Vrouwen van Rijnland

Tekst: Peter Siepman

Tekst: Peter Siepman

Onze regering wil tegenwoordig zoveel mogelijk vrouwen aan het werk hebben. Tot een halve eeuw geleden was het omgekeerde het geval. Arbeidsdeelname door vrouwen, getrouwd of niet was niet altijd zo vanzelfsprekend als nu.

Liever geen vrouwen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen veel mannen gemobiliseerd waren, verschenen hier de eerste vrouwen op kantoor. Bij Rijnland was er op het bureau van de ingenieur een schrijfster in tijdelijke dienst, maar die werd door de dijkgraaf weggestuurd. Waarom is niet bekend, maar ingenieur Hoogenboom vroeg zich af of dat was “..op grond van vermeende minder gewenschte toestanden door het samen verblijven van een juffrouw met de opzichters op de, voor het personeel ten mijnen bureele, destijds ingerichte twee kleine kamertjes boven op den zolder van Rijnlandshuis”.

Eind november 1917 meldden zich zestien sollicitanten voor de ontstane vacature. Daaronder “zeven juffrouwen, die voor een vaste benoeming in deze vacature  ter zijde kunnen worden gesteld, daar aan mannelijk personeel op mijn bureel de voorkeur is te geven”, zo vond de ingenieur. Maar van de negen mannelijke kandidaten bleek niemand geschikt en na een herhaalde oproep werd per 1 april 1918 uit drie vrouwelijke kandidaten mej. S. F. Langeveld voor vast benoemd. Tegen de zin van ingenieur Hoogenboom. Hij had liever gezien dat mejuffrouw Langeveld een tijdelijk contract had gekregen om haar, zodra de oorlog afgelopen zou zijn, in te ruilen voor een vaste mannelijke kracht.

Voor de ingenieur gloorde er nieuwe hoop toen de schrijfster, inmiddels mevrouw S.F. Bongenaar-Langeveld, in 1921 ontslag vroeg in verband met verhuizing naar Den Haag. Maar van de mannelijke sollicitanten op de ontstane vacature moesten er veel nog in dienst; anderen waren niet geschikt en “het is daarom dat de keuze moest worden gedaan uit de vrouwelijke sollicitanten.”  Aangenomen werd mej. Gerrie van Alphen te IJzendoorn, dochter van het hoofd der lagere school aldaar en in het bezit van de akte lager onderwijs. Zij had wel les gegeven maar zocht iets anders.

Een gehuwde vrouw behoort in en voor haar gezin te leven

In de eerste helft van de jaren twintig begon de regering met het voeren van een strak bezuinigingsbeleid. Ook het aantal ambtenaren moest worden teruggebracht. Eén van de maatregelen die sinds 1924 gold was dat huwende ambtenaressen met ingang van de dag van hun huwelijk eervol ontslag werd verleend tenzij zij ouder waren dan 45 jaar. Behalve dat werkende vrouwen gezien werden als oneigenlijke concurrentie voor de man als kostwinner vond het kabinet ook dat een gehuwde vrouw in en voor haar gezin behoorde te leven. Al in dienst zijnde gehuwde ambtenaressen kregen na de crisis van 1929 ook extra salariskorting opgelegd, want zij werkten, zo was de gedachte, voor de luxe of de lol. Bovendien rookten zij niet en konden zelf hun kleren maken, zo werd deze maatregel verdedigd. Na 1933 werden nergens meer gehuwde vrouwen in overheidsdienst aangenomen. In dat jaar werd ook in Rijnlands Ambtenarenreglement, in navolging van het Rijksambtenarenreglement, een artikel opgenomen dat voorzag in automatisch ontslag op de dag van het huwelijk.

Een vrouwelijke collega aan het werk

Bij de nieuwe verrijdbare stellingen in het archiefgebouw aan de Langebrug, 1954

 

In 1937 probeerde minister Romme in een wetsontwerp zelfs vrijwel alle vrouwenarbeid te verbieden. Hij verdedigde zijn voorstel met de woorden: “Naar natuurlijk bestel dient de man de kostwinner van het gezin te zijn en heeft de vrouw tot taak de verzorging van het gezin. Het is in het algemeen een misstand wanneer de vrouw zich aan die taak onttrekt en een andere werkkring zoekt.” Vanwege de vele en felle protesten, onder meer van de kant van de vrouwenbeweging, trok Romme zijn voorstel in.

Intussen werkte Gerrie van Alphen, in 1921 aangenomen bij gebrek aan geschikte mannelijke kandidaten, nog steeds bij Rijnland, sinds 1935 als klerk bij de Technische Dienst. Veel vrouwelijke collega’s had zij niet. In 1938 werd mej. E. de Jong aangesteld als tijdelijke klerk op de afdeling Comptabiliteit. Haar werkzaamheden bestonden volgens de voor de vacature opgestelde advertentie uit: “Het bijhouden van de loonboekhouding (loonkaarten, splitsingskaarten, ongevallenlijsten enz.), het boeken op de bijrekeningen van de posten uit het kasboek, het behandelen van drukwerk, het opbergen van stukken in het archief en voorts al het tikwerk en veel telwerk”.

De deur op een kier

Enkele jaren later, in 1941, werd Rijnlands personeelsbestand opnieuw verrijkt met een vrouw. Ingenieur De Gruyter verzocht het college om mej. Hittje Kiljan te benoemen als analiste op het laboratorium dat Rijnland sinds kort exploiteerde. Hij wilde haar graag hebben omdat zij, opgeleid aan de Middelbare Chemische School te Leiden, ook nog eens de nodige ervaring had opgedaan op het lab van het Rijksinstituut tot Zuivering van Afvalwater (RIZA) te Den Haag. De ingenieur stelde voor om Hittje voorlopig een jaar op proef aan te stellen met de verplichting om als er eens onvoldoende werk op het lab zou zijn  administratieve werkzaamheden te verrichten. Voor dat laatste werd het op prijs gesteld dat zij leerde tikken. Maar het college was voorzichtig en stelde haar aan op arbeidscontract, wederzijds per maand opzegbaar. Pas op 1 mei 1943 kwam Hittje in vaste dienst.

Anderhalf jaar later, in november 1944 bleek haar vader gevangen te zitten in Duitsland waardoor het gezin Kiljan afhankelijk was van het salaris van Hittje. Zij en haar verloofde vatten daarom het plan op om hun geplande huwelijk te vervroegen. Het salaris van de aanstaande bruidegom zou er daardoor aanzienlijk op vooruitgaan. Maar het inkomen van Hittje zou vervallen omdat op grond van Rijnlands Ambtenarenreglement haar dienstverband op de dag van haar huwelijk zou eindigen. “Hopende dat uw geëerd College oog zal hebben voor de bijzondere moeilijkheden in dezen oorlogstijd…” verzocht zij daarom een uitzondering te maken. Die uitzondering konden D&H niet maken, maar tegelijkertijd wilden zij Hittje graag voor Rijnland behouden. Het college kon echter gebruik maken van de sinds 1943 vanwege algemene personeelsschaarste ingevoerde regeling dat ontslagen gehuwde ambtenaressen tot wederopzegging in dienst konden worden genomen op arbeidsovereenkomst. Zo werd mej. Kiljan per 4 december 1944, de dag van haar huwelijk, eervol ontslagen en op diezelfde dag, nu als mevrouw Hittje van Heuven, geboren Kiljan aangesteld op arbeidscontract voor een jaar. Een half jaar later ging zij toch verloren voor Rijnland toen zij om beëindiging van het contract verzocht in verband met haar aanstaand kerkelijk huwelijk.

Rijnlands Ambtenarenreglement

Rijnlands Ambtenarenreglement uit 1933. Artikel 50e regelt het automatisch ontslag voor vrouwen bij huwelijk.

 

 

De in 1943 ingevoerde regeling dat ontslagen gehuwde ambtenaressen tot wederopzegging in dienst konden worden genomen op arbeidsovereenkomst werd na de oorlog van jaar tot jaar verlengd. Maar de minister van Binnenlandse Zaken vond in 1947 nog steeds dat het in dienst nemen van gehuwd vrouwelijk personeel tot het uiterste moest worden beperkt. De noodzaak om af te wijken van het beginsel, dat het een algemeen belang was, dat de gehuwde vrouw haar taak in de eerste plaats in haar gezin had, zo schreef hij, kon uitsluitend gemotiveerd worden geacht, “..indien vanuit een oogpunt van dienstbelang daartoe dringende redenen aanwezig zijn en de gezinsbelangen van betrokkenen zich voorzover de werkgeefster kan beoordelen niet tegen deze handelwijze verzetten”. In 1950, Gerrie van Alphen was bijna dertig jaar in dienst van Rijnland en net bevorderd tot adjunct-commies, werd de regeling opnieuw verlengd in afwachting van het rapport van de Commissie ter bestudering van het vraagstuk van de huwende en gehuwde ambtenares in Rijksdienst.

Alle deuren open

Inmiddels werd er steeds meer geprotesteerd, en niet alleen door de vrouwenbeweging, tegen de regeling dat een gehuwde vrouw geen vaste aanstelling in overheidsdienst kon hebben. In 1955 ging de Tweede Kamer, na een motie  van mevrouw Tendeloo, jarenlang voorvechtster van vrouwenrechten, met een nipte meerderheid akkoord met afschaffing van die regeling. Daarmee kwam de weg vrij voor alle vrouwen, getrouwd of niet, om op alle overheidsfuncties te solliciteren. In 1961 werd ook Rijnlands Ambtenarenreglement aangepast.

Gerrie neemt afscheid

Hoe Gerrie van Alphen over dit alles dacht is niet bekend. In 1956 werd zij bevorderd tot adjunct-commies A, nog eens drie jaar later tot commies. Op 1 november 1959 ging zij na achtendertig jaar met pensioen en nam op grootse wijze afscheid van Rijnland. Na op de meest loffelijke wijze te zijn toegesproken door dijkgraaf Schokking en anderen kreeg Gerrie van de Rijnlandse collega’s een lichtgewicht strijkijzer en een kristallen bowlstel aangeboden.

 Afscheidsbijeenkomst mejuffrouw Van Alphen

Afscheidsbijeenkomst van mejuffrouw Van Alphen (in het midden) in de Grote Zaal van het Gemeenlandshuis. Zij wordt hier toegesproken door dijkgraaf Schokking.

 

De grootste verrassing kwam echter van de ook aanwezige wethouder van de gemeente Leiden, de heer Jongeleen, tevens plaatsvervangend hoofdingeland, die haar mededeelde dat het H.M. de Koningin had behaagd haar te onderscheiden met de eremedaille in goud, behorende bij de orde van Oranje Nassau.

Dhr. Groenendijk met nimphen

 

“Dhr. Groenendijk met nimphen van het Gaarderboek” is achterop deze foto vermeld. Genomen in Avifauna tijdens het eerste personeelsuitje in 1959. Gaarderboek is de oude naam van de afdeling Belastingen.