Verslag gebiedscommissie Zuid 14 februari 2008

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Gebiedscommissie Zuid > Verslag gebiedscommissie Zuid 14 februari 2008

Verslag gebiedscommissie Zuid 14 februari 2008

Verslag Gebiedscommissie Zuid

14 februari 2008, 20.00 uur
Locatie: Café de Egelantier, Raadhuisplein 1 te Hazerswoude-Dorp

1. Opening en mededelingen

2. Inspreekrecht

3. Vaststellen agenda

4. Verslag vergadering d.d. 15 november 2007

5. Waterplannen

6. WBP4; inventarisatie aandachtspunten vanuit gebiedscommissie

7. Stand van zaken inhaalslag peilbesluiten, watergebiedsplannen, planning toekomstige watergebiedsplannen

8. Rondje gebied

9. Rondvraag

10. Inventarisatie agendapunten volgende vergadering

11. Sluiting

1. Opening/mededelingen

De voorzitter opent de vergadering en meldt de afwezigheid van de heer v/d Hoeven en mevr. Binnendijk – van der Heijden.

De heer Sanders zegt het buitengewoon beschamend te vinden dat er zo weinig leden aanwezig zijn.

2.  Spreekrecht

Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt.

3. Vaststellen agenda

In de agenda worden de volgende wijzigingen/aanvullingen aangebracht:

Agendapunt 5. wordt gewijzigd in: “Waterplannen (Presentatie door Olga van Es over nieuwe werkwijze gemeentelijke waterplannen en maatlat, gecombineerd met  1e presentatie van Waterplan Waddinxveen – Boskoop door Marinus Bogaard alsmede presentatie Waterplan Gouda door Olga van Es)”.

Agendapunt 7. vervalt.

Agendapunt 8. wordt 7.

Aan de agenda wordt een nieuw agendapunt 8. toegevoegd, t.w.: “8. Rondje door het gebied”.

4.  Verslag 15 november 2007

Het verslag wordt, onder dankzegging aan de opsteller, ongewijzigd vastgesteld..

Mevr. Van Duin verwijst nog even naar agendapunt 7a Rondschouw waarin wordt toegezegd dat in deze commissievergadering zou worden ingegaan op het voorbeeld van de heer Sanders als uitwerking van de NBW aanpak. Spr. zegt dat in overleg met de heer Sanders is besloten hier op een later tijdstip op terug te komen.

5. Waterplannen

Nieuwe werkwijze gemeentelijke waterplannen en maatlat

Mevr. Van Es geeft aan de hand van sheets welke bij dit verslag zijn gevoegd, een toelichting op de nieuwe werkwijze bij de totstandkoming van Waterplannen en de daarbij te hanteren maatlat.

Dhr. Sanders zegt de indruk te hebben dat er eerst sprake was van  maatwerk maar dat  er nu sturend wordt gewerkt. De voorzitter zegt dat het hetzelfde is gebleven aangezien de thema’s al bestonden. Mevr. Van Es voegt hieraan nog aan dat het doel van de nieuwe werkwijze is alles duidelijker te maken. De heer Sanders zegt graag te zien dat Rijnland wat steviger overkomt richting gemeente.  

De heer v/d Smit zegt het een goede zaak te vinden dat er meer structuur in de waterplannen wordt aangebracht. Spr. zegt wel van mening te zijn dat er weinig innovatieve ideeën worden aangedragen. Spr. doet de aanbeveling gemeenten te prikkelen tot innovatie en noemt als voorbeelden het gebruik van waterdoorlatende verhardingen, mosceder op daken en regentonnen. Dit zou, zo besluit spr., tot beleid moeten worden gemaakt.

De heer De Meijer zegt ook de innovaties te missen en verwijst naar het Waterplan van de gemeente Rotterdam. Spr. beveelt aan hier eens naar te kijken. Tevens zegt spr. dat hij wel blij is dat er nu gekeken wordt aan de hand van criteria (WBP-leidraad en Nota Schoon Water). In dit verband vraagt spr. aandacht voor de sanering van overstorten en stelt tevens  voor in de Waterplannen aan te geven waar je de bagger kwijt kan. Ook zou volgens spr. bij het opstellen van Waterplannen gekeken moeten worden naar het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

De heer Smits vraagt of er nog eens gekeken kan worden naar het gebruik van gras-daken, waterdoorlatende bestrating en het gebruik van regentonnen. De voorzitter

antwoordt dat sommige gemeenten daar wel belangstelling voor hebben en dat Rijnland misschien de gemeenten daarin zou kunnen ondersteunen door het verlenen van een subsidie. Zij zegt toe dit te zullen nagaan.

Presentatie Waterplan Waddinxveen - Boskoop

De heer Bogaard geeft aan de hand van bij dit verslag gevoegde sheets een toelichting op het Waterplan Waddinxveen-Boskoop.

De heer De Meijer zegt van mening te zijn dat de Boskoopse culturen zich gedragen als stedelijke gebieden en het daarom voor de hand ligt dat voor beide gemeenten een afzonderlijk Waterplan zou worden opgesteld. De heer Bogaard antwoordt hierop dat het een bestuurlijke wens vanuit de gemeente Boskoop en Waddinxveen is om één Waterplan op te stellen.

Volgens de heer De Meijer zou ook het verschil in de toestand van de rioleringen in beide gemeenten aanleiding kunnen zijn om voor beide gemeenten een afzonderlijk Waterplan op te stellen. De heer Bogaard zegt toe dat zal worden gekeken of het opstellen van afzonderlijke Waterplannen toch de voorkeur heeft.

De heer v/d Smit vraagt ook nog eens te kijken naar de begrenzingen van het Waterplan. Ook wordt gevraagd bij de afbakening van het stedelijk gebied in Boskoop te kijken naar een natuurlijke begrenzing. De voorzitter zegt dit toe.

Er vindt een discussie plaats over de kleurstelling die is gebruikt in het bij het Waterplan gevoegde schema. Toegezegd wordt dat hiernaar zal worden gekeken.

Waterplan Gouda

Mevr. Van Es geeft aan de hand van bij dit verslag gevoegde sheets een toelichting op het Waterplan Gouda.

De heer De Meijer zegt dat hij in het schema niet kan zien wat er bereikt is. Spr. doet de suggestie een kolom toe te voegen. De voorzitter licht toe dat de 3e kolom de huidige stand van zaken weergeeft. Spr. geeft toe dat het aanbeveling verdient e.e.a. anders aan te geven en zegt toe dat hiernaar zal worden gekeken.

De heer v/d Smit vraagt bij het opstellen van het Waterplan Gouda ook aandacht te schenken aan:

  • de cultuurhistorische waarden.
  • de relatie wateroppervlak – grondwaterbeheer.
  • de effecten van de de riolering.
  • of de inlaten, gelet op de grote doorvoer van water, wel op de juiste plek liggen.

De voorzitter merkt op dat het beschermen van cultuurhistorische waarden niet tot de taak van Rijnland behoort.

De heer De Meijer adviseert ook de LNC-waarden van 20 jaar geleden mee te nemen.

De heer Sanders vraagt of het stedelijk gebied ten oosten van de A12 nog wordt afgekoppeld van het Reeuwijkse Plassengebied.

De heer De Meijer zegt er wel vanuit te gaan dat er een éénduidige invulling van de maatlat wordt nagestreefd.       

6.  WBP4; inventarisatie aandachtspunten vanuit gebiedscommissie

De heer Dijkstra geeft aan de hand van bij dit verslag gevoegde sheets een toelichting op het  Plan van Aanpak inzake het opstellen van het WBP4. Eén van de items die daarbij aan de orde komen is de wijze van communicatie bij het opstellen van het WB4. 

De heer Sanders zegt het geen goed idee te vinden de communicatie over het WBP4 te betrekken bij de verkiezingen. De heer Dijkstra legt uit dat het idee is bepaalde items/thema’s uit het WBP4 neer te leggen bij het nieuwe bestuur dat op 1 januari 2009 aantreedt omdat de vaststelling van het plan is gepland in april/mei 2009.    

Volgens de heer De Meijer gaat het om de vraag hoe je de burgers kan betrekken bij de totstandkoming van het WBP4. Spr. zegt ook niet enthousiast te zijn van het idee dit via de verkiezingen te doen.

De heer v/d Smit zegt zich af te vragen of het wel een goed idee is dat VV-leden in de klankbordgroep zitten. De heer De Meijer die zelf in de klankbordgroep zit licht toe dat de VV-leden er alleen in zitten om te “klankborden”! Volgens spr. is er geen sprake van een andere bestuurslaag.

De heer v/d Smit merkt op dat in Waterplannen veel aandacht wordt geschonken aan de aanleg van natuurvriendelijke oevers (nvo’s). Wat is nu een nvo? Daarbij komt, zo vervolgt spr., dat kalkrijk water, zoals in veengebieden, erosie tot gevolg heeft. Bij een betere waterkwaliteit krijg je vanzelf meer plantengroei langs de oever. Spr. stelt voor dit eens te evalueren. Mevr. Van Duin zegt toe de inrichting van nvo’s in relatie tot baggeren nog eens te zullen bekijken.    

De voorzitter wijst nog op de mogelijkheid om subsidie te krijgen voor het aanleggen van nvo´s op grond van Rijnlands ´Subsidieverordening natuurvriendelijke oevers´. 

7. Stand van zaken voortgang inhaalslag Peilbesluiten en Watergebiedsplannen

De voorzitter neemt vervolgens aan de hand van de memo de stand van zaken door.

8. Rondje gebied

Op uitnodiging van de voorzitter geeft de heer Van der Linden een opsomming van zaken/werkzaamheden die in het gebied van de Gebiedscommissie Zuid aan de orde zijn.

Ziendesluis: Vermeld wordt dat de deuren en hydraulische bediening daarvan worden gerepareerd.

Gemaal Bulaeus Brack: De pomp van het gemaal wordt niet meer door een dieselmotor maar door een elektromotor aangedreven. De dieselmotor is dusdanig defect dat het economisch niet verantwoord is deze te laten herstellen. Bovendien stond het gemaal op de nominatie om te worden geëlektrificeerd. Omdat de elektromotor al was geïnstal-leerd was het gemaal binnen enkele dagen weer maalvaardig.

Gemaal Noord- en Zuideinderpolder: Ook van dit gemaal is de dieselmotor defect geraakt. Er bestonden al plannen het gemaal te elektrificeren. Besloten is hiertoe gelijk over te gaan. De tijdelijke bemaling wordt verzorgd door een noodbemalingspomp die in eigen beheer bij het gemaal is geïnstalleerd.

De heer De Meijer zegt dat deze voorvallen hem toch aanleiding geven tot enige bezorgdheid. Spr. zegt dat in de VV nl. is gezegd dat de installaties nog betrouwbaar genoeg zijn.

Mevr. Van Duin wijst op de relatie met het grote onderhoudsplan dat wordt opgesteld.

Volgens spr. moet er nog beleid komen om te weten van welk onderhoudsniveau moet worden uitgegaan. Spr. verwacht het beleid dit jaar bij het opstellen van het WBP4.

Calamiteitenmateriaal: Er is een nieuwe indeling gemaakt van het gebied voor wat betreft de opslag van calamiteitenmateriaal.

Gemaal Hanepraai en gemaal Mallegat te Gouda:  Van beide gemalen wordt de schakelkast en de telemetrie voor de besturing van de pomp vernieuwd.

Infoborden bij objecten van Rijnland: Begonnen is met het plaatsen van deze borden.

Gebiedsexcursie: Mevr. Van Duin stelt voor om bij de op 16 juni a.s. geplande gebiedsexcursie een bezoek te brengen aan een kadeverbeteringswerk. Als andere items voor een excursie worden aangedragen het “dichten van wellen” en de locatie van de “aanvoerroute naar de te realiseren piekberging in de Nieuwe Driemanspolder”.

9. Rondvraag

De heer Sanders zegt nog niets te hebben vernomen over zijn vraag over het bagger-stort achter de v.m. Zuid-Hollandse Glascentrale te Boskoop.  Mevr. Van Duin vraagt aan de heer v/d Plas dit na te gaan.

De heer De Meijer meldt dat bij een bijeenkomst die hij gisteravond heeft bijgewoond over het Ontwikkelplan van de gemeente Zoeterwoude geen vertegenwoordiging van  Rijnland aanwezig was. Reden zou zijn dat er geen belangen van Rijnland in het geding waren. Dit zou ook het geval zijn geweest bij een bijeenkomst van ‘het Land van Wijk en Wouden’. Spr. zegt hiermee het belang van een vertegenwoordiging van Rijnland bij dit soort zaken te willen onderstrepen. Volgens de voorzitter krijgt Rijnland genoeg uitnodigingen voor allerlei bijeenkomsten maar worden deze niet allemaal afgelopen omdat er anders capaciteitsproblemen ontstaan.

10. Inventarisatie agendapunten voor volgende vergadering

Er worden geen punten aangedragen.

11. Sluiting

De voorzitter sluit de bijeenkomst om 22.15 uur.

Naar boven