
Wanneer je ‘s morgens opstaat, vind je het heel normaal dat het water niet om je bed heen klotst, terwijl je in het westen van Nederland onder de zeespiegel woont. Spoel je het toilet door, dan vind je het gewoon dat het vieze water naar beneden gaat, richting riolering. Het is allemaal zo vanzelfsprekend. Toch moeten hier heel wat voor worden gedaan.
Waterschappen in Nederland zorgen al eeuwenlang voor droge voeten en sinds 1970 ook voor schoon water in de sloten. Het hoogheemraadschap van Rijnland is zo´n waterschap. Het werkgebied strekt zich uit van IJmuiden tot Gouda en van Wassenaar tot Amsterdam (1100 km²).
Wil je snel bij een onderwerp terechtkomen, gebruik dan deze bladwijzers.
Om droge voeten te houden mag bijvoorbeeld het water van de Noordzee, het Noordzeekanaal en de Hollandsche IJssel niet naar binnen stromen. Zonder duinen ligt niet alleen het huis waar jij woont maar ook de luchthaven Schiphol in zee. Of nog verder weg, dan krijg je Amersfoort aan zee!
Het water in de sloten, meren en kanalen – het oppervlaktewater - mag niet over de dijken of kaden stromen. Als het regent moet
het teveel aan water daarom het gebied weer uit worden gepompt. Rijnland heeft daarvoor vier grote gemalen. Twee in het noorden, Halfweg en Spaarndam, die het water richting Noordzeekanaal pompen. Eén in het westen, in Katwijk, die het water de Noordzee inpompt en één in Gouda, die het water uitmaalt op de Hollandsche IJssel. Samen zijn ze, in 24 uur, goed voor een kolom water van 1700 meter hoog op een voetbalveld ofwel 156.000 liter water per seconde ( 13,5 miljoen m³ per dag).
Binnen het gebied van Rijnland liggen ongeveer tweehonderd polders. Iedere polder wordt omringd door een dijk. Binnen die dijk liggen sloten met hetzelfde waterpeil. Iedere polder heeft zijn eigen waterpeil. Dat waterpeil mag niet te hoog worden want dan stroomt de polder onder. Dus malen de polders het teveel aan water het poldergebied uit. Waar naar toe? Het liefst direct naar de Noordzee. Maar dat kan niet omdat de afstand te groot is en, wat veel belangrijker is, de peilverschillen zijn te groot. Daarom wordt het polderwater eerst in een centraal watersysteem gepompt. Dit systeem noemen we de boezem van Rijnland. Een boezem is een stelsel van sloten, meren, kanalen en plassen die met elkaar zijn verbonden en allemaal hetzelfde peil heeft. Het boezempeil van Rijnland is gemiddeld 60 cm beneden NAP (Normaal Amsterdams Peil).

In het voorjaar en in de zomer hebben we vaak water tekort. Veel water uit de sloten verdampt dan. In oude steden zoals Leiden, Haarlem en Gouda zijn de huizen op houten palen gebouwd. Bij een te laag peil komen de koppen van die heipalen boven water met als gevolg dat ze gaan rotten en afbreken. De huizen storten vervolgens in. Het watertekort moet worden aangevuld. Daarvoor gebruikt Rijnland het gemaal Gouda. Met dit gemaal kan niet alleen water worden weggepompt richting Hollandsche IJssel maar ook water vanuit de Hollandsche IJssel in de boezem worden ingelaten. De polders gebruiken dit boezemwater weer om het juiste peil in de polder te handhaven. Bij regenval – dus te hoog peil - water uitmalen en bij mooi weer wanneer het water verdampt – dus te laag peil – water inlaten of inmalen.
Schoon water wil zeggen dat het oppervlaktewater, het water in de sloten, kanalen en meren, van een goede kwaliteit moet zijn. Er moet veel verschillende planten en dieren in voorkomen. Je moet erin kunnen zwemmen en er bijvoorbeeld ook goed drinkwater van kunnen maken. Er moet een ecologisch evenwicht zijn, zeg maar mooie natuur.
Vooral na de Tweede Wereldoorlog zie je dat in Nederland de bevolking toeneemt en de industrie alsmaar uitbreidt. We leven steeds luxer en gaan ook meer water gebruiken. Komt dit vuile water rechtstreeks in de sloot terecht, dan kan de natuur het niet meer aan. Het natuurlijk evenwicht wordt verstoord. Vissen en planten gaan dood door zuurstofgebrek. De regering trok aan de bel en nam de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren aan. Het hoogheemraadschap van Rijnland kreeg de waterkwaliteitstaak, dus zorgen voor schoon oppervlaktewater.
Om schoon oppervlaktewater te krijgen, doet Rijnland drie dingen:Deze ontwikkelingen dwingen Rijnland om nu al na te denken over de nabije en verre toekomst. Moeten we bijvoorbeeld elke "tropische" regenbui kunnen verwerken of richten we gebieden in die in tijden van nood onder water gezet kunnen worden (de zogenoemde seizoens- en piekberging)? Het aanwijzen van zulke gebieden heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de huis-
en landeigenaren.
Of maken we de capaciteit van de gemalen steeds groter of accepteren we onder extreme omstandigheden een verhoging van het waterpeil met alle gevolgen van dien, zoals water in de kelders en water op het land?
Ook wordt nagedacht over "bergen en malen". Nu malen we de ene dag water uit en de andere dag laten we weer water in. Is het niet beter dat in het gebied het teveel aan water wordt opgeslagen in speciaal daarvoor ingerichte bergingsbassins? Bij een tekort aan water kun je dit water weer gebruiken om het juiste peil te handhaven. Dit betekent dan wel dat in heel Nederland grote stukken land moet verdwijnen voor water.
In het stuk waterbeheer in de 21e eeuw staat meer informatie over hoe we in de toekomst met water om moeten gaan.
Meer mensen en bedrijven. De hoeveelheid afvalwater neemt toe. Nog grotere en betere zuiveringsinstallaties bouwen? De nieuwste technieken toepassen of de oude verbeteren? Of juist zorgen dat de afvalstromen afnemen? Schoon water in iedere sloot tot elke prijs? Lokaal, regionaal, nationaal of Europees samenwerken en afspraken maken om de waterkwaliteit te verbeteren?
Je begrijpt waarschijnlijk wel dat we, met dit soort vragen in het achterhoofd, in de toekomst anders moeten omgaan met water en waterbeheer. Voortaan moeten we bij onze plannen eerst denken aan wat de gevolgen van die plannen zijn voor het water(systeem).
Meer informatie vind je ook onder bijvoorbeeld de projecten waterbehoefte en verzilting of waterneutraal bouwen.
Er zijn voor heel Nederland zogenoemde deelstroomgebiedvisies gemaakt. Zo’n visie brengt in beeld met welke problemen een watersysteem in een gebied te maken kan krijgen en hoe die problemen kunnen worden voorkomen of tegengegaan. Voor het gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland geldt de deelstroomgebiedvisie Midden-Holland.
Zoals hierboven misschien al duidelijk is geworden, er zijn veel groepen mensen die belang hebben bij schoon water en droge voeten. Denk bijvoorbeeld aan:

En allemaal vinden ze dat het niets of weinig mag kosten. Elke groep kiest daarom voor een oplossing die voor hem of haar het gunstigst is. Toch moeten er keuzes worden gemaakt omdat we droge voeten en schoon water moeten hebben en houden.
Je begrijpt dat het heel wat kost om voor schoon water en droge voeten te zorgen. In 2005 is de verdeling als volgt:
Waterkering (dijken en duinen) 35,1 miljoen
Waterkwaliteit (schoon water) 66,9 miljoen
Waterkwantiteit (gemalen) 8,1 miljoen
Deze kosten worden betaald uit de waterschapsbelastingen, die iedere inwoner van Rijnland moet betalen.
De belastingen bestaan uit
Wil je precies weten hoe dit zit, kijk dan ook onder het loket, waterschapsbelastingen. Daar worden de belastingen uitgebreid uitgelegd.
In het algemeen bestuur van Rijnland vind je alle belangengroepen (inwoners, huiseigenaren, agrariërs en het bedrijfsleven) vertegenwoordigd. Iedere vier jaar worden de bestuursleden rechtstreeks gekozen. Deze bestuursleden buigen zich over de toekomstplannen voor het water en stellen de rekening en begroting op.
Naast het algemeen bestuur kent Rijnland ook een dagelijks bestuur, College van Dijkgraaf en Hoogheemraden genaamd. Ook daarin vind je de verschillende belangengroepen terug.
Samen met 700 medewerkers zorgen zij voor droge voeten en schoon water binnen het gebied van Rijnland.
Heb je na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem contact met ons op via educatie@rijnland.net of bel 071-306 3063. We helpen je graag verder.
