Concentratie van waterschappen

Schaalvergroting in het laatste kwart van de 20ste eeuw

Met het oog op een doelmatiger en effectiever waterbeheer werden met ingang van 1 januari 1979 alle polders binnen het hoogheemraadschap van Rijnland opgeheven en samengevoegd tot zes nieuwe waterschappen en twee zogenaamde polderafdelingen. Deze polderafdelingen, Middengeest en Zuidgeest, omvatten de polders in het gebied van de geestgronden. Gezien het bijzondere karakter van het gebied, bestaande uit een afwisseling van boezemland en kleine verspreid liggende polders, werd het minder goed uitvoerbaar geacht om deze polders in één waterschap onder te brengen. Hun taken werden daarom overgedragen aan het hoogheemraadschap van Rijnland, dat ook belast was met het boezembeheer. De overige Zuid-Hollandse polders werden gecombineerd tot vijf nieuwe waterschappen. Ten zuiden van de Oude Rijn waren dit De Ommedijck, Noordwoude en De Gouwelanden; ten noorden van de Oude Rijn lagen De Oude Veenen en De Aarlanden. De Noord-Hollandse polders binnen Rijnland gingen op in het nieuwe waterschap Groot-Haarlemmermeer.

De nieuwe waterschappen waren zelfstandig, dat wil zeggen: zij stonden direct onder toezicht van de provincies Zuid-Holland of Noord-Holland, zonder tussenkomst van Rijnland. Hierdoor kwam een eind aan de sinds eeuwen gebruikelijke controle van de rekening (en de sinds de 19de eeuw gebruikelijke controle van de begroting) van de polders door het hoogheemraadschap en aan de regel dat alle correspondentie tussen de polderbesturen en Gedeputeerde Staten via Rijnland moest geschieden.

De concentratie ging verder. In 1990 werden de polderafdelingen Middengeest en Zuidgeest met het waterschap de Oude Veenen gecombineerd tot het nieuwe waterschap De Veen- en Geestlanden. Anders dan in de jaren ’70 werd het niet bezwaarlijk gevonden om de verspreid liggende geestgrondpolders in één waterschap onder te brengen. Tegelijkertijd fuseerden de waterschappen De Ommedijck en Noordwoude tot het nieuwe waterschap Meer en Woude.

In 1994 gingen De Veen- en Geestlanden en De Aarlanden op in het nieuwe waterschap De Oude Rijnstromen. Vijf jaar later gebeurde hetzelfde met de waterschappen De Gouwelanden en Meer en Woude, die opgingen in het waterschap Wilck en Wiericke.

In een periode van twintig jaar was het aantal waterschappen binnen het gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland van ongeveer 200 teruggebracht naar vier: het in Leiden gevestigde hoogheemraadschap van Rijnland, belast met buitenwaterkering, boezembeheer en waterkwaliteitsbeheer, en de waterschappen Groot-Haarlemmermeer (zetel Hoofddorp), De Oude Rijnstromen (zetel Leiderdorp) en Wilck en Wiericke (zetel Waddinxveen), belast met het waterkwantiteitsbeheer in de polders.

Naar één waterschap

Ondanks de schaalvergroting in het laatste kwart van de twintigste eeuw hadden ingelanden of ingezetenen van binnen Rijnland gelegen polders in 2000 nog steeds te maken met twee waterschappen: het hoogheemraadschap en het waterschap dat belast was met het waterkwantiteitsbeheer in de desbetreffende polder.

Net als elders in Nederland moest er nog één stap gezet worden: de vorming van één waterschap binnen het gebied van Rijnland dat belast is met alle taken op het gebied van waterbeheer. Op 1 januari 2005 was het zover. Het hoogheemraadschap van Rijnland en de waterschappen Groot-Haarlemmermeer, De Oude Rijnstromen en Wilck en Wiericke gingen op in één nieuw waterschap. De nieuwe organisatie kreeg een historische naam: Hoogheemraadschap van Rijnland, verbonden aan acht eeuwen waterschapsorganisatie in het gebied aan weerszijden van de Oude Rijn.

Het Rijnlandshuis 

Het Rijnlandshuis weerkaatst in het water