In het waterkeringsbeheerplan is aangegeven dat tijdelijke strandbebouwing alleen in de periode tussen 1 februari en 1 november is toegestaan. De strandpaviljoenhouders willen deze periode verlengen tot het hele jaar. Daarop heeft de afgelopen vijf jaar in Zandvoort een pilot gedraaid. In de pilot werden onder andere de effecten van een jaarrondpaviljoen bestudeerd op de morfologie van het strand en duin en daarmee op de sterkte van de waterkering. Ook zijn de toeristisch recreatieve waarden en effecten op het verkeer in de pilot meegenomen. De pilot heeft de volgende inzichten opgeleverd:
De kustlijnzorg van Rijkswaterstaat zorgt ervoor dat de Basiskustlijn gehandhaafd wordt. Dit betekent dat bij de badplaatsen alleen rekening hoeft te worden gehouden met de groei van de kust als gevolg van de suppleties en niet of nauwelijks met erosie. Rekening houdend met zeespiegelstijging betekent dit dat de zandmassa voor de badplaatsen mee zal moeten groeien, en daarmee zullen ook paviljoens mee moeten bewegen met het zand.
Jaarrondpaviljoens zijn alleen mogelijk in badplaatsen met rode contour gebieden mogelijk, voor de bebouwde kom van de badplaatsen. Buiten de badplaatsen zullen minder suppleties plaatsvinden, en is de kust daarom dynamischer van karakter.
In het katern bouwbeleid van het waterkeringsbeheerplan is aangegeven dat jaarrondpaviljoens niet zijn toegestaan. In het waterkeringsbeheerplan is opgenomen dat bijstelling mogelijk is wanneer sprake is van een aanpassing van beleid, de legger, regelgeving, wijzigingen van het beheerde areaal. De voorgestelde wijzigingen vallen hieronder.
Het in het “Katern bouwbeleid” geformuleerde beleid moeten worden aangepast. Omdat naar verwachting de eerste permanente paviljoens pas in de winter van 2008/2009 zullen geplaatst worden, zal deze beleidswijziging medio 2008 geëffectueerd moeten zijn. De voorgestelde beleidswijzigingen worden ter visie gelegd. Na de ter visie legging worden de definitieve beleidsregels ter vaststelling aan het dagelijkse bestuur van Rijnland voorgelegd.
De nieuwe regels zullen in werking treden zodra het dagelijks bestuur van Rijnland, het college van dijkgraaf en hoogheemraden, het nieuwe beleid heeft vastgesteld. Daarna wordt het nieuwe beleid kenbaar gemaakt via de site van het hoogheemraadschap (www.rijnland.net) en via een advertentie in de plaatselijk bladen. Daarna kunnen nieuwe vergunningaanvragen in behandeling worden genomen.
De belangrijkste wijzing is dat jaarrondpaviljoens onder voorwaarden worden toegestaan.
De vergunningsvoorwaarden worden samen met de gemeenten uitgewerkt en als 1 set in de bijlagen van de vergunningen van gemeenten en Rijnland opgenomen. Uiteraard geven beide partijen een afzonderlijke vergunning af.
De belangrijkste voorwaarde voor Rijnland is dat de paviljoens meebewegen met de dynamische processen van het zand. Dit betekent dat de locatie van de paviljoens eens per vijf jaar herzien wordt en dat de paviljoens op voldoende grote afstand uit de duinvoet komen te staan, zoals die over een periode van vijf jaar voorspeld wordt aan de hand van trendberekeningen. De paviljoens staan voldoende ver uit deze (voorspelde) duinvoet zodat winderosie geen effect heeft op de duinvoet. Voor de trendvoorspelling van de duinvoet wordt zowel het kustvak met strandbebouwing als de aanliggende kustvakken zonder bebouwing beschouwd. Tevens wordt de trendlijn over het hele kustvak (Ijmuiden-Hoek van Holland) beschouwd om een eventuele negatieve invloed van strandbebouwing in kaart te kunnen brengen. Een locale afwijking wordt gecompenseerd met de gemiddelde trend van de aanliggende kustvakken. Ter verduidelijking;

Duinvoet is NAP + 3 meter.
Uit de praktijk blijkt dat de winderosie zich beperkt tot een afstand achter het paviljoen die ongeveer gelijk is aan de hoogte. Daarom wordt ‘voldoende grote afstand’ gedefinieerd als: de nokhoogte van het paviljoen tot NAP +3.0 m, zie figuur.
De totale afstand tussen de afrastering en het paviljoen op moment van aanwijzen is dus de voorspelling van het duinvoet voor vijf jaar, plus de ‘voldoende grote afstand’, maar met een minimum van vijf meter. Dit minimum kan optreden in geval van een laag paviljoen en een duinvoetvoorspelling van nul meter.
Na een periode van vijf jaar wordt een nieuwe trendvoorspelling gemaakt. Op aanwijzing van Rijnland zal het paviljoen indien nodig moeten worden verplaatst. De betreffende aanwijzing van Rijnland zal uiterlijk 1 augustus gecommuniceerd worden. Het paviljoen dient uiterlijk 1 november verplaatst te zijn. Als het duin naar verwachting meer erodeert, kan de vergunninghouder indien gewenst het paviljoen laten staan. In een bijzonder geval, waarin blijkt dat de groei van het duin veel sneller gaat dat voorspeld, of als het talud van het duin dit noodzakelijk maakt (bressen) zal het paviljoen verplaatst moeten worden in het jaar dat de voorspelde duinvoetgroei wordt overschreden.
In geval van zandbanketten die hoger liggen dan de duinvoet, zal de voorspelde aangroei of afslag van de duinvoet (aan de zeezijde van het banket), aan de achterzijde worden geprojecteerd. In geval van erosie kan de afrastering niet naar achteren in verband met de stabiliteit van het achterliggende duin en bebouwing. Aanvullen van de breedte mag alleen met zand uit het banket, zodanig dat het duintalud niet wordt aangetast. Hiermee kan het duin toch groeien, maar hoeft de exploitatie niet benadeeld te worden.
De afrastering wordt in het jaar dat de vergunning wordt verleend op de voorspelde duinvoetlocatie neergezet. Op deze manier is handhaving van het vrijhouden van de duinvoet van opstallen eenvoudiger.
De provincie Noord-Holland is momenteel haar streekplan aan het herzien om jaarrondexploitatie in bepaalde gebieden (rode contouren) mogelijk te maken. In een enkel geval zullen we echter in ons eigen beleid de zonering aanscherpen, vanwege de dynamiek van het naastliggende duin. De zonering zal worden weergegeven op kaart in de nog op te stellen Nota Strandbeleid. Over het algemeen zijn jaarrondpaviljoens alleen in “ja, mits” gebieden mogelijk, voor de bebouwde kom van de badplaatsen.
Het toestaan van jaarrondpaviljoens heeft als consequentie dat er meerdere aanvragen binnen zullen komen. Zolang aan de voorwaarden van de betreffende gemeente en Rijnland wordt voldaan heeft dit geen consequenties voor de waterkering.
Uw zienswijze kunt u schriftelijke indienen tot uiterlijk woensdag 23 januari 2008 sturen naar:
Het college van Dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland
t.a.v. Petra Goessen,
Postbus 156
2300 AD LEIDEN.
Vermelding van uw naam en adres is verplicht. U kunt verzoeken uw persoonlijke gegevens niet in de stukken te vermelden.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Petra Goessen, hoogheemraadschap van Rijnland,
petra.goessen@rijnland.net of 071 - 306 33 68.
Na de inspraakperiode zal een nota van beantwoording worden opgesteld. Deze nota zal toegestuurd worden naar de insprekers en openbaar gemaakt worden via de website van het Hoogheemraadschap Rijnland (www.rijnland.net). De nota en het katern bouwbeleid van het waterkeringsbeheerplan zullen daarna ter vaststelling aan het Dagelijkse Bestuur worden voorgelegd.
Ter visie liggen de tekstuele wijzigingen in het waterkeringsbeheerplan, met bijbehorend katern. Bijgevoegd is een overzicht waar elke tekstuele wijziging in het waterkeringsbeheerplan is aangegeven.
