In de loop der jaren zijn de grootste bronnen van stedelijke watervervuiling stevig aangepakt. Vooral de industriële en huishoudelijke lozingen op het oppervlaktewater zorgden destijds voor veel overlast; stinkende, dode stadswateren waren meer regel dan uitzondering. Deze oorzaken zijn vanaf de jaren zeventig met succes aangepakt. Industriële lozingen in de stad komen nauwelijks meer voor en vrijwel al het huishoudelijk afvalwater wordt gezuiverd.
De laatste jaren blijkt de verbetering van de waterkwaliteit echter te stagneren. De reden is dat er nog veel verspreide lozingsbronnen zijn, die per stuk weliswaar weinig verontreiniging geven, maar die door hun massale toepassing toch voor veel verontreiniging zorgen. Dit zijn de zogeheten diffuse bronnen. In algemene zin gaat het dan over de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen vanuit de landbouw, verontreiniging vanuit de scheepvaart, afspoeling van verontreiniging van wegen en neerslag van stoffen uit de lucht. In het stedelijk gebied komen daar nog een paar bronnen bij: zinken dakgoten en regenpijpen, koperen dakbekledingen en drinkwaterleidingen en het gebruik van lood.
Deze zware metalen komen via het regen- en in mindere mate drinkwater in het oppervlaktewater terecht of worden via de riolering naar een afvalwaterzuiveringinstallatie afgevoerd. In het laatste geval komen de metalen deels in het zuiveringsslib terecht; een ander niet onbelangrijk deel passeert de zuivering en komt alsnog in het oppervlaktewater terecht.
Alternatieven voor lood, koper en zink zijn in ruime mate voorhanden. Door middel van voorlichting aan gemeenten, architecten en aannemers stimuleert Rijnland, als waterkwaliteitsbeheerder, het gebruik ervan. Daarnaast is er een omvangrijk pakket van richtlijnen die het gebruik van schadelijke bouwstoffen zoveel mogelijk moeten beperken.
Een ander aspect van het duurzaam bouwen betreft het verminderen van het gebruik van milieubelastende stoffen bij het aanleggen van oevers en beschoeiingen. Daarbij wordt vaak hout gebruikt dat geïmpregneerd is met creosootolie of wolmanzout. Deze middelen bevatten respectievelijk PAKs (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) en zware metalen. De aanleg van natuurvriendelijke oevers vormt een goed alternatief voor deze stoffen.
