Jan Pieterszoon Dou, landmeter en kaartenmaker

Tekst: Paul Schevenhoven

Tekst: Paul Schevenhoven

In de 17de eeuw hebben drie generaties van de bekende Leidse landmeters- en kaartenmakersfamilie Dou voor het hoogheemraadschap van Rijnland gewerkt. Een groot aantal kaarten die zij in opdracht van Rijnland hebben vervaardigd berust nog altijd in het archief van het hoogheemraadschap. Ook voor andere waterschappen waren de Dou’s actief, net als voor de stad Leiden. Het begon met Jan Pieterszoon Dou (1573-1635). Na hem kwamen zijn zoon Jan (1615-1682), die zich vanaf 1641 Johannes noemde, en zijn kleinzoon Johan (1642-1690).

Jan Pieterszoon Dou werd in 1573 in Leiden geboren als zoon van een kuiper. Op éénjarige leeftijd doorstond hij het bekende beleg van Leiden, toen honger en pest de stadsbevolking teisterden. Ook zijn ouders hebben het beleg overleefd. In 1581 woonde het gezin met zeven kinderen op de Oude Rijn, in de buurt van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Jan kreeg belangstelling voor rekenen en landmeetkunde. In 1590 mocht hij een landmeter assisteren bij het opmeten van enige landerijen bij het Haarlemmermeer en het IJ. Van die opmeting maakte hij ook kaarten. Nu was zijn belangstelling echt gewekt. Hij begon ijverig te studeren en breidde zijn kennis steeds verder uit. In 1597 diende hij bij het Hof van Holland een verzoek in om als erkend landmeter te mogen werken. Hij leverde hierbij verklaringen in van vier ‘gezworen landmeters’ van Rijnland, beëdigde landmeters die voor het hoogheemraadschap werkten. Op 27 november 1597 verleende de overheid van het gewest Holland hem ‘admissie’ of toestemming om als landmeter te werken. Kort daarop werd hij door het stadsbestuur van Leiden aangesteld en beëdigd als ‘wijnroeier’ van de stad. Die functie hield in dat hij iedereen bezocht die wijn verkocht en de in de wijnvaten aanwezige hoeveelheid peilde met een zogenaamde roeistok, zodat daarover door de stad accijns geheven kon worden. Kennelijk verrichte hij voor het stadsbestuur ook al landmeterswerkzaamheden, want hij noemde zich vaak landmeter en wijnroeier van de stad Leiden.

In 1605 kreeg Dou van het bestuur van Rijnland toestemming om als gezworen landmeter voor het hoogheemraadschap te werken. Dit hield geen vaste aanstelling in. Hij werkte in opdracht, net als voor andere opdrachtgevers, en werd per verrichting betaald. Dou was inmiddels een bekende landmeter geworden, die ook al een aantal wetenschappelijke boeken had gepubliceerd. Ook bedacht hij een nieuw instrument voor het doen van metingen, de Cirkel van Dou, later bekend als de Hollandse Cirkel. Dou gebruikte dit instrument voor het eerst bij de verkaveling van de Beemster, waarbij hij sinds 1611 betrokken was.

 

De Circel van Dou

De Cirkel van Dou

 

Maatschappelijk ging het Dou voor de wind. In 1607 trouwde hij met een rijke koopmansdochter. Het echtpaar betrok het twee jaar daarvoor door Dou gekochte huis aan de Nieuwstraat, waarin hij ook over een bibliotheek beschikte met veel boeken en kaarten. Hij behoorde tot de aanzienlijkste burgers van de stad en in 1617 werd hij lid van de Leidse vroedschap. Een jaar later had hij schepen kunnen worden, maar dat ging niet door als gevolg van de politieke verhoudingen in Holland. De al langer bestaande religieuze en politieke tegenstellingen tussen Remonstranten en Contraremonstranten kwamen in 1618 tot een uitbarsting. Prins Maurits ontsloeg het Leidse stadsbestuur en daarmee kwam een einde aan de bestuurlijke loopbaan van Dou. Zijn Remonstrantse gezindheid bracht hem later nog twee keer in moeilijkheden. Door ingrijpen van prins Maurits, de aanvoerder van de Contraremonstranten maar ook een groot bewonderaar van het landmeetkundige werk van Dou, ontkwam hij in beide gevallen aan verdere vervolging.

De politieke problemen waar Dou in de jaren 1618-1623 mee te maken kreeg, hadden geen gevolgen voor zijn welstand. Zijn opdrachten leverden veel op. Hij bezat grond en huizen en bij een belastingheffing in 1622 werd de waarde van zijn bezittingen op 10.000 gulden getaxeerd. De zoon van een kuiper, een middenstander, was opgeklommen tot de gegoede burgerij. Sinds 1605 werkte Dou ook voor Rijnland, maar pas in 1631 kreeg hij een vaste aanstelling als ‘ordinaris landmeter’ van het hoogheemraadschap. Daaraan was geen vast salaris verbonden. Net als voorheen bracht hij zijn werkzaamheden in rekening bij dijkgraaf en hoogheemraden. Twee jaar later, in 1633, kreeg hij op zijn verzoek ook een vast salaris, een bescheiden bedrag van 60 gulden per jaar. In het verzoek had hij op zijn zware werkomstandigheden gewezen, in het mulle duinzand of in de moerassen en waterkuilen bij de Spaarndammerdijk, wat dikwijls ziekten en andere ongemakken veroorzaakte. De rijke burger stond dus vaak letterlijk in de modder.

 

Kaart van polder Nieuwkoop en Noorden

Kaart van de te stichten polder Nieuwkoop en Noorden,
door Dou gemeten en in kaart gebracht, 1631

 

Dou kreeg ook veel opdrachten van de stad Leiden. Op verzoek van het stadsbestuur hield hij zich bezig met plannen om de doorstroming van de vervuilde stadsgrachten te bevorderen. Op 3 juli 1635 inspecteerde Dou samen met de burgemeesters de wateren ten zuidoosten van de stad. Mede door de vervuilde grachten was in Leiden de pest uitgebroken en veroorzaakte een enorme sterfte. De epidemie trof ook het gezin Dou. Op 22 juli stierf één van de dochters aan de ‘heete siecte’. Precies twee weken later, op 5 augustus, overleed Jan Pieterszoon Dou aan dezelfde ziekte. Een van zijn zoons stierf op dezelfde dag. Zijn twintigjarige zoon Jan kreeg een maand later van het Hof van Holland admissie als landmeter en volgde hem nog in hetzelfde jaar op als ‘ordinaris landmeter’ van Rijnland. Net als zijn vader zou hij veel prachtige kaarten maken, voor Rijnland en voor andere opdrachtgevers.

 

Geraadpleegde bronnen

D. Aten, P. Schevenhoven redactie, ‘Dou : landmeters in Rijnland en Hollands Noorderkwartier, 1600 – 1680’. Heerhugowaard, 2016. Te bestellen via onze website voor €15,00.

F. Westra , ‘Jan Pietersz. Dou (1573 – 1635) – invloedrijk landmeter van Rijnland’, Caert-Thresoor, 13e jaargang 1994, nr. 2, blz. 37 - 48.

J.W. Verburgt, ‘Het leven van Jan Pietersz. Dou als burger, landmeter, wijnroeier en notaris van Leiden, 1573 – 1635, toegelicht uit zijne handschriften en werken’, Leids Jaarboekje 26, (1933 – 1934) 18 - 61.

 

 Dou: landmeters in Rijnland en Hollands Noorderkwartier

 

Enkele publicaties van Jan Pietersz. Dou

Practijck des landmetens: leerende alle rechte ende kromzydige landen, bosschen, boomgaerden, ende andere velden meten, soo wel met behulp des quadrants, als sonder het selve. Mitsgaders alle landen deelen in ghelijcke ende onghelijcke deelen op verscheyden manieren, met eenighe nieuwe ghecalculeerde tafelen daertoe dienende. 1620. Digitaal in te zien via Google Books.

Tractaet van de roeden ende landt-maten, door Hollant ende West-Vrieslant, met meer andere plaetsen: de selve by roeden-lengten, roedenquadraet, ende morgens, elcx in haer recht proportie jegens den anderen gecalculeert, ende in verscheyden tafelen beschreven. Leiden, 1629. Digitaal in te zien via Google Books.

Tractaet vant maken ende gebruyken eens nieu gheordonneerden mathematischen instruments. In welcke verscheyden konstighe stucken (de geometrie betreffende) vervatet ende begrepen zijn. Leiden, 1620. Digitaal in te zien via Google Books.

 

Kaarten

Vervaardigde kaarten in Rijnlands archief

Vervaardigde kaarten in het Nationaal archief