De laatste jaren zijn talrijke maatregelen getroffen om het oppervlaktewater schoon te houden. Het
hoogheemraadschap van Rijnland zorgt voor de afvalwaterzuivering. Zo worden bestaande afvalwaterzuiveringsinstallaties (awzi’s) aangepast en nieuwe awzi’s bijgebouwd. Daarnaast maakt Rijnland afspraken met andere partijen in het gebied om de lozing van afvalstoffen tegen te gaan. Ook is er meer aandacht voor de visstand en voor het samengaan van verschillende (ecologische) functies binnen een gebied. Zo kan een gebied dat bestemd is voor waterberging, ook worden gebruikt als ecologische zone of als recreatiegebied.
Deze maatregelen passen binnen de Kaderrichtlijn Water (KRW). Daarin hebben alle EU-landen afspraken gemaakt over een Europese standaard voor de kwaliteit van het oppervlaktewater, zodat gezonde ecosystemen tot ontwikkeling kunnen komen. De doelen die gesteld zijn door Europa moeten uiterlijk in 2015 zijn gehaald. Daarom is al in 2006 begonnen met een inventarisatie van de problemen in het gebied van Rijnland. In 2007 is die inventarisatie afgerond en is om de tafel gaan zitten met andere overheden en organisaties om afspraken te maken. Belangrijke knelpunten zijn het teveel aan vervuilende stoffen, de inrichting van kades en oevers en het ruimtegebruik op en rond het water. Rijnland heeft ook in 2007 vooruitlopend daarop al tal van maatregelen genomen.
Vissen hebben vaak moeite om sluizen en gemalen te passeren. Vooral soorten die van nature migreren, zoals de paling, hebben ernstig te lijden van de kunstwerken in hun leefgebied. Tot de uitbreiding van het boezemgemaal Katwijk, die nu in uitvoering is, kon bij een lage zeestand op een natuurlijke wijze (onder vrijverval) worden geloosd. Dat bood de glasaal de kans om de zoete binnenwateren in te trekken. Na de verbouwing is die natuurlijke lozing niet meer mogelijk en daarom wordt een vispassage aangebracht. Zo is de glasaalintrek verzekerd. Maar ook bij werkzaamheden aan de poldergemalen in Rijnland wordt met vismigratie rekening gehouden.
De aanleg van een natuurlijke oever leidt tot een betere waterkwaliteit. Beschoeiingen en andere rechte kades bieden vaak weinig beschutting aan dieren en planten die in het water leven. Bepaalde planten hebben een drassige ondergrond nodig of gedijen zelfs het beste langs minder steile oevers, waarbij het waterpeil kan schommelen. Vissen en amfibieën leggen daar weer hun eitjes en zoeken er beschutting tegen roofdieren of de mens. De natuurlijke oevers zorgen zo voor een grotere diversiteit aan planten- en dierenleven wat de gezondheid van het water doet toenemen. Rijnland stimuleert grondeigenaren voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever door een groot deel tot alle (meer) kosten te betalen en de vereiste (keur)vergunningen en subsidies te verlenen. Daarnaast wordt een aantal oevers op initiatief van Rijnland natuurvriendelijk gemaakt.
Een teveel aan meststoffen zorgt voor verstoring van het natuurlijk evenwicht in het water. Vaak met overmatige algengroei tot gevolg. Via vergunningverlening en algemene regels wordt de afspoeling van meststoffen vanuit de land- en tuinbouw teruggedrongen. Maar ook rioolwater is een veroorzaker, zelfs als het gezuiverd is. Dan bevat het nog altijd fosfaat en nitraat. Daarom wordt op de moderne awzi’s nog meer aandacht besteed aan het defosfateren van het te lozen water. Maar ook ongezuiverd rioolwater kan in het oppervlaktewater terechtkomen; dat gebeurt als de riolering zware regenval niet kan verwerken en het rioolwater overstort in watergangen. Dat kan worden voorkomen door het riool alleen te gebruiken voor afvalwater en niet extra te belasten met regenwater. Met gemeenten, als beheerder van het rioleringssysteem, voert Rijnland voortdurend overleg over het ‘afkoppelen’ van oppervlakken die regenwater leveren.
Bestrijding van blauwalg met innovatieve oplossingenBlauwalgen (cyanobacteriën) komen van nature voor in het water en kunnen veel overlast veroorzaken. Onder bepaalde omstandigheden (veel meststoffen en warm water) kan hun aantal fors stijgen. Ze vormen dan drijflagen op het water en bij het afsterven verspreiden ze een rottende lucht. Zwemmers en andere gebruikers zoals honden kunnen ziek worden van het water. Verder zijn de lagen slecht voor het ecosysteem in het water. Er kan minder zuurstof in het water komen en ook het zonlicht wordt geblokkeerd. De wind stuwt drijflagen nog eens opeen. Door diep water te mengen wordt ervoor gezorgd dat cyanobacteriën een gedeelte van de tijd in het donker zitten en niet kunnen groeien. Deze methode wordt met succes toegepast in de Nieuwe Meer bij Amsterdam en de Bosplas in de Haarlemmermeerpolder. In 2007 heeft Rijnland besloten om ook een menginstallatie aan te leggen in de Zegerplas in Alphen aan den Rijn. In minder diep water is met name het weghalen van voedingstoffen (nutriëntenspoor) een mogelijke oplossing om groei van cyanobacteriën te beperken. Oppervlakkige menging is wel mogelijk. De bacteriën blijven wel groeien, maar het ontstaan van een
drijflaag wordt voorkomen. In 2007 heeft Rijnland proeven met lokale oplossingen uitgevoerd in de Westeinder in Aalsmeer en bij Vlietland tussen Leiden en Leidschendam. Bij de Westeinder is een tractorpomp ingezet om doorspoeling in een sloot te forceren. Dit werkte goed en de tractorpomp is inmiddels vervangen door een slibvang met een vaste pompinstallatie. Bij Vlietland is een proef met pompsystemen en oppervlakkige menging niet goed gelukt. In 2008 wordt ook in Vlietland een luchtmenger gerealiseerd. Een proef met ultrasone apparatuur is voor Rijnland niet interessant gebleken.
Proef awzi Leiden-Zuidwest laat forse besparingsmogelijkheden zienOp de awzi Leiden-Zuidwest worden in samenwerking met de Stichting toegepast onderzoek waterbeheer (STOWA) proeven genomen met verschillende zuiveringstechnieken. Deze zijn onder andere bekostigd met Europees geld en zijn bedoeld om de hoge eisen van de KRW te kunnen halen. De eerste fase (onderzoek naar verdergaande stikstof- en fosfaatverwijdering) van de proeven is volgens planning eind 2007 afgesloten. De streefwaarden voor de verwijdering van fosfaat en stikstof worden met zandfiltertechnieken bereikt. Het éénfilter-concept levert uitstekende rendementen, waardoor investeren in twee-filter systemen overbodig lijkt. Hierdoor is duidelijk geworden dat bij de bouw van de definitieve installatie forse besparingen kunnen worden behaald. De kennis uit dit onderzoek is inmiddels toegepast in het ontwerp voor de installaties Alphen-Noord en Leiden-Noord.
De gerenoveerde awzi Randenburg in Waddinxveen is in 2007 opgeleverd. Deze awzi is een moderne zuiveringsinstallatie, voorzien van de nieuwste technieken voor biologische verwijdering van afvalstoffen. Door moderne meet- en regeltechniek, voorzien van online sensoren voor stikstof, zuurstof en energiezuinige beluchtingelementen kan het afvalwater energiezuiniger worden gezuiverd, tot 30%. Ook wordt er een hoger rendement gehaald. De restvervuiling van stikstof en
fosfaat is afgenomen met respectievelijk 70% en 50%.Tegelijk is de capaciteit van de zuiveringsinstallatie vergroot. De awzi Randenburg maakt twee oude awzi’s in Waddinxveen en Boskoop overbodig. Door de uitbreiding kan de lozing van meststoffen op de Gouwe nog verder worden teruggedrongen.
Verder naar "Investeren in samenwerking"
