In 2000 is en reorganisatievoorstel opgesteld. In 2001 vindt besluitvorming en implementatie plaats. Pas in de loop van 2001 zal de vernieuwde sector 'in functie' zijn.
De meeste a.w.z.i.'s zijn nu van het moderne actiefslib-type en produceren vergaand gezuiverd effluent. Er resteren nog vijf a.w.z.i.'s van het type oxidatiebedinstallatie: Zandvoort, Noordwijkerhout, Noordwijk, Boskoop en Waddinxveen.
Op de a.w.z.i. Zandvoort zijn, in verband met stankklachten, de oxidatiebedden uit bedrijf genomen. Het minder ver gezuiverde effluent wordt afgevoerd naar de a.w.z.i. Haarlem Waarderpolder. Deze a.w.z.i. zorgt ervoor dat het effluent aan de huidige eisen voldoet.
In 2000 is ten aanzien van Zandvoort een planvormingstudie gestart. De resultaten hiervan zijn medio 2001 beschikbaar. Het ziet er naar uit dat a.w.z.i. Zandvoort wordt gesloten en het afvalwater naar a.w.z.i. Haarlem Waarderpolder gaat, waarbij de vijvers op het autocircuit in voorkomende situaties een bufferfunctie krijgen.
De a.w.z.i.'s Noordwijk en Noordwijkerhout maken deel uit van een planvormingstudie die de gehele Leidse Regio, inclusief het bollengebied, omvat. De conceptplannen voor het al dan niet bebouwen van vliegveld Valkenburg en delen van de bollenstreek zijn bepalend voor de uiteindelijk keuze van zuiveringslocaties.
Binnen vijf jaar start de uitbreiding van de a.w.z.i. Reeuwijk Randenburg. De a.w.z.i. is dan in staat om het rioolwater van Waddinxveen en Boskoop te zuiveren, waarna de oude a.w.z.i.'s uit bedrijf worden genomen.
De resultaten van dit verslagjaar voldoen volledig aan de verwachting.
De zuiveringsrendementen werden gehaald, het onderhoud bleef binnen de grenzen, en het verbruik van gas, water, elektra en chemicaliën kwam nagenoeg op de begroting uit.
Grote storingen, dat wil zeggen met calamiteuze gevolgen, hebben zich niet voorgedaan.
In de periode van hevige regenval, van 9 tot 11 november en de dagen daarna, hebben de boezemgemalen ongestoord en op topcapaciteit hun werk gedaan.
Samen met het Duinwaterleidingbedrijf Zuid-Holland en de gemeente Noordwijkerhout zijn de eerste verkenningen gestart om te komen tot een intensievere samenwerking op het gebied van afvalwaterverwerking en rioolbeheer.
In 2000 werd gemiddeld per dag het afvalwater van 1.2 miljoen inwoners verwerkt, met daarin 2,1 ton fosfaat, en 15,6 ton stikstof.
Het zuiveringsrendement voor fosfaatverwijdering kwam (gebiedsgemiddeld) op 78% en dat voor stikstofverwijdering op eveneens 78%.
Het rendement voor de verwijdering van zuurstofbindende stoffen bedroeg 90%.
Deze resultaten voldoen ruimschoots aan de Wvo-vergunningen.
grafiek verwijderingsrendementen
De afvoer van slib bedroeg in het verslagjaar 103.220 ton, waarvan 20,4% vaste stof. Begroot was 100.993 ton met 20,8% vaste stof. Er is gedurende het jaar een programma opgestart om de slibontwatering op de diverse installaties te verbeteren.
Teneinde de bedrijfszekerheid van de boezemgemalen Gouda en Katwijk te waarborgen, is in de loop van 2000 de hoeveelheid reserveonderdelen sterk uitgebreid. Voor deze oude gemalen (bouwjaar 1938 resp. 1953) zijn de onderdelen namelijk niet meer standaard voorradig. Een deel van de onderdelen is op de tweedehandsmarkt gevonden en het overige is speciaal gemaakt. Voor beide gemalen zijn inmiddels moderniseringsplannen in voorbereiding.
Over het onderhoud aan de installaties is een notitie geschreven met betrekking tot de organisatie, formatie, financiële zaken, informatie en administratie. Een deel van deze voorstellen is uitgewerkt en wordt inmiddels toegepast. Ook na de reorganisatie van de hoofdafdelingen Projecten en Werkenbeheer blijft de voorgestelde regionale organisatie gehandhaafd. De formatie wordt verder volgens het voorstel aangepast.
Op 14 april is het Rijnlandshuis door Z.K.H. de Prins van Oranje onder grote belangstelling feestelijk geopend. Daags erna was er een publieksdag die ondanks slecht weer een aanzienlijk aantal bezoekers naar de nieuwbouw trok. De bezoekers werden rondgeleid en toonden veel belangstelling voor alle noviteiten en milieuaspecten die kenmerkend zijn voor het Rijnlandshuis. In het afgelopen jaar zijn tientallen groepen op bezoek geweest om zich te laten voorlichten over de bijzonderheden. De bezoekers vertegenwoordigden onder andere universiteiten, ministeries, platforms op het gebied van duurzaam bouwen, architectenverenigingen en bouwsectoren. Ook een afvaardiging namens de Europese Unie vereerde ons met een bezoek.
Het gewenningsproces aan het nieuwe Rijnlandshuis is soepel verlopen. De inregeling van een deel van de technische installaties heeft het afgelopen jaar de nodige aandacht gevraagd. Dit gold vooral voor het systeem van de daglichtafhankelijke verlichting en het systeem van de ondergrondse energieopslag in combinatie met de warmtepomp. Gelukkig heeft dit niet geleid tot overlast voor de medewerkers.
Inmiddels zijn veel problemen opgelost, terwijl voor andere zaken de oplossing voorhanden is.
Bij het onderhoud zet de daling van de onderhoudskosten zich voort. Dit komt vooral door de nieuwbouw van de laatste jaren.
In de Haarlemmermeer zijn tal van grote infrastructurele werkzaamheden aan de gang die op tientallen plaatsen raakvlakken hebben met transportleidingen. Ondanks intensieve begeleiding c.q. controle op de uitvoering daarvan, raakten toch twee transportleidingen lek door werkzaamheden van derden. Herstel vond plaats zonder gevolgen voor de waterkwaliteit.
Om de aanleg van de HSL mogelijk te maken werd de transportleiding Roelofarendsveen-Nieuwe Wetering door middel van een gestuurde boring omgelegd. De leidingen Hoofddorp-Zwaanshoek werden omgelegd om de aanleg van de N22 mogelijk te maken. De kosten voor deze omleggingen komen nagenoeg geheel voor rekening van derden.
Alle panden in de Leidse binnenstad, met uitzondering van het Gemeenlandshuis werden afgestoten.
Het Gemeenlandshuis is overgedragen aan de Stichting Beheer Gemeeneland.
Het Gemeenlandshuis is, voor zover het de verdiepingen betreft, per medio 2000 verhuurd aan de Stichting Erfgoedhuis Zuid-Holland. Het behoud van het historische Gemeenlandshuis is met deze constructie tot in de verre toekomst zeker gesteld.
Het jaar 2000 kenmerkte zich vooral door het uitvoeren van de zogenaamde planvormingstudies. Dit zijn studies waarbij een inventarisatie wordt gedaan naar de ontwikkelingen voor de komende twintig dertig jaar op het gebied van onder meer waterbeheer, peilbeheer en waterkwaliteit. Met de gegevens uit de planvormingstudies kan ook de behoefte aan nieuwe investeringen voor de komende vijftien jaar worden geraamd. Planvormingstudies zijn uitgevoerd zowel op het gebied van zuiveringstechnische werken als voor waterstaatkundige werken.
