Waterbeheer

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Waterbeheer

Strategische plannen
Waterkering
Waterbeheersing
Neerslag en peilbeheer
Waterbalans van Rijnland
Water- en waterbodemkwaliteit
Integrale plannen en projecten
Vergunningen en emissies
Handhaving
Monstername en analyse

Strategische plannen

Waterbeheersplan 2000 en waterbeheer 21ste eeuw

De gedachtevorming op het gebied van waterbeheersing staat niet stil. Vooral het Waterbeheersplan 2000 en de nota Waterbeheer 21ste eeuw geven sturing aan de visie van Rijnland over de inrichting van de taken.

WBP 2000

De inliggende waterschappen Groot Haarlemmermeer, Oude Rijnstromen en Wilck & Wiericke hebben het Waterbeheersplan 2000 (WBP-2000) in februari 2000 vastgesteld. In de 'Voortgangsrapportage WBP-2000' zijn de in het WBP genoemde acties en speerpunten geactualiseerd naar recente inzichten en aangevuld met nieuwe ontwikkelingen die nog niet in het WBP waren opgenomen. Op basis daarvan is tevens de Meerjarenraming 2001 - 2005 bijgesteld.

Waterbeheer 21ste eeuw

In de nota Waterbeheer 21ste eeuw staan de aandachtspunten voor het waterbeheer in de nieuwe eeuw beschreven, zoals de gevolgen van de klimaatsverandering. Inmiddels zijn planvormingstudies in uitvoering voor de uitbreiding van de bemalingscapaciteit van het gemaal Katwijk en voor het inrichten van bergingslocaties. In samenwerkingsprojecten met andere overheden zijn deze resultaten ook ingebracht bij de ontwikkeling van waterkansenkaarten, alsmede in beleidsnota's op regionaal, provinciaal en landelijk niveau.

Samenwerking met inliggende waterschappen

De samenwerking /taakverdeling met de inliggende waterschappen in het kader van de wederzijdse beleidsadvisering en beleidsvorming heeft dit jaar vorm gekregen door de instelling van de ambtelijke coördinatiegroep en het informeel bestuurlijk overleg.

Ontwikkelingen

Naast bovengenoemde ontwikkelingen is Rijnland in meerdere of mindere mate bij een aantal zaken betrokken:

  • Op landelijk niveau participeert Rijnland in de ontwikkeling van beleidsnota's, zoals uitwerking van de vijfde Nota Ruimtelijke Ordening.
  • In 2000 is in samenwerking met de Bestuurscommissie Regio Randstad een toetsingskader vanuit water opgesteld voor de uitwerking van het landsdeel West.
  • Rijnland is in 2000 lid geworden van de vereniging Deltametropool om vanuit water optiek een bijdrage te leveren aan het Ontwikkelingsconcept van de Deltametropool.
  • Het onderzoek naar de toekomstige organisatie van het waterbeheer heeft in 2000 geresulteerd in belangrijke uitgangspunten en aanbevelingen die richtinggevend zijn voor de te verrichten studies naar de toekomstige waterschapsorganisatie in het noordelijk deel van de provincie. Eindbeeld is de vorming van all-in waterschappen, die de verantwoordelijkheid hebben voor integraal watersysteembeheer en de zorgplicht voor het zuiveringsbeheer. Een viertal varianten zal in 2001 worden beoordeeld.
  • Binnen het beheersgebied van Rijnland lopen twee onderzoeken gericht op samenwerking in de waterketen tussen gemeenten, waterleidingbedrijf en Rijnland. De pilot 'Overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout' heeft recent geleid tot het ondertekenen van een intentieovereenkomst. Naar verwachting zullen de gemeente, Duinwaterleidingbedrijf Zuid-Holland en Rijnland medio 2001 een overeenkomst tekenen op basis waarvan het waterleidingbedrijf en Rijnland het rioolbeheer overnemen. De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor het rioolbeheer. Het onderzoek tussen een zestal gemeenten in de Rijn- en Veenstreek, WZHO en Rijnland richt zich in eerste instantie op de samenwerking bij het opheffen van de lozingen in het buitengebied.
  • In 2000 is in Zuid-Holland het standpunt ingenomen om het grondwaterbeheer nog niet aan de waterbeheerders over te dragen in verband met de dreigende versnippering. In Noord-Holland is in 2000 een onderzoek gestart naar de overdracht van het ondiepe grondwaterbeheer.
  • De uitvoeringsnotitie 'Beleidskader Overname onderhoud stedelijk water' is dit jaar ontwikkeld. Na vaststelling door de verenigde vergadering van februari 2001 beginnen de betrokkenen onderhandelingen over het overnemen van het onderhoud van het watersysteem in de gemeenten Voorschoten en Wassenaar.
  • Samen met de provincie Noord-Holland, de Noord-Hollandse waterschappen en een consortium is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik in combinatie met waterberging.
  • De VV heeft de nota 'Rijnland en ontwikkelingssamenwerking' vastgesteld. Op basis van de daarin opgenomen uitgangspunten en randvoorwaarden vindt een eerste oriëntatie plaats.

Waterkering

In 2000 hebben zich voor het vijfde achtereenvolgende jaar geen zware stormen voorgedaan, ernstige stormschade bleef ook dit jaar uit. Desalniettemin blijven de calamiteitendraaiboeken paraat en vonden regelmatig oefeningen plaats met het calamiteitenplan.

Met het opstellen van het Waterkeringsbeheersplan is in 2000 gestart. Om te komen tot een legger voor de waterkeringen is een plan van aanpak opgesteld. Naar de huidige verwachting kan de legger in de loop van 2001 worden vastgesteld.
Met het opstellen van het beheerregister voor de waterkeringen is begonnen.

Op basis van de Wet op de Waterkeringen moet iedere vijf jaar een beoordeling plaatsvinden of de primaire waterkeringen voldoen aan de (wettelijk vastgestelde) eisen voor de bescherming tegen overstroming: de zogenaamde veiligheidstoets. In 2000 is hiervoor de methodiek eigen gemaakt; in 2001 wordt gestart met de toepassing ervan.

Het stabiliteitsonderzoek Spaardammerdijk is afgerond. De rapportage (met daarin aangegeven de tekortkomingen en de mogelijke oplossingsrichtingen) is gereed.

Waterbeheersing

Peilbeheer

Rijnland is begonnen met het maken van een nieuw peilbesluit voor de boezem. Diverse deelonderzoeken zijn uitgevoerd, de resultaten daarvan zijn inmiddels beschikbaar. Als gevolg van vertraging in het beschikbaar komen van de hoogtegegevens is uitstel aangevraagd voor het vaststellen van het peilbesluit.
Voor het opstellen van het peilbesluit voor de stadsboezem van Gouda is in 2000 voor vijf jaar uitstel aangevraagd en verkregen van de provincie Zuid-Holland.

De Wet op de waterhuishouding stelt dat waterschappen die oppervlaktewater uitwisselen, onderling waterakkoorden moeten afsluiten. Hierin staan de afspraken voor de uitwisseling van water en voor de evaluatie ervan. De startnotitie Waterakkoorden is bestuurlijk vastgesteld. Inmiddels zijn de activiteiten gestart. Het afronden van het waterakkoord met het hoogheemraadschap van Delfland heeft daarbij prioriteit.

De problematiek omtrent de waterhuishouding in de bollenstreek heeft in 2000 meer aandacht gevraagd dan was voorzien. In overleg met betrokken partijen zijn wel de nodige vorderingen geboekt over de aanpak van de problemen.

Waterlopen

In 2000 is een pilot afgerond naar gericht op het vaststellen van de meest geschikte methoden voor het meten van de profielen van de boezemwatergangen en de kunstwerken. Op basis van de uitkomsten zal naar verwachting in 2001 een uitvoerig meetprogramma starten.

Natuurvriendelijke oevers

Met betrekking tot de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs boezemwater kiest Rijnland ervoor om mee te doen met initiatieven die worden ontwikkeld door derden.

Daar waar herinrichting of aanleg van een oever door Rijnland aan de orde is, kiest Rijnland in eerste instantie voor een natuurvriendelijke oever. Voor het monitoren van de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers is in opdracht van Rijnland in 2000 een methodiek ontwikkeld.

Neerslag en peilbeheer

In het verslagjaar was het uitzonderlijk warm en nat, met een normale hoeveelheid zon. Binnen Rijnland is er in 2000, net als in 1998 en 1999, veel neerslag geweest. De neerslag in Nieuwe Wetering, het midden van het beheersgebied, bedroeg in totaal 1.063 millimeter. Daarmee was 2000 natter dan het langjarig gemiddelde (1961-1990) van 840 millimeter. Vooral de maanden februari, mei, oktober, november en december scoorden hoog. In november viel meer dan de dubbele hoeveelheid die gemiddeld valt in die maand, namelijk 188,2 millimeter tegen 91,2 gemiddeld. Sinds 1870 is het in november niet zo nat geweest.

De gemiddelde jaartemperatuur bedroeg in 2000 (net als in 1990 en 1999) 10,9 ¡C tegen een langjarig gemiddelde van 9,4 °C. De gemiddelde waterstand in Nieuwe Wetering, kende in 2000 opnieuw een lichte daling tot een waarde van NAP -0,60 meter, een en ander gebaseerd op de waarnemingen van zeven uur 's ochtends. De laagst gemeten boezemstand bedroeg NAP -0,67 meter en werd gemeten op 15 april. De hoogst gemeten boezemstand bedroeg NAP -0,483 en werd gemeten op 11 november.

November 2000 - Boezembeheer onder bijzondere omstandigheden

De eerste helft van november 2000 kende veel neerslag. De daaraan voorafgaande dagen eind oktober waren eveneens nat. In de periode van 8 tot en met 11 november is er in totaal ruim 83 millimeter afgetapt, met een piek van 39,4 millimeter op 10 november om 7 uur 's morgens. Ondanks de vele neerslag is het peil in Nieuwe Wetering in deze natte periode tot 10 november niet boven de NAP -0,62 meter (winterpeil) geweest. In de loop van 10 november viel in korte tijd zoveel neerslag dat het peil, ondanks de maximale inzet van alle bemalingcapaciteit, niet meer was te handhaven op het winterpeil. Dit leidde, mede als gevolg van het volledig verzadigde boezem- en polderland, tot een stijging van het boezempeil met ongeveer 0,5 cm per uur tot een maximumpeil van NAP -0,483 meter in Nieuwe Wetering op 11 november. Aangezien dit het midden van het beheersgebied is, is hier de peiloverschrijding het grootst geweest (0,14 meter). Aan de randen van het gebied was de overschrijding van het peil geringer.

Naar aanleiding van de forse peilstijging werd op het kantoor van Rijnland in Leiden een operationeel en een beleidsteam gevormd. Het operationeel team, dat in ploegendiensten draaide, bestond uit boezembeheerders en direct betrokken materiedeskundigen. Het beleidsteam, dat enkele keren per dag bijeenkwam, bestond uit bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers van Rijnland en de inliggende waterschappen, Wilck en Wiericke, Groot Haarlemmermeer en de Oude Rijnstromen.

Uiteindelijk werd extra capaciteit ingezet ter bestrijding van de hoge boezemstand, aangezien de reguliere inzet van de vier Rijnlandse gemalen (totale capaciteit ca. 154 m3/s) niet toereikend was. Het betrof:

  • in Spaarndam: inzet noodvijzel (+ 5 m³/s);
  • in Katwijk: hoger toerental dieselmotoren (+ 3,6 m³/s);
  • in Leidschendam: afvoer door het hoogheemraadschap van Delfland. Eerst 2,7 en uiteindelijk 8 m3/s (Rijnland en Wilck en Wiericke voerden daarentegen weer water voor Delfland af uit Leidschenveen via de Driemanspolder naar Rijnlands boezem);
  • in Krimpen aan den IJssel: vroegtijdige sluiting stormstuw, bij laag water. Als gevolg van de blijvend lage waterstand was er sprake van een geringe opvoerhoogte en kon gemaal Gouda met volle capaciteit in bedrijf blijven.

Naast een gunstiger weersituatie vanaf 11 november en de reguliere bemalingcapaciteit hebben deze maatregelen (in totaal een toename van de bemalingcapaciteit met ongeveer 15%) er in de nacht van 11 op 12 november toe geleid dat de boezemstand vanaf dat moment langzaam maar gestaag daalde. Zondag 12 november om 16:00 uur werd besloten het beleids- en het operationele team op te heffen. De boezemstand was inmiddels gedaald tot een waarde van NAP -0,60 meter, een normale waterstand in de winterperiode.

Waterbalans van Rijnland

  waterbalans

Toelichting op de waterbalans

De opzet van de waterbalans van 2000 wijkt af van de waterbalansen in de voorgaande jaren. Daarbij werd het gehele gebied van Rijnland, ca. 100.000 hectare (boezem, boezemland en polders) in de berekeningen betrokken.
In de waterbalans voor 2000 wordt slechts uitgegaan van de naar het boezemwater aangevoerde hoeveelheid water (onder meer afkomstig van neerslag, a.w.z.i.'s, uit polders en van inlaatpunten), en de hoeveelheid afgevoerd boezemwater (onder andere via de boezemgemalen en naar de polders). De beschouwde oppervlakte bedraagt dan ca. 4.500 hectare.

Water aan- en afvoer

Evenals 1999 was dus ook 2000 een nat jaar. Er is in 2000 circa 760 miljoen m³ water afgevoerd door de vier boezemgemalen. Dit komt overeen met een laag water van 76 centimeter binnen het beheersgebied van Rijnland.
Het maximale waterbezwaar, gedefinieerd als de maximale hoeveelheid water die binnen 24 uur op de boezem wordt aangevoerd en moet worden afgevoerd door de vier boezemgemalen, werd gemeten op 10 november en bedroeg 16,47 miljoen m³. Omdat de bemalingscapaciteit 13,24 miljoen m3 bedraagt, is op die dag een deel van het overtollige water in de boezem geborgen, zodat er sprake was van een tijdelijke verhoging van de boezemstand in die novembermaand, zoals hierboven omschreven.

Automatisering Boezembeheer Rijnland

  overzicht boezemstanden en neerslag in Nieuw Wetering

Enkele jaren geleden is het project Automatisering Boezembeheer Rijnland (ABR) gestart. In 2000 is een nieuwe fase in dit project aangebroken. In een eerdere fase is het verzamelen van meetinformatie uit het veld geautomatiseerd. Momenteel beschikt Rijnland voor het peilbeheer over een volautomatisch meetnet. Op 19 locaties, verspreid door het Rijnlandse gebied, worden allerlei meetgegevens automatisch ingewonnen en naar Leiden doorgestuurd. Het gaat hierbij om gegevens over de gevallen neerslag, de waterstanden, wind, inzet van poldergemalen en de verzilting van het boezemwater.
Een volgende stap in het ABR-project was het automatisch voorspellen van de inzet van de gemalen. Hiervoor is een aantal rekenkundige modellen in gebruik die op basis van de reeds gevallen neerslag en een speciaal voor Rijnland vervaardigd weerbericht van Meteo Consult een voorspelling doen over de hoeveelheid water die binnenkort moet worden afgevoerd. Deze informatie wordt volautomatisch in het computersysteem verwerkt. Op basis van vooraf opgegeven randvoorwaarden wordt aansluitend de gemaalinzet bepaald.

In 2000 is een tweetal stappen gezet in een verdere automatisering van het peilbeheer. Zo is in Halfweg in het kader van het project ABR de bestaande dieselaandrijving vervangen door nieuwe elektromotoren. Tevens is het gemaal geschikt gemaakt voor onbemand bedrijf. Dit betekent dat er tijdens het maalbedrijf geen Rijnlander aanwezig hoeft te zijn en tevens dat het gemaal op afstand aan- en uitgezet kan worden. Nadat tot maart 2000 eerst uitgebreid is getest, draait het gemaal sinds die tijd volautomatisch met bediening vanuit Leiden.
In Katwijk zijn in 2000 voorzieningen getroffen die het mogelijk maken de daar aanwezige elektromotor (capaciteit 18 m³/s) onbemand in te kunnen zetten.
Na een proefperiode wordt sinds juni 2000 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Door de automatisering van Halfweg en Katwijk kan 51 m³/s (33% van de totale bemalingscapaciteit) onbemand worden ingezet.

Water- en waterbodemkwaliteit

Waterkwaliteit

In het kader van de eutrofiëringbestrijding zijn de volgende activiteiten ontwikkeld:

  • Diepe putten projecten: het project Haarlemmermeerse Bosplas is in uitvoering. Voor het project Zegerplas is de verkennende fase afgerond en de haalbaarheidsstudie gestart.
  • Ondiepe veenplassen: voor de projecten Geerplas en Nieuwkoopse plassen is de inhoudelijke evaluatie gereed. Binnen de Venen loopt het project Nieuwkoopse plassen verder.
  • Gemeentelijke rioleringsplannen (GRP): een aantal gemeenten beschikt inmiddels over een tweede generatie GRP. Hierin zijn concrete maatregelen uitgewerkt.
  • Basis Rioleringsplannen (BRP): een groot aantal gemeenten is inmiddels bezig met het opstellen of het afronden van hun BRP. De waterkwaliteitstoetsing door Rijnland loopt goed, al vertoonde het toetsingsmodel begin van het jaar veel technische mankementen, waardoor de toetsing in het eerste half jaar niet vorderde.
  • Subsidieregeling Buitengebied: de eerste subsidie - aan de gemeente Voorhout - is verleend. Inmiddels zijn enkele aanvragen in behandeling.
  • Eutrofiëring en zuurstofhuishouding: dit project moet leiden tot brongerichte, gebiedsgerichte en effectgerichte maatregelen om de eutrofiëring te bestrijden. De startnotitie is voorzien voor begin 2001.
  • Beleidskader herinrichting diepe putten: in 2000 zijn de beleidsuitgangspunten en het juridisch kader met betrekking tot de inrichting van diepe putten uitgewerkt en vastgesteld.

In de loop van 2000 is in samenwerking met de waterschappen binnen Rijnland het project Verziltingsbestrijding opgestart.
De wijze van defosfateren van de effluenten van Rijnlandse afvalwaterzuiveringsinstallaties (a.w.z.i.'s) is in de loop van 2000 uitgewerkt en heeft geleid tot een brede bestuurlijke belangstelling.
Mede met behulp van het nieuwe modelinstrumentarium voor de waterkwaliteit, zijn de verschillende scenario's onderbouwd met de te verwachten effecten op de waterkwaliteit.

   grafieken van de concentratie stikstof en fosfor in de boezemmeren en boezemkanalen en een overzicht van de in 2000 gemeten hoeveelheden metalen.

Waterbodem

In 2000 is een regeling voor kleine baggerknelpunten bestuurlijk vastgesteld. Met de uitvoering ervan wordt in 2001 begonnen. Ook is een bestuurlijk standpunt bereikt over de onderhoudsplicht.
De huidige Prioriteitennota Baggeren wordt geactualiseerd. Om de periode te overbruggen tot en met het vaststellen van de Nota baggerbeleid, wordt een interimbaggerprogramma voorbereid. Hierbij worden de watergangen uit de Prioriteitennota 1996 getoetst aan de nieuwe beoordelingscriteria watergangen die in voorbereiding zijn.
In de loop van 2000 is de rol van Rijnland bij initiatieven van derden (rijk, provincie, gemeenten) met betrekking tot baggeren verder ingevuld.
Om invulling te geven aan de stortbehoefte voor baggerspecie heeft het samenwerkingsverband Baggerstort Zuid-Holland (BZH), waarin Rijnland participeert, initiatief genomen tot het oprichten van een grootschalige definitieve baggerstortlocatie: de Oostvlietpolder. De procedure rond de bestemming verloopt uitermate stroef (onder andere als gevolg van de besluitvorming door de provincie) en in de loop van 2000 is de haalbaarheid van de stortlocatie zwaar onder druk komen te staan.

Integrale plannen en projecten

Peilbeheer en waterkwaliteit

In het WBP-2000 is peilbeheer en waterkwaliteit opgenomen als belangrijk speerpunt. Binnen dit veld is een aantal resultaten geboekt, waaronder een studie flexibel peilbeheer en een studie drooglegging kleigronden.
Samen met het waterschap Wilck & Wiericke is in de Noordplaspolder een pilot gestart waarbij het peil daadwerkelijk is verhoogd.

Water in de stad

In het WBP-2000 is 'Water in de stad' eveneens een belangrijk speerpunt. De volgende activiteiten zijn ontwikkeld:

  • Beleidsnotitie Planvorming Stedelijk gebied: Deze is in 2000 samen met de inliggende waterschappen opgesteld. Op basis van dit beleidskader krijgt de inbreng vorm vanuit de waterschappen bij planvorming en inrichting van het stedelijk gebied.
  • Stedelijke waterplannen: het waterplan Zoetermeer wordt opgesteld. De officiële start van het waterplan Gouda heeft plaatsgevonden en de uitwerking loopt. In 2000 zijn de gemeenten Haarlem, Leiden en Velsen met de voorbereidingen van hun waterplannen begonnen.
  • Participeren in inrichtingsprojecten: het betreft projecten in de Haarlemmermeer, Poelgeest, Roomburg en Veldzicht.

Water in het landelijk gebied

Met betrekking tot Water in het landelijk gebied ontwikkelde Rijnland de volgende activiteiten:

  • Waterkansenkaarten: Er zijn belangrijke resultaten geboekt ten aanzien van het opstellen van waterkansenkaarten. Concepten van waterkansenkaart zijn opgesteld voor het Groene Hart, de Haarlemmermeer, Zuid-Kennemerland en de Venen.
  • Algenbestrijding: De Haarlemmermeerse Bosplas had in de zomerperiode vaak te kampen met drijflagen blauwalgen. Plannen zijn opgezet om deze algen door middel van een beluchtingsinstallatie te bestrijden.

Vergunningen en emissies

Algemeen

De aanpak van diffuse bronnen is in het afgelopen jaar goed ingebed in de Rijnlandse organisatie. Zowel in Noord- als in Zuid-Holland is een aantal werkgroepen actief waarin Rijnlanders meewerken. Getracht wordt deze provinciale werkgroepen zoveel mogelijk samen te voegen.
Het aantal afgegeven keurvergunningen is sterk gestegen. Ook de werkzaamheden in het veld namen sterk toe. De implementatie van het bouwstoffenbesluit vergde veel tijd. Hierdoor kon relatief weinig tijd besteed worden aan de ontwikkeling van het keurbeleid.

In de startnotitie lozingenbeleid a.w.z.i.'s is vastgelegd, dat er beleid moet worden ontwikkeld om de eigen inspanningen van Rijnland als zuiveringsbeheerder af te zetten tegen de stagnerende waterkwaliteit. Met andere woorden: op welke a.w.z.i. zouden maatregelen genomen kunnen en moeten worden om te zorgen voor de na te streven oppervlaktewaterkwaliteit? Eind 2000 is een plan van aanpak opgesteld.

Keurvergunningen

De keur is de verordening van Rijnland waarin de gebods- en verbodsbepalingen staan met betrekking tot waterbeheersing en waterkering.
In het jaar 2000 zijn op grond van deze keur 415 vergunningen verleend.
De specificatie geeft inzicht in welke categorieën de verleende keurvergunningen zijn te rangschikken. Eveneens is er een onderverdeling gemaakt in het soort werk.

  tabel vergunningen
  grafiek keurvergunningen

Onttrekken

Bij de verlening van keurvergunningen voor het dempen van boezemwater en het graven van boezemland tot boezemwater vindt toetsing plaats aan het zogenoemde dempingsbeleid. Uitgangspunt hierbij is dat in principe iedere demping moet worden gecompenseerd door het graven van een zelfde hoeveelheid land tot boezemwater in de nabije omgeving.
Door dit beleid is in 2000 het boezemwateroppervlak met ruim 1 hectare toegenomen. Gedurende de afgelopen 5 jaar is het boezemwateroppervlak met ruim 12 hectare toegenomen.

Ontzilt zeezand

Voor het bouwrijp maken van terreinen wordt veelvuldig zeezand gebruikt. Uit dit zeezand moet eerst zout worden gespoeld, omdat dit een negatieve invloed heeft op de waterkwaliteit. Nadat deze spoeling heeft plaatsgevonden wordt er een behandelingscertificaat afgegeven. De totale aanvoer van ontzilt zeezand met behandelingscertificaat via de sluis in Ijmuiden bedraagt in 2000 circa 2.278.000 ton. Van deze hoeveelheid vond circa 872.917 ton zijn eindbestemming binnen Rijnland.
Verreweg de grootste afnemer is Amsterdam met circa 747.000 ton.

Boezemschouw

Jaarlijks wordt Rijnlands boezem geïnspecteerd Eigenaren van boezemwater moeten dit onderhouden, zodat de afvoer van overtollig water niet wordt belemmerd. Degenen die niet aan deze onderhoudsplicht voldoen worden in eerste instantie aangeschreven. Over het algemeen komt men dan de verplichtingen alsnog na.
Het aantal aanschrijvingen in het kader van de jaarlijkse boezemschouw bedraagt in 2000 1.247. Hiervan bleven er 120 over die een tweede brief (herschouwbrief) hebben ontvangen.

Bladschouw

Jaarlijks wordt tussen 15 januari en 31 januari de zogenoemde bladschouw gehouden. Tijdens deze schouw wordt specifiek gekeken naar ingevallen blad in boezemwater.
In 2000 bedroeg het aantal aanschrijvingen met betrekking tot deze bladschouw 53.
In uiteindelijk 17 gevallen is bestuursdwang toegepast.

Vergunningverlening Wet verontreiniging oppervlaktewateren

  grafiek aantal wvo-vergunningen

In het verslagjaar zijn 42 Wvo-vergunningen (Wet verontreiniging oppervlaktewateren) verleend voor lozingen van industriële bedrijven. Daarnaast is aan 120 bedrijven onder bepaalde voorwaarden schriftelijk toestemming verleend voor kortdurende kleine lozingen. Aan de laatste groep van bollenbedrijven is dit jaar een vergunning op basis van de Wvo verleend. Daarmee beschikken nu alle vergunningplichtige agrarische bedrijven daadwerkelijk over een vergunning. Verder is dit jaar een aantal Wvo-vergunningen geactualiseerd, omdat de bedrijfsvoering is gewijzigd.
De verlening van aansluitvergunningen stagneerde doordat weinig aanvragen voor vergunningen zijn ontvangen. Er zijn twee aansluitvergunningen verleend en met twee gemeenten is overleg gaande. Ook de start tot het verlenen van overstortvergunningen verliep moeizaam.
Veel energie is gestoken in de evaluatie van tien jaar monitoring van bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater. Het benoemen van de probleemstoffen en de omzetting hiervan in specifieke stofgerichte activiteiten was niet gepland maar was, gelet op de actualiteit van de 'elf landbouwkundig onmisbare stoffen', een zinvolle investering.
In 1999 heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat het plaatsen van geïmpregneerd hout in oppervlaktewater een lozing is die onder het vergunningenregime van de Wvo valt. De houtimpregneerbedrijven in Nederland hebben dat altijd ontkend en derhalve de rechter om een uitspraak gevraagd. Op 2 november van dat jaar heeft de Raad van State Rijnland met betrekking tot de aanpak van geïmpregneerd hout in het gelijk gesteld. De appellanten worden aangeschreven het reeds in 1995 geplaatste hout te verwijderen.

Aanpak bestrijdingsmiddelen

Rijnland meet bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater in het glastuinbouw-, het boomteelt- en het bollengebied. Het grootste probleem vormen de stoffen die frequent boven het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) worden aangetroffen.
Via voorlichting, vergunningverlening en handhaving worden de emissies teruggedrongen. Daarnaast doet Rijnland een beroep op andere organisaties. De algemene inspectie dienst (AID) is gevraagd om meer controles uit te voeren op bestrijdingsmiddelen in dompelbaden, het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) is gevraagd om enkele middelen in te trekken, omdat alternatieven voorhanden zijn met een lagere milieubelasting.

Veel inzet is gepleegd om telers te laten zien dat er goede alternatieven zijn voor het gebruik van het onkruidbestrijdingsmiddel simazin in de boomteelt.
Zo financierde Rijnland een demonstratieveld op het Boomteeltpraktijkonderzoek. Telers konden zien dat een ander, minder milieuschadelijk bestrijdingsmiddel, beter werkt en minder gewasschade geeft. Het meest wenselijke alternatief - het gebruik van een afdekmateriaal van stropulp - is nog niet praktijkrijp. Telers wordt afgeraden het middel simazin nog langer te gebruiken. De resultaten zijn tevens opgestuurd naar het CTB.
In het najaar werden opnieuw hoge gehalten van het bolontsmettingsmiddel carbendazim aangetroffen in het oppervlaktewater in de bollenstreek. Op 15 van de 20 locaties zijn concentraties gemeten met een overschrijding van meer dan vijf maal de MTR-waarde. Wat opvalt zijn de enorme pieken: zo is een overschrijding van meer dan 200 keer de MTR geconstateerd. Nog altijd is het morsen en uitdruipen van het ontsmettingsmiddel van de bollen en het bollenfust de belangrijkste emissieroute. Met voorlichting in de vakpers, op radio en tv is geprobeerd om de gehele doelgroep te bereiken. Ook is in het najaar een gerichte handhavingsactie uitgevoerd. In het regionaal overleg met de bollentelers wordt gezocht naar structurele oplossingen voor het carbendazimvraagstuk.

Grote infrastructurele projecten

Met de Projectorganisatie van de HSL-Zuid is in 2000 over het vergunningentraject en de inrichting van het werkterrein in de Bospolder in Leiderdorp regelmatig overleg gevoerd. Voor de aanleg van de HSL moet Rijnland ongeveer 25 keur- en Wvo-vergunningen verlenen. Centraal staat daarbij de eis van zowel Rijnland als van de inliggende waterschappen dat tijdens de bouwfase én in de gebruiksfase van de HSL de verzilting niet mag toenemen. Medio 2000 is het werkterrein ingericht en zijn de eerste bouwactiviteiten gestart. Op 15 oktober is de Tracéwet van toepassing verklaard op de aanleg van de HSL. Dat betekent dat alle vergunningenaanvragen onder dezelfde openbare voorbereidingsprocedure vallen en dat zij geclusterd moeten worden. Bovendien moeten zij gecoördineerd worden behandeld. De behandelingsduur is maximaal zes maanden.
Ook is gestart met de aanleg van de 5e baan op de luchthaven Schiphol. Daartoe heeft Rijnland meegepraat via het afstemmingsoverleg Corus en is een tiental Wvo-vergunningen verleend.
De milieu-effectrapportage (MER) 'baggerspecie Nieuwe Meer' is dit jaar volledig doorlopen, resulterend in een rapport waaruit geconcludeerd wordt dat er minimale effecten voor de waterkwaliteit worden verwacht.

Handhaving

Nota Handhaving Wvo 2001

Eind 2000 is de nota handhaving Wvo 2001 vastgesteld. Deze nota is een actualisering van de nota uit 1998 en bevat een visie op de handhaving van de Wvo en op alle recente ontwikkelingen in dat beleidsveld.

Bedrijfscontroles

Het afgelopen jaar zijn in totaal 600 agrarische bedrijfscontroles uitgevoerd. Dit aantal is achtergebleven bij de planning omdat een aantal functies niet kon worden ingevuld. Ook heeft het implementatietraject van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) open teelt een mensjaar tijd gekost.
In de maanden september en oktober zijn bollenteeltbedrijven gecontroleerd die zich bezighouden met het ontsmetten. Deze seizoensgebonden activiteit veroorzaakt bij overtreding van de regels een hoge piek aan ontsmettingsmiddelen in het oppervlaktewater. De controles zijn uitbesteed aan een extern bedrijf. In totaal zijn 125 bollenteeltbedrijven gecontroleerd, waarbij 36 dwangsomprocedures zijn opgestart. Het inhuren van een extern bureau heeft zich als efficiënt en doelmatig bewezen. Voor kortdurende, periodieke, risicodragende activiteiten die een piek in de werkbelasting veroorzaken, kan voor deze werkwijze opnieuw worden gekozen.
Op 1 maart 2000 is de AMvB open teelt en veehouderij in werking getreden. Het afgelopen jaar is intensief aandacht besteed aan het implementatietraject van de AMvB. Naast informatieavonden zijn meldingsformulieren verzonden en na terugzending in behandeling genomen. Alle informatie uit de meldingsformulieren is vastgelegd in een bestand, dat dient voor controles in de toekomst. De wijze van uitvoering van het toezicht op de naleving van de AMvB is eind 2000 voorgelegd aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden (D&H).
In totaal zijn 1400 bedrijfscontroles uitgevoerd bij industriële bedrijven. De handhavingdoelstelling van 10 % van het totaal aantal gecontroleerde bedrijven waarbij een of meerdere overtredingen is geconstateerd, is opnieuw gehaald. In vier gevallen is een dwangsomprocedure opgestart die alle hebben geleid tot beëindiging van de overtreding.

Handhavingsamenwerking

In het kader van de versterking van de samenwerking tussen handhavingpartners is in 2000 opnieuw invulling gegeven aan de bestuursovereenkomsten tussen de handhavingpartners om handhaving van milieuwetgeving gezamenlijk gestalte te geven.
Rijnland heeft met diverse partners aan de projecten jachthavens, bouwstoffenbesluit, probleembedrijven, signaaltoezicht, en handhavingstrategie een bijdrage geleverd.
Rijnland is in 2000 projectleider geweest van het provinciebrede project 'Opzetten overlegstructuur Zuid-Holland'. In februari 2001 wordt het rapport van de projectgroep verwacht. Tevens heeft de portefeuillehouder handhaving van Rijnland zitting gehad in de klankbordgroep Bestuursovereenkomst en de stuurgroep Omgevingsanalyse. In 2000 is een project Samenwerking bestrijdingsmiddelen opgezet in diverse regio's uitgevoerd met als doel versterking van het signaaltoezicht van de verschillende handhavingpartners bij de agrarische sector. Dit heeft geleid tot een aantal checklists die door de AID en gemeenten worden gehanteerd.
Een bijzondere vorm van samenwerking bestaat uit het toezicht dat door Rijnland wordt uitgevoerd op de naleving van de Wet afvalwater. De gemeenten zijn het bevoegde gezag voor deze indirecte lozingen op de riolering, maar het ontbreekt hen vooralsnog aan voldoende expertise. Rijnland heeft echter op contractbasis en tegen betaling het toezicht uitgeoefend in opdracht van de gemeenten Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten, Valkenburg en Voorhout. Deze vorm van samenwerking is voor alle partners bevredigend verlopen en krijgt navolging.

Bestuurlijke en stafrechtelijke handhaving

In totaal zijn 84 dwangsomprocedures bij agrarische bedrijven en vier bij industriële bedrijven gestart. In twee gevallen heeft dit uiteindelijk moeten leiden tot inning van de opgelegde dwangsom.
In totaal zijn 25 processen-verbaal opgemaakt. De aanschaf van een nieuwe boot heeft vertraging opgelopen, waardoor minder op overtredingen op het water kon worden gecontroleerd.

Klachten

Over het klachtenpatroon over 2000 zijn geen bijzonderheden te noteren. Wel heeft de aanhoudende regenval in november geleid tot een groot aantal klachten wegens een te hoog waterpeil.

Monstername en analyse

De bemonsteringsplanningen voor oppervlaktewater en a.w.z.i.'s zijn volledig uitgevoerd. Er is achterstand ontstaan in het bemonsteren van waterbodems.

Het hydrobiologisch onderzoek is na een versnelde start (zachte winter, warm voorjaar), geheel volgens planning verlopen. Ook de geplande dienstverlening betreffende het hydrobiologisch onderzoek voor het hoogheemraadschap van Schieland en het zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden zijn binnen de afgesproken periode uitgevoerd en gerapporteerd.

Binnen het chemische en bacteriologisch onderzoek is het geplande onderzoek uitgevoerd. De investeringen zijn door genoemde organisatieveranderingen naar het tweede deel van het jaar verschoven. Hierdoor is slechts 50% van de apparatuur vervangingen gerealiseerd, de rest is doorgeschoven naar 2001. Behalve voor Schieland is in 2000 ook voor het hoogheemraadschap van Delfland chemisch en bacteriologisch laboratoriumonderzoek uitgevoerd.

De Raad van Accreditatie heeft het kwaliteitssysteem dit jaar zeer uitgebreid beoordeeld en in orde bevonden. De scope is aangepast. Naast het aandachtspunt 'conformiteit' werd de afhandeling tussen monstername en laboratoriumonderzoek uitgebreid getoetst. Het aandachtspunt voor 2000 werd de problematiek rond de bewaartermijn van het monster. Per type monstermateriaal en per test moet een bewaartermijn worden vastgesteld en bewaakt. Volgend jaar worden de genomen maatregelen getoetst.

Naar boven