Er zijn bedrijven die heel veel afvalwater lozen of die een hoge vuillast hebben. Bij deze bedrijven moet de vervuilingswaarde speciaal berekend worden. Dit gebeurt door middel van meting, bemonstering en analyse.
Bedrijven met een vervuilingswaarde boven de 1.000 vervuilingseenheden moeten jaarlijks een meetvoorstel indienen. Een meetvoorstel is een verzoek om het afvalwater van het bedrijf beperkt te mogen meten en bemonsteren voor de vaststelling van de vuillast (in plaats van 365 dagen). Naar aanleiding van het meetvoorstel ontvangt het bedrijf een meetbeschikking, waarin is aangegeven hoeveel etmalen c.q. meetweken het zal moeten meten.
Bij het meten kan gebruik gemaakt worden van een adviesbureau, maar een bedrijf kan de bemonstering ook in eigen beheer uitvoeren. De spelregel is wel dat er gemeten en bemonsterd wordt volgens de voorschriften zoals deze aangegeven staan in de Verordening verontreinigingsheffing Rijnland.
Door middel van het meten van afvalwater kunnen we bepalen wat er per dag aan vuillast wordt geloosd. De meter die het geloosde afvalwater (debiet) registreert, geeft een signaal af naar een apparaat voor bemonstering. Aan de hand van het aantal m³ dat wordt geloosd, zal naar rato een aantal monsters worden genomen.
Een gecertificeerd laboratorium moet vervolgens op het verzamelde monstermateriaal een analyse conform Nederlandse Norm (NEN) uitvoeren. Het afvalwater wordt geanalyseerd op een aantal parameters, waardoor de vuillast kan worden berekend.
De vervuilingswaarde berekenen we vervolgens met behulp van een formule. Met de parameters chloride, sulfaat, totaal fosfor en zware metalen bereken we de vracht. Dit wordt daarna met een formule omgezet in het aantal te betalen vervuilingseenheden.
