Bartholda van Swieten, een bijzondere vrouw

Tekst:: Peter Siepman

Tekst:: Peter Siepman

Soms stuit je in Rijnlands archief op personen die er als het ware uitspringen, in figuurlijke zin dan. Zo iemand is de als mevrouw T'Serclaes bekend geworden jonkvrouw Bartholda van Swieten.

Herinrichting anno 1628

Juli 1628. In het gemeenlandshuis op de Breestraat is het een drukte van belang. Timmerlieden, slotenmakers en goudleerbehangers zijn volop aan het werk. Huismeesteres mevrouw T'Serclaes loopt voortdurend rond om te zien of haar aanwijzingen worden opgevolgd. Als al het werk gedaan is volgen de leveranciers. Die lopen af en aan met bedden, gestopt met de beste soort veren, kleurige dekens en geborduurde en ongeborduurde kussens, allemaal bestemd voor de met ingelegd hout versierde bedsteden van de hoogheemraden. Hun kamers op de eerste verdieping dienen als logeer- en werkruimte ineen want aparte slaapkamers kent men in de 17e eeuw doorgaans niet. De bedsteden, verfraaid met violet- en oranje damast, en blauwe, gele en zwarte stoffen, zijn te kort om in te liggen maar dat doet men ook niet. Er wordt half zittend in geslapen omdat men bang is om dood te gaan als het bloed te veel naar het hoofd stroomt. En als je dood bent kun je nog lang genoeg liggen is de gedachte. Een voordeel van deze krappe bedsteden is dat ze 's winters door hun beslotenheid snel warm zijn. En dat scheelt weer in de stookkosten. De vertrekken van Rijnlands bestuurderen, waar ook spiegels niet ontbreken, worden evenals de rest van het gemeenlandshuis verder gemeubileerd met grote en kleine tafels en Spaanse stoelen. (Geen stoelen uit Spanje maar stoelen naar Spaans model). Voor de ramen komen prachtige gordijnen. Het kost een paar centen, 1200 pond om precies te zijn, een geweldig bedrag, maar dan heb je ook wat. Alles bij elkaar is het een chique en representatief geheel waar ook gasten waardig ontvangen kunnen worden.

Detail van rekening van het beddegoed

Detail van de rekening van het beddegoed, geleverd 16 juli 1628 aan mevrouw T'Serclaes ten behoeve van de inrichting van het gemeenlandshuis

Niet van de straat

Soms stuit je in Rijnlands archief op personen die er als het ware uitspringen, in figuurlijke zin dan. Zo iemand is de als mevrouw T'Serclaes bekend geworden jonkvrouw Bartholda van Swieten, geboren in Den Haag in 1566 en overleden aldaar in 1647. Met ingang van 3 januari 1629, zij was al drieënzestig, werd zij tegen een jaarlijkse vergoeding van 300 pond met terugwerkende kracht tot 1 mei 1628  aangesteld als huismeesteres van het gemeenlandshuis. Zij volgde haar schoonzuster op, weduwe van Bartholda's in 1624 overleden broer  jonkheer Adriaen van Swieten. Hij was de laatste dijkgraaf die met zijn gezin het gemeenlandshuis bewoonde. Na het overlijden van haar man zorgde mevrouw Van Swieten  nog enkele jaren voor het gemeenlandshuis met behulp van de twee knechten en drie dienstmaagden die hun vertrekken hadden in het achterhuis aan de Langebrug. Maar in 1628 vertrok zij, met medeneming van al het meubilair, zodat het huis "gansch ontblotet ende onversien" achter bleef. Bartholda van Swieten richtte daarop op kosten van Rijnland het gemeenlandshuis, waar zij ook zelf een kamer betrok, geheel opnieuw in. De familie Van Swieten was bepaald niet van de straat. De vader van Adriaen en Bartholda, Adriaen van Swieten senior, was hoogheemraad van Rijnland maar moest in 1568 met zijn gezin vluchten voor de Spanjaarden omdat hij de kant van Willem van Oranje koos. Hij sloot zich aan bij de watergeuzen en was in 1572 aanwezig bij de inname van Den Briel. Vervolgens wist hij in drie dagen tijd Oudewater, Woerden en Gouda voor de prins te winnen. In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot gouverneur van Gouda en keerde hij terug als hoogheemraad.

De rol van haar leven

Op het moment dat Bartholda van Swieten in dienst trad van Rijnland had zij al een heel leven achter de rug. Zij was getrouwd geweest met de naar Den Haag uitgeweken Brusselse edelman Floris T'Serclaes, overleden in 1612, met wie ze zeven kinderen kreeg. De rol van haar leven kreeg deze vitale vrouw in 1621 toen er een einde kwam aan het Twaalfjarig Bestand  tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De bevolking van zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden herinnerde zich de ellende en narigheid van vroeger maar al te goed en had helemaal geen zin in voortzetting van de oorlog.

Daarom voerde Bartholda in dat jaar namens prins Maurits, met wie zij op goede voet stond, geheime onderhandelingen in Brussel met de daar zetelende regering van de tot Spanje behorende Zuidelijke Nederlanden over verlenging van het Bestand en zelfs over definitieve vrede. Maar door diepgaande meningsverschillen kwam daar niets van terecht. Voor Maurits waren de onderhandelingen vooral een diplomatiek spel om aan de weet te komen wat de plannen waren van de vijand. Hoewel op 20 april 1621 de strijd tussen Spanje en de Republiek weer losbarstte bleef Bartholda dat jaar en de volgende jaren heen en weer reizen tussen Brussel en het Haagse Binnenhof in de hoop dat de prins zich zou laten overhalen tot een definitieve vrede. Sinds 1624 bemiddelde zij ook over de uitwisseling van gevangenen. Na het overlijden van prins Maurits in 1625 maakte ook zijn broer en opvolger Frederik Hendrik gebruik van Bartholda's diensten. Voorjaar 1629, kort voordat zij in dienst van Rijnland trad, bemiddelde zij in Roosendaal bij een gevangenenruil, en in 1634, toen zij al vijf jaar voor Rijnland werkzaam was, reisde zij naar Duinkerken om de markies van Aytona, waarnemend landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden te polsen over een mogelijk bestand. Daarna werd het stil rond haar.

Wat de beweegredenen voor Bartolda waren om huismeesteres te worden is niet erg duidelijk. Misschien had zij geld nodig. Het college behandelde haar in ieder geval met alle respect wat gezien haar afkomst niet vreemd is. Op 12 april 1640 gaf zij een groot afscheidsdiner in het gemeenlandshuis in aanwezigheid van dijkgraaf en hoogheemraden en de Leidse burgemeesters. Bij haar vertrek kreeg Bartholda een gift van 500 pond "uijt consideratie van verscheijden voorgaende goede getrouwe diensten". In de jaren erna kreeg zij haar jaarsalaris als pensioen. Op 15 oktober 1647, enkele maanden voor het einde van de Tachtigjarige Oorlog, overleed Bartholda in Den Haag, 81 jaar oud.

Een Haagsche Joffer

Bartholda van Swieten is nog lang tot de verbeelding blijven spreken. In de 19e eeuw was zij hoofdpersoon in de historische roman "Een Haagsche Joffer" van H.J. Schimmel. Deze auteur schilderde haar niet erg waarheidsgetrouw af als een stijf-gereformeerde, heupjichtige burgervrouw, kleindochter van een eenvoudige dienstmaagd. En dat terwijl de katholieke Bartholda van goeden huize kwam en gezien werd en wordt als een van de weinige vrouwelijke diplomaten van haar tijd. Naast het boek schreef Schimmel een toneelstuk "Juffrouw Serklaes" dat vele malen werd opgevoerd. Een bekend vertolkster was mevrouw Kleine-Gartmann (1818-1885), op het hoogtepunt van haar roem de 'grande dame' van het Nederlands toneel en de populairste actrice van haar tijd. Zij speelde grote rollen op het eerste toneel van Nederland, de Amsterdamse Stadsschouwburg. Juffrouw Serklaes was daarvan een van de hoogtepunten.

mw.M.J. Kleine- Gartmann als Juffrouw Serklaes

Een portret van Bartholda van Swieten is niet bekend. Maar zoals mw.M.J. Kleine- Gartmann, hier gefotografeerd in 1885, haar uitbeeldde als Juffrouw Serklaes kunnen we ons haar heel goed voorstellen als huismeesteres in het gemeenlandshuis. Foto Albert Greiner / Collectie Theater Instituut Nederland

Een idee

In de 19e eeuw veranderde het gemeenlandshuis geleidelijk aan in kantoor. Overnachten deed het bestuur er niet meer want er reden inmiddels treinen zodat men na afloop van een vergadering nog dezelfde dag huiswaarts kon keren. Van al de mooie spullen die Bartholda van Swieten aanschafte bleef niets over. De bedsteden en meubelen maakten plaats voor bureaus en dossierkasten. Nog in 1859 werd een partij oud meubilair naar een verkoophuis gebracht, wellicht omdat er ruimte gemaakt moest worden voor de toen nieuw opgerichte afdeling Belastingen. Toch jammer van die kamers met bedsteden. In onze tijd zouden ze, voorzien van laptop en draadloos internet, prima kunnen dienen als flex- en concentratiewerkplek. Misschien een idee voor herinrichting?