Elie François van Dissel, ingenieur van Rijnland 1876-1901

Tekst: Peter Siepman

Tekst: Peter Siepman

In 1876 werd Van Dissel benoemd als ingenieur van Rijnland. Daar nam hij als eerste de verbetering van de stoomgemalen te Spaarndam, Halfweg en Gouda ter hand door de schepraderen ervan te verlengen. Vervolgens liet hij ter bevordering van de doorstroming naar de gemalen grote en kleine boezemwateren verruimen.

Elie van Dissel, een kundig ingenieur

"Het tyrannizeeren van ondergeschikten, het steeds den chef uithangen, het jacht maken op aanmerkingen waardoor kleine zielen hun ondergeschikten het leven zoo onaangenaam weten te maken, was hem evenzeer vreemd als de malle fratsen in kleeding, wijze van spreken of andere uiterlijkheden waarmede onbeduidenden jacht op effect maken."

Zo omschreef opzichter J.B.van Loenen, die jarenlang met hem gewerkt had, Elie van Dissel, gepensioneerd ingenieur van Rijnland en hoofd van de Technische Dienst, bij diens overlijden in 1908. Ook uit andere bronnen komt een beeld naar voren van een man die niet alleen zeer kundig was op zijn vakgebied, maar eveneens sociaal bewogen en aangenaam in de omgang met anderen, ongeacht rang of stand.

Theoloog en ingenieur

Elie François van Dissel, geboren 27 juli 1832 in Winterswijk, studeerde theologie in Utrecht waar hij in 1856 cum laude promoveerde tot doctor in de godgeleerdheid. Omdat hij er niet voor voelde om predikant te worden, volgde hij hierna de opleiding tot civiel ingenieur in Delft. Een eerste werkgever vond Van Dissel in de Staatsspoorwegen waarvoor hij onder meer werkte aan de bouw van de spoorwegbrug over de Waal bij Zaltbommel. In 1869 volgde overplaatsing naar Rotterdam waar hij een bijdrage leverde aan het ontwerpen en uitvoeren van bruggen en viaducten als onderdeel van de spoorwegwerken in die stad.

Portret ir. E.F. van Dissel

Portret van ir. E.F. van Dissel

Ingenieur van Rijnland

In 1876 werd Van Dissel benoemd als ingenieur van Rijnland. Daar nam hij als eerste de verbetering van de stoomgemalen te Spaarndam, Halfweg en Gouda ter hand door de schepraderen ervan te verlengen. Vervolgens liet hij ter bevordering van de doorstroming naar de gemalen grote en kleine boezemwateren verruimen. Rijnlands totale bemalingscapaciteit, inbegrepen het door hem ontworpen, in 1881 in werking gestelde stoomgemaal te Katwijk, zou daarmee in het tijdperk Van Dissel stijgen van 3.500.000 naar 7.250.000 m3 water per etmaal. Deze capaciteitsvergroting wordt algemeen gezien als Van Dissel's grootste verdienste voor Rijnland.

Behalve de waterlozing had de verbetering van de waterinlating zijn aandacht. Met de bouw van een nieuwe, grotere, inlaatduikersluis bij het stoomgemaal te Gouda werd de mogelijkheid van inlating van water uit de Hollandsche IJssel sterk vergroot. Nauw betrokken was Van Dissel bij de discussie over de verhoging en verzwaring van de Lekdijk Bovendams tussen Amerongen en Vreeswijk. In 1878 schetste hij in een memo aan de Verenigde Vergadering hoe bij een doorbraak van die buiten ons gebied gelegen dijk grote delen van Holland, Rijnland inbegrepen, zouden onderlopen. Wellicht overdreef hij wat, maar zijn memo bevorderde wel de jarenlang voortsukkelende besluitvorming rond de verhoging van de Lekdijk, inclusief de kostenverdeling van het werk, waarmee twee jaar later werd begonnen.

Een veelgevraagd adviseur

Dat Van Dissel een kundig ingenieur was, viel ook anderen op. Al snel werd hij een veelgevraagd adviseur inzake waterstaatsaangelegenheden als bemaling of droogmaking van polders. Voor dat werk, dat Van Dissel deed naast zijn Rijnlandse bezigheden, vroeg hij volgens de regels per geval toestemming aan D&H. De lijst is veel langer, maar binnen Rijnland adviseerde hij bijvoorbeeld de polder Nieuwkoop, de Veender- en Lijkerpolder, de Driemanspolder en de Noordveensche Veenderij. Dat zijn invloed reikte tot ver buiten Rijnland, blijkt uit de adviseurschappen voor het hoogheemraadschap van Delfland, de prins Alexanderpolder, het polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk, het polderdistrict Culemborg, het waterschap van de Linge-Uitwatering, de Eendrachtspolder bij Vianen, de dijkstoel van de Tielerwaard en de polders in de Alblasserwaard. Daarnaast was hij lid van de staatscommissie ter verbetering van de Nieuwe Waterweg.

Scheprad van stoomgemaal te Zeeburg

Tekening van het scheprad van het stoomgemaal te Zeeburg door Van Dissel vervaardigd

Een brede belangstelling

Van Dissel had een brede interesse zoals blijkt uit de vele maatschappelijke functies die hij bekleedde. Zo was hij raadslid in Leiden en lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland. Zijn literaire belangstelling blijkt uit zijn lidmaatschap van de Maatschappij van Letterkunde te Leiden. Voor Rijnland werkte hij aan de inventarisatie van oude kaarten in het archief en hij stelde verschillende handige, nog steeds bruikbare boekwerkjes samen, zoals een alfabetische lijst van boezemwateren en een register van bruggen en kunstwerken. Overzichten die tot dan toe ontbraken.

Machinekamer van het stoomgemaal Halfweg

Een oude foto van de machinekamer van het stoomgemaal Halfweg

Jubileum

Op nieuwjaarsdag 1901 vierde Van Dissel zijn 25-jarig ambtsjubileum. Het Leidsch Dagblad deed uitgebreid verslag van het bezoek dat een vertegenwoordiging van Rijnland onder leiding van dijkgraaf De Vries hem thuis bracht. Bij die gelegenheid werd de jubilaris namens het bestuur een cassette met tafelzilver aangeboden met daarop aangebracht een zilveren plaatje met de tekst: "Het Hoogheemraadschap Rijnland; aan den Ingenieur bij zijn 25-jarig ambtsfeest. 1876-1901." Namens het personeel kreeg hij een mooie fauteuil en een prachtig geornamenteerde oorkonde in zeventiende-eeuwse stijl met daarop een foto van de machinekamer van het stoomgemaal te Halfweg.

Brief van ir. van Dissel

Brief van ir. van Dissel aan de Verenigde Vergadering met verzoek om eervol ontslag en om toekenning van een pensioen

Pensionering en overlijden

Vier jaar later, in 1905, diende de toen 73-jarige ingenieur ontslag in, hiertoe gedwongen door een oogziekte die hem het werken onmogelijk maakte. Na zijn pensionering vestigde hij zich in Warmond waar hij enkele jaren later overleed.