Verslag gebiedscommissie Midden 13 februari 2008

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Gebiedscommissie Midden > Verslag gebiedscommissie Midden 13 februari 2008

Verslag gebiedscommissie Midden 13 februari 2008

Verslag Gebiedscommissie Midden

13 februari 2008, 20.00 uur
Locatie: Archimedesweg 1, te Leiden, D&H Kamer

1. Opening en mededelingen

2. Inspreekrecht

3. Vaststellen agenda

4. Verslag vergadering d.d. 14 november 2007

5. Waterplannen

6. WBP4; inventarisatie aandachtspunten vanuit gebiedscommissie

7. Stand van zaken inhaalslag peilbesluiten, watergebiedsplannen, planning toekomstige watergebiedsplannen

8. Rondvraag en sluiting

1. Opening

De vergadering wordt om 20.05 uur geopend door de voorzitter, A.G. Straathof. Hij meldt dat hij om 21:00 uur moet vertrekken en stelt voor dat mevrouw M.A.W. Rosendal vanaf dat moment plaatsvervangend voorzitter is.

2. Inspreekrecht

Er is geen gebruik gemaakt van het inspreekrecht.

3. Vaststellen agenda

Geen wijzigingen.

4. Verslag vergadering d.d. 20 juni 2007

De heer De Jong vraagt zich af of er een antwoord is op zijn vraag (onder punt 5 van het verslag) wat van Rijnland te verwachten is. De voorzitter licht toe dat het concept-advies (bij de schadecommissie) vertraging oplevert.

3e alinea memo:

Eind 2006 lag het peilbesluit voor de Polder de Noordplas ter inzage. Naar aanleiding van de ontvangen reacties hebben wij advies gevraagd aan de schadeadviescommissie. Dit advies ontvingen wij in december 2007. Momenteel bestuderen wij dit advies en onderzoeken we de mogelijke vervolgstappen. Het peilbesluit moet sowieso opnieuw ter inzage omdat tussen de vorige termijn van inspraak en de besluitvorming door de Verenigde Vergadering meer dan 6 maanden zijn verlopen.

De heer De Jong informeert naar de stand van zaken over het gemaal van de Zuid en Noordeinderpolder. De voorzitter meldt dat het gemaal “aan het einde van zijn latijn” was en dat het probleem is opgelost. Het gemaal heeft nu o.a. een grotere capaciteit, de maatregelen zijn nu voldoende.

In het verslag was een excursie in het vooruitzicht gesteld. De heer Den Dekker vindt dat dit ook gerealiseerd moet worden. De voorzitter zegt dat deze belofte wordt nagekomen.

Ook merkt de heer Den Dekker op  dat de werkgroep van gebiedsplan Vierambacht erg moeizaam tot stand is gekomen, de leden van deze werkgroep zijn te weinig aanwezig. De voorzitter reageert hierop…… ??? De tekst van de heer Kempenaar wordt rondgedeeld en vervolgens wordt gevraagd of er bezwaar is direct met agendapunt 7 door te gaan. Dit is niet het geval. Het verslag wordt vastgesteld.

7. Stand van zaken inhaalslag peilbesluiten, watergebiedsplannen, planning toekomstige watergebiedsplannen

De heer De Jong merkt op dat er nog veel werk verzet moet worden om de resultaten te halen en vraagt zich af of dit wel gaat lukken daar het peilbesluit in 18 gebieden dit jaar verloopt. De voorzitter zegt dat dit ten dele gaat lukken, waar mogelijk vragen wij verlenging voor de peilbesluiten aan. Voor een aantal gebieden zal het peilbesluit moeten worden herzien.

De heer De Jong vraagt wat het recent beschikbaar gekomen modelinstrumentarium voor de inrichtingsvarianten voor Watergebiedsplan Wassenaarsche polder inhoudt en of deze ook niet ter besluitvorming aan de VV voorgelegd dienen te worden.  De voorzitter legt uit dat het modelinstrumentarium een studie waterbezwaar fase 2 én de gesteldheid van het onderbemaalde deel is ….. ?? Deze methode heeft een vertraging opgelopen. De besluitvorming hoeft niet aan de VV voorgelegd te worden omdat het eerst aan de commissie Waterbeheer wordt voorgelegd en pas daarna naar de VV gaat.

De heer De Jong vraagt zich af wat de reacties waren na de keukentafelgesprekken met de eigenaren van de onderbemalingen. Hijzelf vond het een positieve aangelegenheid, informatief goed, een inventariserend gesprek, hoor en wederhoor. Duidelijk moet worden wat de verwachtingen van Rijnland zijn. Mevrouw Langeveld merkt nog op dat de communicatie naar de belanghebbenden beter moet en dat er nog veel vertrouwen ingewonnen moet worden. De voorzitter merkt op dat dit één van de redenen is waarvoor wij bij elkaar zijn.

Op verzoek van de heer De Jong worden de peilbesluit Nieuwkoopse plassen en Nieuwkoopse polder apart behandeld.

Mevrouw Van Ruiten wil graag weten waar het Watergebiedsplan Noordwijk uit bestaat.

5. Waterplannen (presentatie door Marleen van der Dussen)

Marleen van der Dussen stelt zich voor en geeft een korte uitleg over het verschil tussen Waterplan (Wp) en een Watergebiedsplan (Wgp):

Wp is een samenwerking met de gemeente, gemeente is de trekker. Wgp is een plan van Rld. maar ook een samenwerking.

Het bestuurlijk traject voor de waterplannen is aangepast om het bestuur eerder te betrekken bij de opstelling van een waterplan en de keuzes die tijdens de planvorming worden gemaakt. Een voorstel voor wie wanneer aan zet is (gebiedscie en cie waterbeheer) is in de presentatie opgenomen. Daarnaast is de maatlat ontwikkeld, een hulpmiddel om snel het overzicht te krijgen wat de opgave voor Rijnland is binnen die specifieke gemeente, wat de ambitie gezamenlijk met de gemeente is en in hoeverre de maatregelen bijdragen aan het oplossen van de opgave en het realiseren van de ambitie.

Waterplan: waterplannen zijn plannen die gezamenlijk met de gemeente worden opgesteld. De gemeente neemt hiertoe initiatief en trekt het plan. In het plan wordt water integraal opgepakt (zie de thema’s van de maatlat). De plangrens zijn de gemeentegrenzen met de nadruk op het stedelijk gebied. Het buitengebied wordt alleen in samenhang daarmee bekeken. Het plan wordt door beide besturen vastgesteld en is daarmee een bestuurlijke afspraak.

Watergebiedsplannen zijn plannen die door Rijnland worden opgezet en getrokken. In het plan wordt de opgaven voor het watersysteem opgepakt en uitgewerkt. Tijdens de planvorming wordt er veel gecommuniceerd met betrokkenen uit het gebied. Producten zijn o.a. visie, achtergrondrapport, peilbesluiten en een uitvoeringsplan. Het WGP geeft toelichting op de peilbesluiten en wordt begrensd door watersysteemgrenzen. Het WGP wordt door de VV vastgesteld.

Ter informatie is de hand-out van de presentatie bijgevoegd.

De voorzitter verlaat de vergadering om 21:00 uur. De plaatsvervangend voorzitter, M.A.W. Rosendal neemt het voorzitterschap over.

De heer De Jong vraagt uitleg over de afwenteling van waterbezwaar in stedelijk gebied op landelijk gebied, b.v. polder Hillegom.

Uitgelegd wordt dat in stedelijk gebied wel degelijk een toets plaatsvindt op het waterbezwaar. Hierdoor wordt deze in stedelijk gebied afgewenteld.

Mevrouw Langeveld vraagt wat de diffuse bronnen zijn welke genoemd staan in de sheet  van Lisse. Dit zijn alle verontreinigingsbronnen die niet direct locatiegebonden zijn, zoals onkruidbestrijding op verhardingen.

De heer De Jong stelt voor om een stand van zaken van de Waterplannen versus de gemeenten te maken en de prioritering hierbij aan te geven. De  voorzitter zegt dit toe en meldt tevens dat dit nog wel enige tijd zal vergen om dit gereed te maken.

6. WBP4; inventarisatie aandachtspunten vanuit gebiedscommissie (presentatie door Erik Jan Houwing)

Erik Jan Houwing deelt de hand-out en een formulier uit en geeft een korte toelichting op het plan van aanpak van het WBP4. Uitgangspunt voor WBP4 is voortzetten beleid  en ambitie WBP3 tenzij er vanuit wettelijke kaders aanleiding is om beleid bij te stellen en/of uitkomsten uit de verrichte toekomstverkenningen aanleiding geven om reeds in de planperiode (2010-2015) te anticiperen op deze ontwikkeling. De aanwezigen worden uitgenodigd om suggesties te doen voor onderwerpen welke in WBP4 aandacht verdienen, dit te vermelden op het uitgereikte formulier en te retourneren.

Ter informatie is de hand-out van de presentatie bijgevoegd.

8. Rondvraag en sluiting

De heer Van Leeuwen vraagt zich af waarom de gebiedscommissie bijeen geroepen is. Hij vond het een té algemene avond, het verhaal van “de maatlat” was informatief maar wenst verder een verbeterde aanpak voor commissievergaderingen. De heer Den Dekker deelt de mening van de heer Van Leeuwen dat de gebiedscommissies niet optimaal gebruikt worden maar voegt toe dat wij er allen verantwoordelijk voor zijn.

De commissie spreekt haar zorg uit over de veiligheid bij de uitvoering van de kustverbetering in Noordwijk. Hoe is het gesteld met de handhaving, bewaking en de communicatie naar de burgers. Hierop wordt gesteld dat dit wel degelijk is opgepakt en een uitgebreid communicatieplan wordt uitgevoerd. Ook beveiliging (door het beveiligingsbedrijf) van de werken wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de afdeling Bouwzaken.

Om 22.20 uur sluit de voorzitter de vergadering.

Bijlagen: 

Presentatie Waterplannen
Presentatie WBP4

Naar boven