Rijnland werkt aan een betere waterkwaliteit door het afvalwater zo schoon mogelijk te maken. In 2006 is er veel aan gedaan om de kwaliteit van het water te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water, een Europese richtlijn waaraan de lidstaten zich hebben verbonden, schrijft voor dat straks het water in Europa nog schoner moet zijn dan het nu al is. Rijnland werkt graag mee aan die doelstellingen en is in 2006 aan de slag gegaan om te kijken hoe die kwaliteitsverbetering gehaald kan worden.
Verder is een aantal baggerprojecten gestart, zijn nieuwe zuiveringstechnieken getest, is de capaciteit van zuiveringsinstallaties vergroot en Rijnland heeft het initiatief genomen om ook het draagvlak onder de burgers en bedrijven voor grootschalige baggerprojecten te vergroten.
Baggeren Haarlem
Baggeren Leiden
Project: 'Leven met bagger’
Uitbreiding zuivering Waddinxveen Randenburg
Verbeteren afvalwaterzuiveringsinstallaties met zandfilters
Waterverontreiniging Schiphol
Overzicht grafieken
Baggeren is belangrijk om de waterkwaliteit goed te houden. Daarnaast is het van belang voor een goede doorvaart en een goede waterafvoer zodat de kans op eventuele wateroverlast vermindert. Het baggerproject Haarlem is eind 2006 succesvol afgesloten. De samenwerking tussen de verschillende partijen verliep uitstekend.

Projectmanager Pieter de Booij over het project: “Het was een complex project. Het project was het grootste stedelijke baggerproject in Nederland tot nu toe. Verschillende partijen hebben eraan meegewerkt, waaronder de gemeente Haarlem, subsidieverleners en aannemers. Rijnland was gedelegeerd opdrachtgever. Er is van te voren heel veel doorgesproken, maar van beide kanten was er de wil om het probleem goed aan te pakken. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de samenwerking ‘rimpelloos’ is verlopen.”
Er is nogal wat munitie uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. De Booij: “Van de 26 miljoen die het project heeft gekost ging 5 miljoen naar het opruimen van deze munitie. Van het baggerslib is uiteindelijk 85 % hergebruikt, onder andere voor de herinrichting van een zandwinningsput in Friesland. De rest is gestort en/of verwerkt op verschillende locaties in Noord-Holland.”
Op 11 december werd het project feestelijk afgesloten. Het water in en rond Haarlem is een stuk schoner geworden en de doorvaart is verbeterd.
Ook in Leiden is in 2006 begonnen met baggerwerkzaamheden. Tot november is zo’n 70.000 kubieke meter bagger verwerkt. Dat is volgens schema. Daarna werd het werk stilgelegd vanwege de vondsten van munitie.
Al in september stuitte het baggerbedrijf op munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Rik Lam, projectleider, legt uit: “We hadden van te voren (archief)onderzoek uitgevoerd volgens een voorgeschreven methode. Op basis van deze informatie hebben we een plan gemaakt waar we wel munitie konden verwachten en welke plekken ‘veilig’ waren. Maar ook op de veilige plaatsen troffen we een paar keer achter elkaar munitie aan. Toen heeft de arbeidsinspectie de werkzaamheden stil laten leggen.”
Vanaf november is er druk ambtelijk overleg geweest. Daarnaast heeft Rijnland formeel bezwaar gemaakt tegen het verbod van de arbeidsinspectie omdat volledig conform landelijke richtlijnen is gewerkt. Lam: “We zijn tevreden over de resultaten tot november 2006. Helaas hebben we de baggerwerkzaamheden daarna niet meer kunnen hervatten. Om de kosten van de stillegging te beperken is het baggermateriaal weggehaald. De stillegging heeft desondanks wel extra, niet begrote, kosten met zich meegebracht.
De publieksvoorlichting heeft goed gewerkt. De veelgestelde vragenrubriek (FAQ) op de website heeft goed werk gedaan. Er zijn weinig vragen en klachten binnengekomen over de werkzaamheden.” In 2007 wordt gekeken hoe het project kan worden voortgezet.
Het doel van het project ‘Leven met bagger’ is om lokaal duurzame oplossingen te vinden voor de afzet van bagger. Jan van den Boogert is lid van het duurzaamheidplatform Voorschoten. Deze vrijwilligersorganisatie komt met initiatieven en wil zaken op de agenda zetten. Het platform werkte mee aan het project ‘Leven met bagger’.
Van den Boogert is enthousiast over het project. “Het project is goed georganiseerd. Er is een inventarisatie gedaan met mensen in de regio. Daaruit kwam een aantal voorstellen om met name de schone bagger te verwerken in het gebied zelf. En daaruit zijn concrete plannen geformuleerd.”
Van den Boogert kent het gebied goed. En hij wist wel een aantal plaatsen waar de bagger goed kon worden verwerkt. “Het geeft een goed gevoel dat er naar je geluisterd wordt”, aldus Van den Boogert. “De laatste jaren hebben we toch het gevoel dat bestuur en politiek niet geïnteresseerd was in wat er leeft onder de mensen. Maar dit soort initiatieven, hoe klein ook, helpen mee om de betrokkenheid bij het bestuur weer te vergroten. De inwoners kennen het gebied en waarom zou je die informatie niet beter benutten?”
De eerste fase van de uitbreiding van regionale afvalwaterzuiveringsinstallatie Randenburg in Waddinxveen is in 2006 afgerond. Door deze uitbreiding wordt straks de capaciteit van de afvalwaterzuivering verdubbeld.
“De uitbreiding is volgens plan verlopen”, aldus groepsleider zuivering Jan Blonk. “Normaal staan we met vier man, maar op sommige momenten konden hier tijdens de bouw wel 35 man rondlopen. Als er bijvoorbeeld beton gestort moest worden, dan kon het hier ontzettend druk zijn. Dan vroeg er hier weer iemand om een pomp, of daar weer iemand om stroom. Het was vaak hollen en stilstaan.”
Ondertussen zijn de zuiveringswerkzaamheden normaal doorgegaan. Een heel enkele keer moest een leiding worden omgelegd, dan werd de installatie een dag stilgelegd. De oude installaties in Boskoop en Waddinxveen konden in 2006 het werk nog overnemen.
De nieuwe installatie voldoet aan de modernste kwaliteitseisen. Daardoor zal het water op de Gouwe nog schoner worden.
Het Waterbeheerplan voorziet in een extra zuivering van afvalwater door zandfilters. In de zomer van 2006 is begonnen met de bouw van de zandfilterinstallatie in Leiden-Noord. En er is een pilot gestart in Leiden Zuid-West.
Er zijn locaties aangewezen voor de bouw van extra zandfilterinstallaties. De zandfilters moeten meer stikstof en fosfaat uit het afvalwater halen. Inmiddels is een aantal installaties geschrapt. Senior projectleider Bas van Randtwijk: “We zijn begonnen in Leiden Noord en Alphen Noord komt ook nog aan de beurt. Maar intussen zijn er nieuwe technieken bijgekomen, zoals de online-analyse meters. Met deze apparatuur kunnen we beter meten in de bestaande installaties. Met deze nieuwe gegevens kunnen we de beluchting aanpassen en op die manier ook veel verontreinigingen uit het water halen. Dit kost in verhouding veel minder dan de bouw van nieuwe zandfilterinstallaties.”
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt hogere eisen aan de kwaliteit van het oppervlaktewater. Rijnland heeft van de Europese Unie subsidie ontvangen om testen uit te voeren of gezuiverd water nog schoner gemaakt kan worden. Van Randtwijk: “In het lozingenbesluit is daarom ook vastgesteld dat er meer gedaan moet worden om de toekomstige waterkwaliteit te waarborgen. Sinds 2006 is er een proef in Leiden Zuid-West. In de proef werden verschillende manieren van zuivering uitgeprobeerd.”
Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in 2006 enkele malen handhavend opgetreden richting Schiphol in verband met overtreding van de milieuregels. In 2006 is een aangescherpte WVO-vergunning opgesteld om de negatieve waterkwaliteitseffecten van de luchthaven zoveel mogelijk te voorkomen.

In de winter doet Schiphol veel aan gladheidsbestrijding van de banen en platforms. En om de vleugels van vliegtuigen ijsvrij te krijgen wordt de-icing materiaal ingezet. De middelen die hierbij gebruikt worden, komen uiteindelijk deels in het oppervlaktewater. Door deze middelen verdwijnt de zuurstof uit het water en gaan de vissen dood.
Hoofd vergunningen Jo Caris: “In de afgelopen winters hebben we meerdere malen overschrijdingen van de norm gemeten. Dit heeft er toe geleid dat we samen met Schiphol een gewijzigde vergunning hebben opgesteld. Deze is eind 2006 door het college van dijkgraaf en hoogheemraden goedgekeurd.”
Maar de partijen zijn nog niet tevreden met de nieuwe vergunning: “We hebben de norm wel aangescherpt en daarmee geborgd dat op een nog eerder moment wordt ingegrepen door Schiphol als het moet. Grijpt Schiphol onvoldoende of te laat in, dan kan Rijnland handhavend optreden. Maar het blijft een tussenmaatregel. We willen dat Schiphol zélf de verantwoordelijkheid neemt voor het borgen van voldoende kwaliteit van het water op en rond de luchthaven. Daarom hebben we tegelijkertijd afgeproken dat Schiphol in 2007 een plan maakt met structurele maatregelen die ervoor zorgen dat de waterverontreiniging wordt voorkomen en het plan vervolgens uitvoert.
Stikstof, fosfor en metalen in meren en kanalen van Rijnland
Hieronder zijn de grafieken te zien van de aanwezigheid van stikstof, fosfor en metalen in de meren en kanalen van Rijnland ten opzichte van de norm, de gele lijn. Teveel van deze stoffen is slecht voor de gezondheid van het water.
Rijnlands wateren hebben last van een teveel aan fosfor. In de boezem fluctueert de fosforconcentratie de laatste jaren en is er geen verbetering waar te nemen. Fluctuaties treden op als gevolg van de weersomstandigheden. Het ene jaar regent het meer dan het andere daardoor treedt uitspoeling van landbouwgronden. Bij hete zomers wordt het oppervlaktewater minder zuurstofrijk waardoor er meer fosfor vrijkomt uit de bodem. Bij zuurstofrijk water blijft het fosfor meer aan de bodem gebonden. 
Het lijkt erop dat na een dalende trend tot het jaar 2000 een stijgende trend gaat ontstaan.
Deze trend is vrijwel in alle wateren van Rijnland terug te vinden. Een mogelijke verklaring zou temperatuurstijging van het water kunnen zijn. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen. Een andere mogelijkheid is toename van meer fosforrijke kwel.

In de kanalen lijkt een stabiele situatie te zijn ontstaan. Kanalen worden meer doorgespoeld waardoor de verblijftijden veel korter zijn dan in meren.
Rijnlands wateren hebben last van een teveel aan stikstof. In de boezemmeren is sinds 1999 wel een duidelijke verbetering van de stikstofconcentratie waar te nemen. De waterkwaliteit van de boezemmeren staat minder onder invloed van directe lozingen op het water, waardoor bij geleidelijke verbetering een aantal meren gelijktijdig in een betere klasse vallen. Dit verklaart de “sprong” in 1999 van een klasse kleiner dan 5x de maximaal toelaatbare risiconorm (MTR) naar een klasse kleiner dan 2x MTR. Bij de kanalen gaat dit wat geleidelijker. Er is een duidelijke trend waar te nemen naar lagere stikstofgehaltes. Fluctuaties treden op als gevolg van de weersomstandigheden.
Bij de meren is na een dalende trend een stabiele situatie ontstaan waarin jaarlijks wat fluctuaties optreden. Hoe de trend zich voort gaat zetten is nog niet duidelijk. Op dit moment is er zeker nog geen stijgende lijn waar te nemen. Bij de kanalen kan men nog wel spreken van een dalende trend.


Koper, nikkel en zink overschrijden lokaal regelmatig de norm. In de figuur is de verdeling van de toetswaarden van een aantal grote wateren uitgezet. Koper vormt in deze wateren nog een probleem.
Bronnen van verontreiniging door metalen zijn onder andere bouwmaterialen, verkeer, riolering en Rijnlandse afvalwaterzuiveringsinstallaties.


Een belangrijke taak van het hoogheemraadschap van Rijnland is het zuiveren van afvalwater. Over de laatste jaren hebben de afvalwaterzuiveringsinstallatie steeds meer stikstof en fosfaat uit het afvalwater verwijdert. Rijnland zet zich continue in om de prestaties van de afvalwaterzuiveringsinstallaties te verbeteren.
Slibafvoer
In 2006 is de volledige productie van 106.000 ton zuiveringsslib ter verbranding aangeboden aan DRSH te Dordrecht, binnen het samenwerkingsverband tussen de waterschappen Delfland, Schieland en de Krimpenerwaard, Hollandse Delta, Rivierenland en Rijnland.
