1A Belastingveranderingen 2005
6. Informatievoorziening door districtshoofd en hoofd Planvorming
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom bij deze eerste bijeenkomst van de gebiedscommissie Midden. Na overleg met de voorzitters van de gebiedscommissies is besloten aan de agenda toe te voegen het punt “Belastingveranderingen 2005”.
Voor een toelichting geeft de voorzitter het woord aan mw Ruinard. Zij besteedt aandacht aan de oorzaken van de tariefswijzigingen, t.w. het gelijktrekken van de tarieven en de nieuwe kostentoedeling. Verder gaat zij in op het communicatietraject van Rijnland vooraf en de reacties van de burgers n.a.v. de aanslagen ingezetenenomslag en verontreinigingsheffing. Rijnlands uitleg en de toelichting bij de aanslagbiljetten zijn kennelijk onvoldoende duidelijk geweest. Om die reden wordt thans extra aandacht aan de communicatie besteed.
In maart a.s. worden onder meer de aanslagen aan de huiseigenaren opgelegd. De bijsluiters worden aangepast. Extra aandacht wordt geschonken aan te verwachten vragen over de wijzigingen in de WOZ-waarden. Rijnland heft op basis van de waarden die de gemeenten hebben bepaald. Indien de nieuwe waarde van de WOZ nog wijzigt, wordt dit later in de aanslag verrekend. Verder wordt uitgelegd dat Rijnland niet wil profiteren van een eventuele waardestijging in het kader van de WOZ. Eventueel teveel ontvangen belastinggeld wordt in 2006 vereffend in de hoogte van het tarief.
Afgesproken wordt dat de aangepaste bijsluiter ter informatie naar de AV wordt gezonden.
Mw Ruinard verlaat de vergadering.
De voorzitter constateert dat er geen insprekers zijn. Volledigheidshalve wijst hij op de openbaarheid van de vergaderingen van de gebiedscommissies.
De agenda wordt overeenkomstig vastgesteld.
De voorzitter licht toe dat de gebiedscommissies, ingevolge het reglement voor het hoogheemraadschap, een adviserende bevoegdheid hebben aan het college inzake het waterkwantiteitsbeheer en het waterkeringsbeheer. Het college meent dat het passieve waterkwaliteitsbeheer daaraan moet worden toegevoegd, aangezien dat past in het gedachtegoed van integraal waterbeheer.
Het is de bedoeling dat de commissies inhoud geven aan het onderhouden van de relatie tussen ingeland en bestuur. Door die werkwijze worden de leden van de commissies niet alleen betrokken bij veel zaken die de ingelanden vaak direct raken, maar worden zij tevens al in een vroegtijdig stadium betrokken bij de beleidsvoorbereiding.
De commissie hecht grote betekenis aan de gebiedskennis van de hoofdingelanden in de districten. Daardoor kunnen zij een ombudsfunctie voor de ingelanden vervullen, alsmede de oog- en oorfunctie vanuit het district voor het college.
De voorzitter ziet vooral een rol voor de commissies weggelegd bij de voorbereiding van peilbesluiten, investeringen en jaarplannen voor beheer en onderhoud en gebiedsgerichte projecten. Hij benadrukt dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de adviserende bevoegdheid van de gebiedscommissie over zaken die in het gebied aan de orde zijn en de uitvoerende taakstelling van de ambtelijke districten. In die optiek kan het dus niet zo zijn dat de gebiedscommissies zich bezig gaan houden met allerhande operationele zaken op het werkterrein van de districten, bijvoorbeeld het feitelijk peilbeheer.
De commissie informeert naar de rol bij de schouwvoering.
De voorzitter antwoordt dat de gebiedscommissies op grond van het reglement voor het hoogheemraadschap kunnen worden belast met de schouwvoering over wateren en overige waterkeringen. Probleem daarbij vormt de grote omvang van het beheersgebied in relatie tot het geringe (36) aantal bestuurders. De praktijk bij de fusiepartners is die van een ambtelijke schouw. Wel konden bestuurders als belangstellende met de ambtenaren mee. Een optie zou kunnen zijn om de rol van de bestuurders te beperken tot de herschouw.
In de loop van het eerste halfjaar van 2005 zal het college een notitie terzake aan de AV voorleggen.
De voorzitter stelt dat het de intentie is om iedere vergadering de bestuurlijke actualiteiten op hoofdlijnen de revue te laten passeren. De opmerkingen van de gebiedscommissie kan het college vervolgens betrekken bij zijn standpuntbepaling.
Op dit moment zijn er geen bestuurlijke actualiteiten die specifiek in district Midden spelen.
Aan de hand van een rondgedeeld setje stukken geeft de heer Smit achtereenvolgens een toelichting op het organigram en de positie van de drie districten daarin, op de diverse aandachtspunten voor district Midden en op de werken die voor district Midden op de rol staan.
Mw Dreise staat stil bij de rol van de gebiedscommissies bij de voorbereiding van plannen en peilbesluiten. Die rol ligt met name in de inventarisatiefase. Het is dus niet zo dat het college concept-plannen en –peilbesluiten voor advies aan de gebiedscommissies voorlegt. Het college hecht eraan alle relevante gebiedsspecifieke informatie beschikbaar te hebben, voordat het college en vervolgens de AV tot besluitvorming komt. Daarbij zijn de gebiedscommissies onmisbaar.
N.a.v. de gestelde vragen wordt het volgende geantwoord:
Overstortvergunning verleend aan de gemeente Noordwijkerhout. Voor het verlenen van de vergunning is de gemeente leges verschuldigd aan het hoogheemraadschap ingevolge de Legesverordening.
Erfenissen fusiepartners. De bestuurlijke afspraken/toezeggingen van voor 1 januari 2005 worden thans in beeld gebracht, waarna het college een standpunt zal bepalen.
Gemaal Hogeveensepolder. Nagegaan wordt of dit gemaal geautomatiseerd is.
De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 22.30 uur.
