4. Verslag vergadering d.d. 13 februari 2008
5. Nieuwkoopse plassen: Uitwerking maatregelpakket waterkwaliteit
De vergadering wordt om 20.25 uur geopend door de voorzitter, Aad Straathof. Hij bedankt Dolf Kern voor de informatieve en goede excursie die wij hebben gehad deze middag.
Door een communicatiestoornis zijn de insprekers helaas later aanwezig omdat zij in de veronderstelling waren dat deze vergadering in Leiden zou plaatshebben.
Agenda wordt vastgesteld.
Er is een tekstuele aanpassing op blz. 2 punt 7, ingewonnen moet zijn gewonnen.
Het verslag wordt vastgesteld
De voorzitter geeft een korte inleiding en geeft het woord aan Dolf Kern. Dolf Kern refereert naar het memo dat mee gezonden is geweest met de agenda. Hij legt uit wat de Nieuwkoopse Plassen inhouden en wat wij ermee van plan zijn te doen. Dit is een belangrijke opgave voor de waterplannen en watergebiedsplannen. De vergadering vindt het een duidelijk memo, zeker met de toelichting en de presentatie.
Mevrouw van Proosdij vraagt hoe het zit met de slib ten opzichte van de recreatie? Dolf antwoordt de gevolgen van recreatievaart met schroefaandrijving inderdaad een probleem vormt doordat slib wordt opgewoeld. De recreatie hoort wel onlosmakelijk bij de plassen. Gestreefd wordt, binnen de reële grenzen, de vaarroutes te beperken en buiten de meest waardevolle zones te houden. Er wordt over deze kwestie met de gemeenten en Natuurmonumenten nagedacht.
De heer de Jong merkt naar aanleiding van de bijeenkomst met Natuurmonumenten van deze ochtend, dat enkele woonboten nog niet zijn aangesloten op het riool. De gemeente werkt aan de riolering en zodra deze aangesloten zijn zal dit een positieve bijdrage leveren. Ook is gesproken over de fluctuatie in het peil. Dit heeft weliswaar gevolgen voor de omringende bebouwing maar als deze grotendeels onderheit kan dat meevallen. Dolf Kern legt uit dat de er sterke beperkingen zijn voor flexibilisering van het peil. Nu reeds loopt water over de wegen bij sterke wind. Aan de bovenzijde is dus weinig ruimte. Bij verlaging van het peil moet naast de kilometers lange lintbebouwing ook met tuinen, wegen en keringen rekening worden gehouden die niet onderheit zijn. Daarnaast zal het erg veel energie en communicatie vergen om de ongerustheid van de bewoners weg te nemen en draagvlak te creëren. Er wordt wel gezocht naar mogelijkheden bijvoorbeeld in delen van de plas of de Meije graslanden. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid van een tijdelijke ‘knip” in de plas zodat de opstuwing door wind wordt verdeeld.
De heer de Jong benadrukt dat we wel geduld moeten opbrengen, de stappen in dit soort projecten gaan niet zo snel als we zouden willen. Ook is Natuurmonumenten bezig met proeven voor de normen van N2000. Met stipte maatregelen kunnen we heel wat bereiken maar het werk dat de natuur zelf doet kost veel tijd. Dolf merkt op dat Rijnland intensief samenwerkt met de proeven van Natuurmonumenten. Samen met NM en PZH heeft Rijnland een projecten om nieuwe petgaten te graven voorgedragen voor subsidie bij de KRW synergiegelden. De voorzitter merkt op dat we in dit gebied moeten participeren met de partijen met minder plubliek geld.
Na een discussie over het omvormen van landbouwgebied naar natuur van de voorzitter samen dat er duidelijkheid moeten komen uit de provincie wat er nu gewenst is. Als waterbeheerder met KRW-opgaven kunnen wij het niet alleen. De heer Zandwijk spreekt zijn waardering uit over wat de Rijnlandse ambtenaren doen en al gedaan hebben met o.a. de grondwaterstromen, troebel water en de fauna.
De heer van Leeuwen maakt een kanttekening bij de formulering in het memo dat de VV heeft ingestemd met het voor kredietvoorstel van 12 miljoen voor de KRW maatregelen Nieuwkoop. Dit is te sterk geformuleerd. De VV heeft ingestemd met de Nota Schoon Water waarin op basis van de toen beschikbare kennis een raming is gedaan omtrent het maatregelenpakket. Vanzelfsprekend zal wanneer het maatregelenpakket definitief is uitgewerkt nog een formeel krediet moeten worden geaccordeerd.
Mevrouw van Proosdij merkt tenslotte op dat het Bestuur een lastige klus heeft en het zeer wenselijk is dat in de toekomst meer samengewerkt dient te worden met de ambtenaren.
Ter informatie is de hand-out van de presentatie bijgevoegd.
Drie heren zijn inmiddels gearriveerd in de vergadering.
De heren Kempenaar en Peters vragen naar de stand van zaken omtrent watergebiedsplan polder vierambacht e.o. Hierop antwoordt de voorzitter dat concreet op juli 10 het gebied de varianten voor inrichting van de polder gepresenteerd krijgt en hoopt op een constructieve bijdrage van de belanghebbenden.
De voorzitter verwijst naar het memo dat is meegestuurd met de agenda en vraagt of er nog op- en aanmerkingen zijn.
De heer de Jong vraagt zich af waarom er in de tabel op blz. 4 geen einddata zijn vermeld. De voorzitter antwoordt hierop dat het bekend is dat watergebiedplannen normaliter een doorlooptijd hebben van 3 jaren. Mevrouw van Ruiten vraagt naar Wgp Duinrand Noordwijk, er is volop gemeten en contact geweest met LTO. Dolf Kern geeft aan dat we nog in de inventarisatiefase zitten en er nog niet verder met andere partijen is gesproken.
De voorzitter wijst in het algemeen nog op het feit dat door het grote verloop in personeel en de lastige zoektocht naar adequate vervanging.
Mevrouw Langeveld vraagt naar de voortgang van de Hoogeveense Polder. Zij is verbaasd over het feit dat zij nog steeds geen antwoord heeft mogen ontvangen op haar brief betreffende Heffingstoeslag/precarioheffing en vraagt naar de stand van zaken over de ecologische zone op het Steengrachtkanaal. De voorzitter deel mee dat het memo over de Hoogeveense Polder ter inzage ligt bij GS. Na de zomer wordt naar verwachting een besluit genomen. De overige vragen worden door de secretaris uitgezocht en teruggekoppeld.
Om 22.00 uur sluit de voorzitter de vergadering.
De secretaris heeft navraag gedaan en beantwoordt na de vergadering deze vragen van mevrouw Langeveld als volgt:
Vraag:In het kader van het eigendommenbeleid worden gebruikers van grondeigendom van Rijnland nu verplicht om voor de gebruik te betalen (huur, pacht, opstalrecht e.d.). Dit levert soms boze ingelanden op. Wat wordt daar nu aan verteld?
Antwoord: De ingelanden worden door Rijnland geïnformeerd over het beleid van Rijnland dat in 2006 in de VV is vastgesteld (Handhaving Eigendommen). Daarbij wordt duidelijk uitgelegd waarom er voor het gebruik betaald moet worden, ook al was dat in het verleden soms niet het geval. Dit levert soms boze ingelanden op, die soms ontevreden blijven met de uitkomst van het gesprek. De medewerkers van eigendommenadministratie hebben voor het voeren van dit soort gesprekken een cursus gehad om hier zo goed mogelijk mee om te gaan. Als er klachten zouden zijn over de afhandeling en handelwijze van Rijnlandse medewerkers kan daarvoor een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie.
Recent zijn in de Hogeveensepolder eigenaren van bruggen over Rijnlands eigendom aangeschreven. Hier wordt de “Tarieventabel gebruik Rijnlands eigendommen gehanteerd”. Dat is niet hetzelfde als de precarioverordening. Die laatste hanteert Rijnland niet.
Vraag: In het Steengrachtkanaal te Noordwijkerhout is een natuurvriendelijke oever (ecozone) aangelegd en zijn plannen voor uitbreiding. Er ligt nu nog maar 50 meter. Wat is nu de geschiedenis en hoe staat het met de plannen voor de gehele oever?
Antwoord: Dit project dateert van 2003 en betreft een pilot. Het gaat om een oever van 50 meter lengte, aan te leggen en te beheren door het Zuid-Hollands Landschap. Rijnland heeft voor het reeds aangelegde deel van ca. 50 meter de helft betaald. Het plan is echter om in totaal ca. 2,5 kilometer aan natuurvriendelijke oever aan te leggen. Hiervoor is een SGB-subsidie van ca. €200.000,- beschikbaar van het totaalbedrag aan kosten van ca. €500.000,-. De subsidievoorwaarden stellen dat dat dit jaar moet zijn besteed (2008). Het probleem nu is dat een grote grond- en watereigenaar, de oude steenfabriek is, waar weliswaar gesprekken mee zijn gevoerd, maar nu bezig is om de gronden te verkopen aan bollentelers. Zolang dat onderhanden is wenst de eigenaar van het steenfabrieksterrein geen gesprek meer met Rijnland te voeren. Als er definitief verkocht is aan bollentelers lijkt echter ook de aanleg van de natuurvriendelijke oever kansloos te zijn geworden doordat de eigendom is versnipperd, de termijn niet wordt gehaald en er wellicht inhoudelijk geen akkoord kan worden gesloten. Het is dus nog afwachten, maar het lijkt erop dat de kans op aanleg van de gehele oever klein wordt.
