Het klimaat gaat veranderen. De zeespiegel stijgt en er komen meer extreme omstandigheden. Die uiten zich in zeer natte perioden maar ook in langdurig droge. Juist als waterbeheerder krijgt Rijnland daarmee te maken. De kust moet de Noordzee buiten de deur houden, meer regenwater moet worden afgevoerd en daarentegen willen we in droge tijden voldoende zoet water beschikbaar hebben. De maatregelen die nodig zijn staan op stapel of zijn al in uitvoering.
Om de klimaatverandering het hoofd te bieden en dus ook in de toekomst veilig te kunnen wonen,
werken en recreëren nemen we maatregelen. Zo wordt op een aantal plaatsen de kust versterkt. Ook de kades langs de binnenwateren worden getoetst en, waar nodig, verbeterd. Verder gaat Rijnland de capaciteit van een aantal gemalen uitbreiden en worden de toe- en afvoerkanalen daaraan aangepast. Zo kan overtollig water in de toekomst sneller geloosd worden. Een andere maatregel is de aanleg van zogenoemde bergingslocaties; piek- en seizoenberging. In tijden van extreme neerslag kan water in de piekberging tijdelijk worden vastgehouden. In langdurig droge perioden leveren de locaties van seizoensberging juist het zoete water waarmee het peil wordt gehandhaafd. Hiermee bestrijden we het gevaar van verzilting dat optreedt als wij afhankelijk zijn van inlating vanuit de Hollandse IJssel.
De verwachte stijging van de zeespiegel heeft geleid tot een nieuwe berekening van de veiligheid van de Nederlandse kust. Daaruit kwam naar voren dat deze een aantal ‘zwakke schakels’ in zich heeft. Als hoogheemraadschap is Rijnland verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de zeewering. De zwakke schakels betekenen nu nog geen directe dreiging maar ze moeten wel worden aangepakt. In Noordwijk is die kustversterking vrijwel afgerond, in Katwijk is deze in voorbereiding. In het najaar van 2007 zijn Kustversterking Katwijk en Zandvoort opgenomen in Hoogwaterbeschermingsprogramma van het Rijk 2008-2015.
In Noordwijk is in 2007 begonnen met de versterking. De werkzaamheden zijn gestart in september 2007. De aannemer heeft een nooddijk aangelegd die nodig is om de kust ook tijdens het stormseizoen in de herfst en de winter in goede conditie te houden. Zonder die dijk zouden de werkzaamheden alleen in de zomer kunnen plaatsvinden, met als gevolg dat het strand dan niet voor het publiek toegankelijk zou zijn. Na het aanleggen van de nooddijk is men begonnen met het afgraven van de oude duinenrij. Die voldeed niet meer aan de strengere eisen. Daarna is een begin gemaakt met de aanleg van een nieuwe dijk. Deze dijk ligt in het duin en maakt de nieuwe duinenrij steviger. Na de aanleg van de dijk is het zand van het duin daar weer overheen gestort.
Zo is het duinlandschap hersteld, de kwaliteit van de boulevard verbeterd en het achterland veiliger gemaakt.
De klimaatverandering zorgt voor meer neerslag in korte tijd. Daar komt nog een tweede ontwikkeling bij: de toenemende verstedelijking in het Rijnlands gebied. Dat betekent meer verharding van het grondoppervlak waardoor het regenwater sneller afstroomt naar het oppervlaktewater. Om ook in de toekomst droge voeten te houden neemt Rijnland een combinatie van maatregelen: de afvoercapaciteit uitbreiden én het water lokaal vasthouden. Dat komt ook van pas in de langdurige droge perioden die we eveneens kunnen verwachten. Voldoende water is onder andere van belang voor een stabiele grondwaterstand waardoor de veenweidegebieden tegen bodemdaling worden beschermd. De land- en tuinbouw vraagt bovendien om zoet water.

De capaciteit van het boezemgemaal Katwijk wordt uitgebreid. Het gemaal kan 54 m3 water per seconde lozen op de Noordzee. Dat is inmiddels onvoldoende. In de komende decennia worden nog meer hoeveelheden water verwacht. De capaciteit van Katwijk moet dan ook bijna worden verdubbeld. Tevens moet het vernieuwde gemaal straks beter tegen een hoge zeestand op kunnen werken. Met de werkzaamheden is in 2007 gestart. Er is begonnen met de bouw van een bouwkuip die in 2008 klaar is, waarna kan worden begonnen met de bouw van de nieuwe gemaalunit. Daarna worden de bestaande pompen één voor één vervangen. Omdat na de verbouwing de glasaal niet meer op natuurlijke wijze vanuit de Noordzee de binnenwateren kan bereiken, wordt in het nieuwe gemaal een vispassage aangelegd. Eenmaal volwassen wil de paling weer naar zee. In 2007 heeft Rijnland een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor deze migratie en hieruit bleek dat de paling zonder problemen de krachten van de pomp kan doorstaan.

De Nieuwe Driemanspolder in de buurt van Zoetermeer wordt ingericht voor piekberging, om een teveel aan neerslag voor een korte periode op te slaan. Als tijdens een langdurige regenperiode er meer neerslag valt dan de gemalen kunnen verwerken zal het water in de boezem stijgen (zoals in 1998 in het Westland). Dan kan dat overtollige water enige tijd worden bewaard in de Nieuwe Driemanspolder. Verwacht wordt dat dit eens in de 5 à 25 jaar voor gaat komen. Er wordt dan twee miljoen m3 water opgevangen. Als de situatie is genormaliseerd wordt het teveel aan water weer langzaam aan de boezem teruggegeven. In 2007 is Rijnland bezig geweest met de voorbereiding. Belangrijke voorwaarden zijn de aan- en afvoer van het water van en naar de bergingslocatie.
Die kanalen moeten worden verbreed van 8 tot 28 meter om in tijden van nood snel water te kunnen afvoeren. Een inlaat wordt aangelegd om het water vanuit de boezem te kunnen reguleren. Tot slot wordt de polder zo ingericht dat de functies natuur en recreatie in het gebied gecombineerd worden met water. Naar verwachting worden de werkzaamheden in 2013 afgerond.


Verder naar "Investeren in milieu en ecologie"
