Stelling van Amsterdam

Stelling van Amsterdam

Stelling van Amsterdam

De Stelling van Amsterdam is geen eigendom of erfgoed van Rijnland. Wel kan worden gesproken over een erfgoedverwantschap met Rijnland.

Geen eigendom, wel erfgoedverwant

Dit 19e-eeuwse verdedigingswerk is geen eigendom of erfgoed van Rijnland, alhoewel een enkele overheid er wel van uit gaat dat onderdelen van de stelling eigendom zijn van het hoogheemraadschap en, vanwege de leeftijd, ook onroerend erfgoed.

Damsluizen

Een goed voorbeeld in dit verband zijn de damsluizen (schotbalksluizen ter afdamming van watergangen) die in de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder liggen. De Ringvaart is namelijk eigendom van het hoogheemraadschap van Rijnland, vandaar de theorie dat de stellingwerken daarmee ook eigendom van Rijnland zouden zijn.

De damsluizen in de Ringvaart en die in de Hoofdvaart in Hoofddorp, die evenmin eigendom zijn van Rijnland, zijn overigens wel van bepalende invloed op de waterhuishouding van Rijnland. Dit is ook het geval met het Voorkanaal en het Achterkanaal langs de Genie- of Liniedijk in de Haarlemmermeerpolder. Door de waterhuishoudkundige betekenis van deze objecten en de inpassing er van in Rijnlands waterinfrastructuur kan wel degelijk worden gesproken over een erfgoedverwantschap met Rijnland.

 

Damsluis in de Ringvaart

Damsluis in de Ringvaart ter hoogte van Vijfhuizen

 

Verdedigingslinie

De Stelling van Amsterdam werd in het laatste kwart van de 19e eeuw en in het begin van de 20ste eeuw aangelegd om Amsterdam te beschermen tegen de vijand. De vijand kon Duitsland, Engeland of Frankrijk zijn. De verdedigingslinie is 135 kilometer lang en ligt in een straal van 15 tot 20 kilometer rond Amsterdam. Tussen 1881 en 1920 werd een kring van 36 forten, twee kustforten, twee vestingen, drie batterijen en twee kustbatterijen door het Departement van Oorlog gebouwd. Ditzelfde Departement kreeg vergunning van het bestuur van de Haarlemmermeerpolder om de genoemde verdedigingswerken, zoals de damsluizen en de kanalen, in de Haarlemmermeerpolder aan te leggen.

UNESCO

De gedachte achter de stelling is dat bij een vijandelijke aanval de polders rondom Amsterdam onder water werden gezet (inundatie). Een laag water van 50 centimeter zou net te hoog zijn om zich als leger voort te bewegen en net te laag om met platbodems over heen te varen. Al tijdens de bouw van de verdedigingswerken bleek dat de technische ontwikkelingen veel sneller gingen dan de stellingbouw. Baksteen werd beton in verband met de uitvinding van de brisantgranaat in 1885 en het klapstuk bleek de uitvinding van het vliegtuig. Resultaat van deze ontwikkelingen is dat de stelling nooit heeft gefunctioneerd. Omdat gelukkig ook geen vijand zich na de tweede wereldoorlog meer meldde, verloor de stelling in 1963 zijn militaire functie. In 1996 werd de Stelling van Amsterdam op de Lijst van het Werelderfgoed van de UNESCO geplaatst.