den Haag géén “bottle-neck”vormt in de plannen .
De heer Van der Smit zegt het jammer te vinden dat zo negatief wordt gesproken over de DLG. Hij geeft aan dat de dienst toch goed bekend staat als ervaringsdeskundige tav grondverkoop. De voorzitter verduidelijkt dat de aankoop van de grond plaats vindt op basis van volledige schadeloosstelling. Dat de wijze waarop de onderhande-lingen worden gevoerd erg persoons afhankelijk is, ofwel de ene DGW-er is de andere niet.
De heer Van der Smit zegt dat hij bevreest is voor het door partijen laten aanwijzen van een onderhandelaar. Hij beveelt aan een toets in te bouwen.
De voorzitter benadrukt nog eens dat hij zich baseert op geluiden van betrokkenen over het niet nakomen van de gemaakte afspraken.
De heer De Meijer geeft aan dat dit eigenlijk een LNV-project is. Natuur en recreatie spelen immers een belangrijk rol bij dit plan. Rijnland is dus niet de enige belangheb-bende of initiator. Volgens de voorzitter spelen Natuur en Recreatie wel een belang-rijke rol maar zijn de gronden primair bestemd voor waterberging. Tevens vermeldt spr. nog dat er een soort Ingenieursbureau komt voor de uitvoering van het plan.
Mevr. Rosendal zegt dat we halverwege het proces van de totstandkoming van het waterplan Alphen aan den Rijn zitten en dat dit aanleiding is om daar iets over te vertellen. Zij geeft hierna het woord aan de projectleider van het Waterplan, Marleen van der Dussen.
Voordat Marleen met haar presentatie begint meldt zij dat Jan Rombout als projectleider van de gemeente Alphen aan den Rijn, vanavond ook aanwezig zou zijn geweest maar dat deze in het buitenland verblijft.
Vervolgens geeft Marleen aan de hand van sheets, met behulp van een beamer een presentatie van het Waterplan Alphen aan den Rijn.
De voorzitter geeft na afloop van de presentatie gelegenheid tot het stellen van vragen.
Mevr. Binnendijk zegt door de presentatie de indruk te hebben gekregen dat er bij de gemeente Alphen aan den Rijn een beperkte enthousiasme is bij het plan. Volgens Marleen is die indruk niet juist. Wel is men bij de gemeente pragmatisch ingesteld ten aanzien van de maatregelen die worden voorgesteld.
De heer Sanders zegt dat de presentatie hem de indruk geeft dat de gemeente steviger in onderhandeling is dan Rijnland.
De voorzitter zegt dat die indruk misschien wel gewekt wordt maar dat je ook moet afvragen wat Rijnlands ambities zijn. Mevr. Rosendal beaamt dat men van de zijde van de gemeente Alphen aan den Rijn inderdaad realistischer is.
Mevr. Van der Laan zegt dat zij uit alle Waterplannen die aan de orde zijn geweest niet kan opmaken of er wel voldoende ambities in zitten. Wat willen we bereiken op de diverse terreinen. Zij vindt dat dit moeilijk is na te gaan.
Over de eisen ten aanzien van afkoppelen merkt mevr. Rosendal op dat de gemeente Alphen aan den Rijn reeds aan de normen voldoet.
Volgens mevr. Van der Laan moet bekend zijn welke doelen er gehaald kunnen worden.
Mevr. Van Duin reageert hierop met te stellen dat het maken van Waterplannen een verplichting is vanuit NBW afspraken. De invulling daarvan is aan Rijnland. Rijnland heeft steeds gestreefd naar realistische stedelijke Waterplannen met uitvoerbare maatregelen.
De voorzitter concludeert dat er bij de VV-leden verschillende belevingen zijn ten aanzien van Waterplannen. Mevr. Rosendal voegt hier nog aan toe dat het gaat om dingen uitvoeren. Ook zijn er zaken die je niet op korte termijn zult kunnen realiseren.
De heer Van der Smit wijst op het belang van het stellen van kaders. De voorzitter is het hiermee eens en verwijst naar de discussie die is gevoerd in de laatste VV bij de behandeling van het Waterplan Leiden. Afgesproken is hier iets over op papier te zetten.
Volgens mevr. Rosendal komt het bij Waterplannen neer op het duidelijk maken van de volgende vragen: Wat wil Rijnland? Wat is goed? Wat wil de gemeente.
De presentatie kunt u vinden aan de rechterkant van deze pagina.
De heer De Meijer zegt uit de overgelegde memo te hebben geconstateerd dat de ambitie ten aanzien van de inhaalslag blijkt te zijn opgeschoven.
Ook de heer Sanders zegt het te betreuren dat er weer vertraging is. Op zijn vraag of de Schadeadviescommissie is ingeschakeld bij het peilbesluit van de Noordplas antwoordt de voorzitter ja en nee. Spr. legt uit dat voordat tot uitvoering van het peilbesluit wordt overgegaan de kaders moeten zijn vastgelegd. Op advies van Esther Riethoven is wel advies gevraagd aan de commissie. Zoals al eerder opgemerkt werkt deze commissie erg traag. De maximale verlenging van de geldigheidsduur van het peilbesluit ‘De Noordplas’ (3 jaar) loopt volgend jaar af.
De voorzitter neemt vervolgens aan de hand van de memo de stand van zaken door.
De voorzitter zegt de commissie graag te willen informeren over diverse zaken die lopen binnen het gebied van de gebiedscie. Zuid.
Peilbesluit Reeuwijkse Plassen/De Sloene: De voorzitter maakt melding van het overleg dat hij heeft gehad met de VWE Reeuwijkse Plassen over het beroep tegen het peilbesluit Reeuwijk. Als bijzonderheid vermeldt spr. het aanbod van de vereniging dat als Rijnland toezegt dat wanneer Rijnland daadwerkelijk overgaat tot het afkoppelen van Sloene, zij hun bezwaarschrift zouden intrekken. Deze toezegging kon spreker uiteraard niet doen en de zitting is inmiddels achter de rug.
Veenweidepact: De voorzitter meldt dat men volop bezig is en dat er een discussie-punt is over de vraag waar de "natte as" moet komen te liggen. Naast een discussie over een robuuste natuurverbinding wordt er ook gekeken naar waar dan een goede agrarische structuur moet komen. Er moeten keuzen gemaakte worden in de verdeling van natuur, landbouw, water, recreatie en cultuurhistorie. Hierbij speelt verder het beperken van de bodemdaling een rol. In het plangebied vallen ook de ontwikkelingen in de oude Rijnzone. Het proces is er op gericht om op basis van de gepresenteerde opgaven vanuit de overheden de wensen vanuit de publieke partijen te leggen en de hieruit voortvloeiende gezamenlijke opgaven vast te leggen in afspraken voor een nadere uitwerking in een veenweidepact.
Boomteeltpact Boskoop: Hierover meldt de voorzitter dat Rijnland kijkt of we de wateropgave kunnen inpassen in het reconstructieplan.
Naar aanleiding van dit punt geeft de heer Sanders een toelichting op de bemaling in het boomkwekerijgebied (het hierbij gebruikte overzicht met gegevens zijn bij het verslag gevoegd). Volgens spr. is de huidige bemalingscapaciteit onvoldoende voor een goede peilbeheersing in het boomkwekerijgebied. Spr. illustreert dit met te ver-wijzen naar de in de afgelopen jaren plaatsgevonden daadwerkelijke wateroverlast waarbij het door hem gesignaleerde tekort aan bemalingscapaciteit duidelijk naar voren is gekomen. Als oplossing van het gesignaleerde probleem stelt spr. voor een extra gemaal te plaatsen bij het Rijneveld viaduct.
Mevrouw Van Duin kent de situatie en zegt toe dat in de volgende commissie vergadering in zal worden gegaan op het voorbeeld van de heer Sanders als uitwerking van de NBW aanpak.
De heer Van der Smit voegt nog toe dat er de laatste 40 jaar geen peilaanpassingen hebben plaatsgevonden in het betreffende gebied. Volgens spr. zijn er ook in het zuiden van de Gouwepolder (Randenburg) problemen met de waterafvoer. Spr. stelt voor het gebied eens onder de loupe te nemen en wijst op de mogelijkheid om subsidie te krijgen voor de te nemen maatregelen.
Rijnlandroute: De voorzitter zegt dat van de zijde van Rijnland is gezegd dat deze onbespreekbaar zijn.
Gebiedsontwikkeling Valkenburg: Hier moet eerst de ontsluiting worden geregeld.
Grondwaterproblematiek Wassenaar:
Afgelopen november is de stuurgroep van het grondwaterplan Wassenaar zichzelf opgeheven. De uitvoering van de maatregelen worden in lopende projecten opgepakt.
Baggeren Leiden: De voorzitter deelt mee dat de problemen zijn opgelost. Geprobeerd wordt er met de aannemer uit te komen.
Baggeren 1e cluster: De voorzitter zegt toe dat aan de VV een folder zal worden gegeven over het uit te voeren baggerwerk.
Baggerdepot Valkenburg: De voorzitter deelt mee dat hier een baggerdepot komt waarbij het in de aangevoerde baggerspecie aanwezige zand door middel van een installatie wordt gescheiden.
Oeverherstel Vlietlanden: De voorzitter deelt mee dat dit werk wordt aanbesteed. Door Rijnland wordt 200.000 m3 zand geleverd (zie vorig punt).
De heer Sanders vraagt of Rijnland kan afdwingen het baggerstort achter de v.m. Zuid-Hollandse Glascentrale te Boskoop te laten afvlakken. Spr. zegt ook benieuwd te zijn wat het netto resultaat is van de ophoging. Dit zal worden nagegaan. Het baggerstort is aangelegd door en ligt op het terrein van het Zuid-Hollands Landschap.
Gebruik water in Valkenburg als buffer (Mevr. Binnendijk)
De voorzitter sluit de bijeenkomst om 22.10 uur.
