Dode vissen

Hogere temperaturen, minder zuurstof voor vissen

Hogere temperaturen, minder zuurstof voor vissen

Het hoogheemraadschap van Rijnland krijgt regelmatig meldingen van dode vissen. Door warm zomerweer stijgt de temperatuur van het water in de sloten. In warm water zit minder zuurstof. Indien het zuurstofgehalte te ver daalt krijgen vissen het moeilijk met ademhalen en kunnen ze doodgaan.

Bij warm weer stijgt de temperatuur van het water, hierdoor kan er minder zuurstof oplossen in het water. Behalve de luchttemperatuur speelt ook het waterpeil in de sloten een rol. Het waterpeil kan lager worden als gevolg van een hogere verdamping. In minder diep water, stijgt vervolgens de watertemperatuur ook sneller. Door het warme weer groeien bepaalde planten en algen sneller. Overdag produceren deze algen zuurstof, maar in de nacht gebruiken zij zuurstof. Bij de hoge(re) temperaturen verloopt het afbraakproces van dode planten sneller. Dit vraagt ook veel zuurstof. Deze natuurlijke processen zorgen er voor dat het zuurstofgehalte gedurende de dag en de nacht flink kan wisselen. Indien het zuurstofgehalte te ver daalt, treedt vissterfte op. Vissen zijn koudbloedige dieren die bij hogere temperaturen juist meer zuurstof nodig hebben.

Warm weer en maaien

Het maaien van sloten is noodzakelijk om de aan- en afvoer van water in de sloten te garanderen. Door het aan- en afvoeren van water zorgen we er voor dat er voldoende water in de sloten zit. Niet te veel en niet te weinig. Daarom maaien we in het voor- en najaar de planten onder water. Wanneer de watertemperatuur te hoog wordt, dan stoppen we met het maaien via maaiboten. Afgemaaide planten die achterblijven in het water, gebruiken namelijk zuurstof bij de het afbraakproces. Om te voorkomen dat het zuurstofgehalte in het water negatief beïnvloed wordt, stoppen we dus met maaien via maatboten. Hierdoor proberen we eventuele vissterfte te voorkomen. Maaien via kranen vanaf de kant, kan dan nog wel.

Warm weer en baggeren

In zeer warme perioden houden we nauwlettend de watertemperatuur in de gaten voor de lopende baggerwerken. Bij een watertemperatuur hoger dan 25 graden Celsius moet het werk worden stilgelegd, tot de temperatuur weer voldoende is gedaald. Door het warme weer loopt de watertemperatuur op en nadert mogelijk de grens van 25 graden. In ons werkprotocol flora en fauna staat dat bij overschrijding van 25 graden het baggerwerk moet worden stilgelegd. De watertemperatuur geeft namelijk een indicatie van het zuurstofgehalte in het water. Een te hoge watertemperatuur leidt tot een te laag zuurstofgehalte wat vervolgens problemen geeft voor de flora en fauna. In combinatie met baggeren, kan dat onder andere tot vissterfte leiden. Door te stoppen met baggerwerkzaamheden bij hoge watertemperaturen, proberen we eventuele vissterfte te voorkomen.

Melden

Meld dode vissen altijd via het meldingenformulier of door te bellen naar ons servicepunt, via telefoonnummer (071) 306 35 35.