Bekende en onbekende Rijnlanders: mr. S.J. Fockema Andreae

Tekst: E.D. Tiemens

Tekst: E.D. Tiemens

Als je geïnteresseerd bent in het hoogheemraadschap en zijn geschiedenis kom je als het ware vanzelf terecht bij Sybrandus Johannes Fockema Andreae. Deze Fries, telg uit een bekend Nederlands geslacht, werd in 1904 in Leeuwarden geboren.

In zijn lange, veelzijdige en productieve loopbaan groeide hij onder meer uit tot een algemeen erkend deskundige van de geschiedenis van de waterschappen en de waterstaat en een grootmeester op het gebied van de historische kartografie. Hij was in Nederland  qua gevarieerdheid, gehalte en omvang van zijn wetenschappelijke publicaties volstrekt uniek. Hij publiceerde maar liefst 630 titels, waarvan een groot deel op het terrein van de waterschapsgeschiedenis lag. Deze geschiedschrijving kwam daardoor op een hoger, wetenschappelijk, niveau.

Na gynasiumbezoek in Arnhem en een studie rechten in Leiden kwam hij in 1928 terecht bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Hij startte als tijdelijk ambtenaar en werd daarna archivaris. Hij bleef tot 1934. Er werd door intimi gezegd dat zijn Rijnlandse periode de gelukkigste van zijn leven was. Dat is voor de mopperaars onder ons weer eens een heel ander geluid.

Dat Fockema het naar zijn zin had bleek wel uit zijn grote productie in die paar Rijnlandse jaren. Er kwamen twee standaardwerken over Rijnland tot stand die nog steeds actueel zijn, ook na bijna tachtig jaar. In 1933 publiceerde hij namelijk de nog steeds veel gebruikte inventaris van “De oude archieven van Rijnland”. In 1934 promoveerde hij cum laude op zijn proefschrift “Het hoogheemraadschap van Rijnland, zijn recht en zijn bestuur van de vroegsten tijd af tot 1857”. Door ingewijden werd hier over gesproken als “een klassiek meesterwerk, dat tot de beste rechtshistorische werken van onze tijd mag worden genoemd”. Het bleef in die Rijnlandse periode niet bij deze twee werken, er verschenen er nog acht, de meesten rechtshistorisch van aard. Sybrandus was 30 jaar oud, jurist, en stond pas aan het begin van zijn carriëre.

Portret van mr. S.J. Fockema Andreae

Hij koos achtereenvolgens voor het Ministerie van Justitie, afdeling Staats- en strafrecht, de provinciale griffie van Zwolle en werd griffier van Groningen. Hij huwde in 1941 met Antoinette de Monchy en kreeg met haar twee dochters en een zoon. Na de oorlog volgde schorsing en ontslag als griffier wegens zuiveringsmaatregelen. De redactie van zijn ontslagbesluit verzette zich echter niet tegen een betrekking als rijksarchivaris te Den Haag

Tijdgenoten roemen zijn grote belezenheid en uitstekende geheugen. In de persoonlijke sfeer is van hem bekend dat hij een hinderlijk spraakgebrek had. Hij stotterde namelijk. Dit weerhield hem er echter niet van openbare discussies te voeren en te kiezen voor banen waarin hij zich ook steeds mondeling nadrukkelijk diende te manifesteren.

Het Biografisch Woordenboek van Nederland, waaruit ik veel informatie voor dit artikel putte, schrijft over hem “Als mens is Fockema Andreae het beste te typeren als de begaafde originele Einzelgänger. Minzaam in de omgang ging hij in betrekkelijke eenzaamheid zijn veelzijdige weg door het ambtelijke en wetenschappelijke leven.” en: “ Zijn hobby was de wetenschap. Zelfs vakantietrips leverden niet zelden interessante historische artikelen op over de bezochte streek, gebaseerd op archiefonderzoek ter plekke”.

In 1948 keerde hij terug bij Rijnland en nu als secretaris. Met zijn werklust gaf zelfs die drukke baan hem de ruimte om gewoon door te gaan in het tempo waarin hij steeds artikelen en boeken had geschreven. In opdracht van Rijnlands bestuur schreef hij onder meer in 1954, ter gelegenheid van het nieuwe gemaal in Katwijk, een boek over Willem I, graaf van Holland (1203 – 1222), waarvan hij aannemelijk maakte dat hij de stoot heeft geven tot het aanleggen van dijken in Holland. Hij schreef over de geschiedenis van vóór de droogmaking van het Haarlemmermeer en over sociale geschiedenis van Nederland (1882 – 1957): “Een mensenleven in Nederland: driekwart eeuw ontwikkeling van openbaar bestuur, onderwijs en onderneming”, waarvan werd gezegd dat hij zichzelf hiermee overtrof. Het boek werd gezien als het knapste van al zijn publicaties. In de laatste periode van zijn leven keerde Fockema terug naar Friesland, waar hij rijksarchivaris werd.

Het voert in dit artikel te ver om nog meer van zijn werk of verdiensten te noemen. Fockema was ondanks al zijn prestaties, ook een gewoon mens, die het in velerlei opzicht niet gemakkelijk heeft gehad. Hij stierf op 6 december 1968 in Beetsterzwaag, 64 jaar oud.