Begrippenlijst

Afkoppelen

Afkoppelen houdt in dat verhard oppervlak (denk aan parkeerterreinen, grote daken, etc.) niet meer is aangesloten op de riolering, maar loost op het oppervlaktewater of in de bodem. Hiermee voorkomen we dat relatief schoon regenwater onnodig naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie gaat.

Afvalwater

Het water dat huishoudens en bedrijven hebben gebruikt is afvalwater. Dit water komt in het riool terecht en wordt afgevoerd naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie, waar het gezuiverd wordt. Na zuivering stroomt het water weer het oppervlaktewater in, zoals een rivier of sloot.

Afvalwaterzuiveringsinstallatie

Installatie waar verontreinigd water wordt gezuiverd.

Afwateren

Het afvoeren van overtollig water (van gronden, landerijen en polders) via een stelsel van sloten en beken naar een lozingspunt, bijvoorbeeld een gemaal.

Akoestische debietmeter

Apparaat dat met behulp van geluidssignalen water aan- of afvoer meet.

Algemeen bestuur

Het algemeen bestuur van Rijnland, de verenigde vergadering, wordt eens in de vier jaar gekozen door de belastingbetalers. Het algemeen bestuur benoemt de leden van het dagelijks bestuur, het college van dijkgraaf en hoogheemraden.

Algen

Algen zijn bacteriën of wieren die veel voorkomen in zoet oppervlaktewater. Vooral wanneer dit water veel voedingsstoffen bevat, zoals stikstof. Hiernaast staat een microscoopfoto van algen.  Zie ook blauwalgen.

Baggeren

Wanneer er veel bagger op de bodem van een sloot of plas ligt, kan dit nadelige gevolgen hebben voor de doorstroming of de waterkwaliteit. Is dit het geval, dan zal Rijnland ervoor zorgen dat de onderhoudsplichtige gaat baggeren.

Beregenen

Besproeien van gewassen met grondwater of oppervlaktewater.

Beschoeiing

Palen en schotten langs de oever van het water vormen de beschoeiing. Zij zorgen ervoor dat de oever beschermd wordt en niet kan instorten.

Bestuursverkiezing

Het algemeen bestuur van een waterschap wordt eens in de vier jaar gekozen door de belastingbetalers (burgers en bedrijven). De eerstvolgende verkiezingen worden in 2008 gehouden.

Blauwalgen

Bodemsanering

Het schoonmaken van vervuilde grond.

Boezem

Stelsel van aaneengesloten wateren waarin één peil wordt gehandhaafd. Het (overtollig) boezemwater wordt afgevoerd naar de Hollandsche IJssel, naar zee en het Noordzeekanaal.

Boezem

Een boezem is een aaneengesloten stelsel van hogerliggende watergangen (meren, rivieren, enz.), een soort 'vergaarbak'. Via gemalen wordt het overtollige water vanuit de lager gelegen polders naar de boezem toe gepompt. Het water in de boezem stroomt vervolgens naar zee of naar een volgende boezem.

Bronnering

Het wegpompen van grondwater om een stuk grond droger te maken. Bronnering heet ook wel grondwaterspiegelverlaging.

Dagelijks Bestuur

Het dagelijks bestuur van Rijnland, het college van dijkgraaf en hoogheemraden is belast met de dagelijkse gang van zaken van het waterschap. De leden zijn door het algemeen bestuur benoemd.

Debiet

De hoeveelheid water die een bepaald punt op een bepaald moment passeert. Een voorbeeld: als een gemaal een debiet van 90 m3/min. heeft, betekent dit dat er elke minuut 90 m3 (90.000 liter) water kan worden verpompt (verplaatst).

Diffuse bronnen

Diffuus betekent vaag. Diffuse bronnen zijn dan ook: de niet afzonderlijk aan te wijzen lozers van afval (vervuilers). De lozingen zijn afkomstig van wegen, daken en pleinen, en bereiken veelal via de bodem het grond- en/of oppervlaktewater. Omdat niet concreet is aan te geven wie de lozers zijn, is dit een gemeenschappelijk probleem.

Dijkgraaf

De dijkgraaf is de voorzitter van het college van dijkgraaf en hoogheemraden (dagelijks bestuur) en de verenigde vergadering (algemeen bestuur). De dijkgraaf wordt niet net als de rest van het bestuur gekozen, maar benoemd door de Kroon.

Drainage

Het versneld afvoeren van overtollig grondwater door het aanleggen van bijvoorbeeld greppels of buizen.

Duiker

Buis of koker die onder een weg door loopt en die één of meerdere waterlopen verbindt.

Ecologische verbindingszone

Een terrein dat natuurvriendelijk is ingericht en tussen twee natuurgebieden in ligt. Hierdoor worden deze aan elkaar verbonden en kunnen dieren en planten zich over beide gebieden verspreiden.

Effluent

Het schone water dat overblijft nadat het rioolwater is gezuiverd in de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Emissie

De uitstoot van gassen, vloeibare en vaste stoffen naar lucht, water of bodem, door fabrieken, voertuigen, enz.

Erosie

Slijtage of aantasting (van bijvoorbeeld een dijk of een oever*) door wind, water en lucht.

Europese Kaderrichtlijn Water

Rijnland werkt samen met gemeenten, provincie, collega-waterschappen en belangenorganisaties aan de verbetering van de waterkwaliteit. In het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water moet de kwaliteit van het oppervlaktewater (het water in sloten, beken en rivieren) en het grondwater in de toekomst aan strenge normen voldoen. Hiervoor stellen de organisaties samen een plan op dat in 2009 klaar moet zijn. Uiteindelijk moet in 2015 de waterkwaliteit op orde zijn.

Fosfaat

Meststof die voorkomt in menselijke en dierlijke uitwerpselen. In het oppervlaktewater is fosfaat, samen met stikstof verantwoordelijk voor de groei van algen.

Gemaal

Een pompstation dat water in of uit een gebied pompt. Een afvoergemaal pompt het water een gebied uit, een inlaatgemaal pompt het water een gebied in.

Gescheiden rioolstelsel

Systeem van rioolbuizen, gemalen en riooloverstorten waarbij het afvalwater en regenwater door twee aparte buizen worden afgevoerd. Het afvalwater gaat naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het relatief schone regenwater komt direct in sloten of verdwijnt in de grond.

Grondwater

Water dat zich onder of in de grond bevindt.

Grondwatersanering

Het schoonmaken van vervuild grondwater.

Grondwaterstand

De hoogte van het grondwater ten opzichte van een bepaald punt. In Nederland wordt de grondwaterstand uitgedrukt ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP).

Handhaven

Controle op de naleving van de regels, zoals die bijvoorbeeld staan vermeld in de keur en de wetboeken van de Rijksoverheid.

Hemelwater

Verzamelnaam voor neerslag zoals regen, sneeuw en hagel.

Hydrologie

De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het oppervlaktewater en de stromingen en de stand van het grondwater.

Ingezetenen

Inwoners van een bepaald gebied. Bijvoorbeeld de inwoners van het werkgebied van het waterschap.

Integraal waterbeheer

Waterbeheer waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende functies in een gebied, zoals bebouwing, landbouw, natuur en recreatie.

Inundatie

Het onder water (laten) lopen van een laaggelegen gebied, bijvoorbeeld om wateroverlast in een ander (bewoond) gebied te voorkomen.

Jakobskruiskruid

Jacobskruiskruid is een inheemse plant die van nature voorkomt op schrale gronden met open, kale plekken. Jacobskruiskruid staat veel in de belangstelling omdat deze plant giftig is en vooral voor vee wanneer deze plant een gezondheidsrisico vormt. Wanneer deze plant in het maaisel terechtkomt dat voor veevoer gebruikt wordt brengen de giftige stoffen onherstelbare schade toe aan de lever waardoor dieren sterven.

Keur

In de keur staat wat wel en niet mag op of aan de waterkeringen (dijken en kades) en watergangen. Zo is bijvoorbeeld het maken van schuurtjes of het aanleggen van bomen en struiken binnen een zone van vijf meter vanaf de watergang verboden. De regels maken het mogelijk dat het waterschap het onderhoud aan watergangen en waterkeringen goed kan uitvoeren. Het gaat om alle wateren en waterkeringen die het waterschap in beheer heeft inclusief een aangrenzende strook van 4,5 of 5 meter grond.

Kunstwerken

Stuwen, gemalen, sluizen en duikers.

Kwelwater

Grondwater dat aan de oppervlakte komt, onder invloed van een grote waterdruk. Deze grote waterdruk wordt vaak veroorzaakt door een naastgelegen rivier die het grondwater als het ware onder de kade of dijk doordrukt.

Legger

Verzameling van tekeningen waarop het hele werkgebied van het waterschap staat vermeld, waaronder alle waterlopen en kunstwerken. Deze informatie wordt gebruikt voor het beheer en het onderhoud van het gebied.

Maaiboot

Vaartuig waarmee de planten op de bodem van bijvoorbeeld een sloot gemaaid worden. Hierdoor wordt voorkomen dat de waterloop dichtgroeit met planten en daardoor niet genoeg water aan- en af kan voeren.

Maaikorf

Maaiwerktuig aan een tractor of mobiele kraan, bestaande uit een bak met snijmessen, waarmee de begroeiing van een talud of waterbodem wordt verwijderd.

Maaiveld

Bovenkant van de grond.

Muskusrat

Knaagdier (ook wel bisamrat of waterkonijn genoemd) dat graaft in de oevers en kades van rivieren, beken en sloten. Hierdoor verzwakken deze oevers en kades en kunnen ze instorten, waardoor een overstroming kan ontstaan.

Natuurvriendelijke onderhoud

In gebieden waar natuurvriendelijk onderhoud wordt toegepast, wordt bij het maaien rekening gehouden met de aanwezige flora en fauna. Zitten er bijvoorbeeld veel padden in het water, dan wordt niet in een keer al het riet weggehaald, maar blijft er altijd wat riet staan, zodat de padden hun schuilplek voor vogels behouden.

Nitraat

Zie Stikstof

Normaal Amsterdams Peil (NAP)

Alle hoogtes in Nederland, zowel op het land als in het water, worden weergegeven in meters boven of onder NAP. NAP betekent dus niet, zoals sommige mensen denken, Nieuw Amsterdams Peil.

Oever

Een strook land langs het water (rivier, beek, stroom).

Oeverbescherming

Zie Beschoeiing

Omslagen

Zie Waterschapsomslagen.

Ontheffingen

Een vrijstelling voor iets dat wettelijk niet is toegestaan. Een ontheffing kan bijvoorbeeld worden verleend voor het verbod om te graven in een dijk.

Oppervlaktewater

Het water in rivieren, sloten, beken, kanalen, meren, enz.

Overstorten

Zie Riooloverstort

Peilbeheer

Vaststellen en handhaven van het waterpeil in rivieren, beken en sloten.

Peilschaal

Een verticale liniaal waarmee het waterpeil kan worden gemeten ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil, een vast ijkpunt. Peilschalen worden vaak gemonteerd aan de wanden van sluizen, gemalen en stuwen.

Polder

Een gebied omringd door dijken, waarbinnen de waterstand kan worden beheerst. Dit gebied ligt lager dan het waterpeil erbuiten.

Primaire waterkering

Eerste waterkering die om een gebied heen ligt.

Regionale waterkering

Tweede waterkering die om een gebied heen ligt, achter de primaire waterkering. Mocht er iets misgaan met de primaire waterkering, dan houdt de regionale waterkering nog een groot stuk land droog.

Rioolgemaal

Een pompstation waarmee rioolwater van een stad of dorp naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt gepompt.

Schutsluis

Sluis waarmee schepen een hoogteverschil tussen twee rivieren, kanalen of meren kunnen overbruggen.

Sloot

Een natuurlijke of gegraven sleuf die dient voor de aan- en afvoer van water.

Sluis

Een bouwwerk (ook wel kunstwerk genoemd) in een dijk gelegen tussen twee kanalen, rivieren of meren. Met behulp van de verstelbare deuren in de sluis, kan een verschil in waterstand worden overbrugd.

Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)

Wetenschappelijk instituut van de waterbeheerders in Nederland (waterschappen, provincies en het ministerie van Verkeer en Waterstaat). De STOWA doet onderzoek naar nieuwe toepassingen voor het waterbeheer. Ook verzamelt en publiceert dit instituut informatie over bijvoorbeeld waterkwaliteit. Voor meer informatie zie: www.stowa.nl.    

Stikstof (nitraat)

Stikstof is essentieel voor alles wat leeft. Stikstof wordt door planten, mensen en dieren opgenomen in de vorm van nitraat- of ammoniumzouten. Maar als er te veel van deze zouten in het milieu komen, bijvoorbeeld door overbemesting van akkers, dan raakt de voedselketen verstoord. De overtollige stikstof spoelt met regen- en grondwater mee naar sloten, rivieren en meren. Samen met de stof fosfaat zorgt stikstof daar voor de overmatige groei van algen.

Streefpeil

De nagestreefde waterstand in rivieren, beken en sloten. In de polders geldt: in de zomer een hoger peil dan in de winter. De peilen in de winter zijn laag zodat de landerijen goed kunnen ontwateren. Ook is er door het lage peil meer ruimte voor de regen die ´s winters ruimschoots valt. In de zomer is dat niet nodig en zorgt een hoger peil voor een hogere grondwaterstand, wat gunstig is de planten, omdat die via hun wortels meer water op kunnen nemen.

Stuwen

Een hoogte afstelbare constructie waarmee de waterstand van bijvoorbeeld een sloot wordt geregeld. Het water staat aan de achterkant van de stuw hoger dan aan de voorkant.

Talud

Het schuine deel tussen het maaiveld en de bodem van bijvoorbeeld een sloot. Ook het zijvlak van een dijk wordt talud genoemd.

Telemetrie

Het op afstand controleren en bedienen van gemalen en stuwen, door middel van computers.

Uitspoeling

Het weglopen van stoffen zoals fosfaat en stikstof, via het grondwater in het oppervlaktewater.

Unie van Waterschappen

Belangenvereniging voor de Nederlandse waterschappen. Zie ook de website van de UvW.

Verdroging

Een ongewenste verlaging van de grondwaterstand, waardoor een watertekort ontstaat voor landbouwgewassen of natuur. Verdroging ontstaat onder andere door een te snelle afvoer van het (regen)water via sloten, beken en rivieren of het te veel oppompen van grondwater voor beregening of industriële doeleinden.

Vergunning

Toestemming van de overheid (in dit geval het waterschap) om bepaalde handelingen te verrichten of onder bepaalde voorwaarden van bestaande wettelijke voorschriften af te wijken. Een belangrijke vergunning die door het waterschap wordt verleend aan bedrijven, is de lozingsvergunning in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Verontreinigingsheffing

Belasting van het waterschap waarmee de kosten van het waterkwaliteitsbeheer worden betaald. Deze verontreinigingsheffing legt het waterschap op aan zowel bedrijven als aan huishoudens.

Vijzel

Een vijzel is een grote schroef die water omhoog draait. Vijzels worden gebruikt op waterzuiveringen en in gemalen.

Water vasthouden

Het vasthouden van regenwater in de bodem, door de afvoer ervan te vertragen. Dit met het doel om verdroging te voorkomen.

Waterkering

Andere term voor dijk of kade.

Waterkeringszorg

Het beschermen van een gebied tegen overstromingen door het onderhouden van dijken en kades (waterkeringen).

Waterkwaliteit

De kwaliteit van water in sloten en rivieren wordt bepaald door de stoffen die in het water zitten. Verder wordt de waterkwaliteit beoordeeld op basis van de aanwezige planten en dieren.

Waterkwaliteitsbeheer

Rijnland beheert de kwaliteit van het oppervlaktewater. Dit betekent: zorgen voor schoon water in alle watergangen. We doen dit om te voorkomen dat het water vervuild raakt. Het schoonmaken van afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties is daar een belangrijk voorbeeld van. Daarnaast houdt het waterschap de waterkwaliteit nauwlettend in de gaten.

Waterkwantiteit

De hoeveelheid water in sloten, meren en rivieren.

Waterkwantiteitsbeheer

Zorgen voor voldoende water in de sloten, singels en rivieren die in beheer zijn van het waterschap. In de praktijk betekent dit hoofdzakelijk dat het waterschap zorgt voor een goede doorstroming van het water, zodat er geen wateroverlast optreedt.

Waternavel

De Grote Waternavel is een waterplant met een heel explosief groeiproces. Hierdoor kan de plant in korte tijd een groot wateroppervlak bedekken en andere waterplanten verdringen. Zuurstofloosheid van het water kan het gevolg zijn, waardoor vissen kunnen sterven. Daarnaast kan de Waternavel de waterafvoer belemmeren.

Waterplan

Plan van een gemeente om alle aspecten van water - binnen de gemeentegrenzen - in samenhang aan te pakken en te verbeteren. Voorbeelden van wateraspecten zijn de riolering, de kwaliteit van het oppervlaktewater in de stad en de bestrijding van wateroverlast in bebouwd gebied. De gemeente stelt het plan samen op met het waterschap, de provincie en het waterleidingbedrijf.

Waterschap

Algemene benaming voor een Nederlandse overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor het waterbeheer in een bepaald gebied. De taken van een waterschap zijn:    
    Het op peil houden van het water in onder andere rivieren en sloten.    
    Het gebied beschermen tegen overstromingen door dijken te versterken en te onderhouden.    
    Zorgen dat het water in sloten en rivieren schoon genoeg is, door afvalwater dat hierop geloosd wordt, eerst te zuiveren.    
    De taken kunnen in een bepaald gebied over meerdere waterschappen verdeeld zijn. Waterschappen hebben een eigen bestuur, heffen zelf belasting en hebben een eigen serie regels die vastgelegd zijn in de 'Keur'.

Waterschapsomslagen

Waterschapsomslagen zijn belastingen waarmee het waterschap zijn kosten dekt. Er zijn drie soorten omslagen: de omslag gebouwd voor de eigenaren van gebouwen (huizen, kantoren, enz.). De eigenaren van gronden (landbouwgronden, sportvelden, enz.) betalen de omslag ongebouwd. Omdat iedereen belang heeft bij het werk van het waterschap, betalen alle ingezetenen van het werkgebied de ingezetenenomslag.

Watersysteem

Een in een bepaald gebied aanwezig samenhangend stelsel van oppervlaktewater en grondwater, inclusief oevers, waterbodems en kunstwerken voor het waterbeheer.

Watertoets

De Watertoets is een procedure die planologen moeten doorlopen. Hiermee wordt gewaarborgd dat in bouwprojecten, bestemmingsplannen e.d. het waterbeheer wordt meegenomen. De procedure schrijft voor dat ruimtelijke ordenaars advies vragen aan waterschappen over waterbeheeraspecten.

Wvo

Wvo betekent: Wet verontreiniging oppervlaktewateren. De Wvo verbiedt het lozen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in het oppervlaktewater. Dit verbod geldt ook voor bepaalde bedrijven die op de riolering lozen. Het betreft dan meestal bedrijven die afvalwater lozen met voor het milieu gevaarlijke stoffen en bedrijven die gemiddeld per jaar meer dan 500 m3 afvalwater per dag lozen.

Zandvang

Ondiep gedeelte in een beek of rivier, waar het zand dat in het water zit gemakkelijk naar de bodem kan zakken. Omdat het zand op één plaats komt te liggen (in plaats van verspreid over de hele bodem van de beek of rivier), is het voor het waterschap gemakkelijker - en dus goedkoper - om het zand te verwijderen. Het waterschap baggert regelmatig in beken en rivieren. Als het waterschap dit niet zou doen, dan zouden deze steeds ondieper worden en na één flinke bui al kunnen overstromen.    

Zuiveringsslib

Alle bacteriën die na het zuiveringsproces op een rioolwaterzuiveringsinstallatie overbodig zijn geworden. Een gedeelte van dat slib wordt hergebruikt bij het zuiveren van nieuw afvalwater. De rest is afval en wordt afgevoerd naar de slibverbrander.

Zware metalen

Met zware metalen worden meestal bedoeld: cadmium, kwik, koper, lood, zink, chroom en nikkel.