Alle peilschalen verhoogd

Alle peilschalen in het gebied van Rijnland geven een andere waterstand aan dan voorheen. En toch is in de situatie niets veranderd. Dat komt omdat het land is gezakt en de meegezakte peilschalen weer op de juiste hoogte moesten komen.

Nederland kantelt. In het oosten van het land is de bodem met enkele centimeters gestegen terwijl die in het westen juist met een paar centimeter is gedaald. Dit betekende dat alle hoogtewaarden moesten worden aangepast. Die zijn namelijk gekoppeld aan het NAP (Normaal Amsterdams Peil) dat als een vast 'horizontaal vergelijkingsvlak' over Nederland ligt. Rijkswaterstaat heeft daarom in 2005 alle officiële hoogtemerken (zoals bouten die in muren zitten) gecorrigeerd.

Ook peilschalen corrigeren

Rijnland controleert de hoogte van het waterpeil in de sloten en vaarten aan de hand van de zogenoemde peilschalen. Die staan in het water en op de schaalverdeling is dan de waterstand ten opzichte van het NAP af te lezen. De daling van West-Nederland heeft er dus voor gezorgd dat alle peilschalen gemiddeld ongeveer twee centimeter te laag zijn komen te staan. De correctie, het met hetzelfde verschil optrekken van de peilschalen, is inmiddels uitgevoerd. Daarmee geven ze nu weer de juiste hoogte aan. Een gecorrigeerde peilschaal is te herkennen aan een keurmerk, op de afbeelding is dat te zien.

allepeilschalenverhoogd1

plaatje 1; bijschrift: Een gecorrigeerde peilschaal met keurmerk

Zelfde drooglegging

Omdat alles zakt, is er in het hoogteverschil tussen het waterpeil en de oever (de 'drooglegging') niets veranderd. Maar omdat alle peilschalen met zo'n twee centimeter zijn opgetrokken, geven ze toch een ander waterpeil aan. Op de plaatjes zijn de verschillende situaties te zien.

 plaatje2 

plaatje 2; bijschrift: Voor de bodemdaling van 2 cm

plaatje3

plaatje 3; bijschrift: Na de bodemdaling van 2 cm

plaatje4

plaatje 4; bijschrift: Na het corrigeren van de peilschaal

Aanpassen peilbesluiten

De waterstand in een bepaald gebied, ofwel het peil, is vastgelegd in een zogenoemd peilbesluit. Dit is een maat ten opzichte van NAP en omdat de peilschalen twee centimeter omhoog zijn gehaald, lijkt het dat de waterstand is gedaald. Dat is dus niet zo, de drooglegging is gelijk gebleven. Wel zijn alle peilbesluiten aangepast aan het verschil van ongeveer twee centimeter. Dit is geen peilwijziging, maar een aanpassing op papier.

In feite verandert er dus niets. Een voorbeeld van een situatie: het peil dat u voorheen op de peilschaal aflas, was NAP - 2,30 m. Nadat de peilschaal 2 cm hoger is gehangen (en zo is gecorrigeerd) leest u een waterstand af die 2 cm lager is; dus NAP - 2,32 m. Aan de beschoeiing, een brughoofd of een ander vast object, kunt u zien dat aan de waterstand niets is veranderd.