Glastuinbouwbedrijven betalen vanaf het jaar 2001 verontreinigingsheffing voor het geloosde afvalwater vanuit de kassen. Dit is een gevolg van een wijziging van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (wet van 16 maart 2000, Staatsblad 2000 nr. 135). Op grond van deze wetswijziging is de Verordening verontreinigingsheffing Rijnland aangepast. Tot 2001 waren de wettelijke mogelijkheden beperkt en kregen tuinders alleen een aanslag voor de lozing van het huishoudelijke afvalwater van personeel.
De verontreinigingsheffing voor glastuinbouwbedrijven wordt op forfaitaire wijze berekend. Dat wil zeggen op basis van een forfait van drie vervuilingseenheden (v.e.) per hectare vloeroppervlak waarop onder glas of kunststof wordt geteeld. Dit forfait geldt ongeacht de werkelijke hoeveelheid en de kwaliteit van het geloosde afvalwater.
Bij de totstandkoming van de nieuwe tabel afvalwatercoëfficiënten is gebleken dat de vervuilingswaarde van tuinbouwkassen geen relatie heeft met de hoeveelheid ingenomen water. Bepaling van de vervuilingswaarde op basis van meting, bemonstering en analyse is gezien de hoge kosten evenmin een reële mogelijkheid. In verband daarmee is voor tuinbouwkassen een heffingsmaatstaf op basis van oppervlakte in de wet opgenomen (artikel 21, vijfde lid, Wet verontreiniging oppervlaktewateren).
Het forfait is inclusief het afvalwater afkomstig van de persoonlijke verzorging van het personeel. Dit betekent in de praktijk dat voor de meeste tuinders die al een aanslag van ons ontvangen, de hoogte van de aanslag niet verandert.
Indien de kassen niet voor het telen van gewassen, maar bijvoorbeeld voor opslag worden gebruikt, blijft de bestaande regeling (berekening per m³ voor het totale afvalwater) van toepassing, met dien verstande dat door de wetswijziging ook voor deze categorie het één en ander is veranderd in de berekening van de aanslag. Meer hierover vindt u bij Tabelbedrijven.
Neem contact op met het Team Informatie & Inningen: 071 - 5249090 (van 8.30 tot 16.30 uur) of stuur een e-mail.
