De Wilck (gebiedsproces)

de wilck

Voor het gebiedsproces heeft Rijnland diverse gesprekken met derden gevoerd:

  • Dienst Landelijk gebied
  • Staatsbosbeheer
  • Vogelwerkgroep

De uitkomst van deze gesprekken is samen gevat in het gebiedsdocument van De Wilck. De maatregelen welke voorgesteld zijn:

Peilbeheer en waterinlaat

  • Het meest optimale peilbeheer als volgt:
  • Het huidig zomerpeil als ondergrens aanhouden,
  • Het huidig winterpeil als bovengrens aanhouden,
  • Binnen deze grenzen flexibel peil handhaven (waterstand afhankelijk van klimatologische omstandigheden),
  • Alleen in het vroege voorjaar (februari – april) waterstand bewust opzetten tot winterpeil. Hiervoor zo nodig water inlaten.

Onduidelijk is nog in hoeverre inlaat van gebiedsvreemd water wel of juist niet gewenst is. Op basis van de metingen denken we dat het gebiedseigen water voedselrijk is (veel stikstof en fosfor bevat). Het ingelaten water bevat minder stikstof en fosfor, maar juist meer chloride. De chloridegehalten zijn naar de mening van Rijnland niet zo hoog dat dat (negatieve) gevolgen heeft op vegetatie of macrofauna in de sloten.

Voor de eerste KRW-planperiode was het verplaatsen van het inlaatpunt één van de maatregelen. Het is niet meer te achterhalen wat de gedachte was waarnaar het inlaatpunt verplaatst zou moeten worden. Bovendien is achteraf niet duidelijk of waterinlaat vanuit de ecologie veel kwaad kan, of misschien juist gewenst is, bijvoorbeeld voor peilhandhaving en verdunning van voedselrijk water.

Maaibeheer en natuurvriendelijke oevers

In de eerste planperiode hadden we de aanleg van natuurvriendelijke oevers als KRW-maatregel opgenomen. We denken daar nu wat anders over. Het idee van Rijnland nu is dat natuurvriendelijke oevers niet goed passen in een veenpolder. Via het maaibeheer zou de groei van vegetatie veel beter geoptimaliseerd kunnen worden.

De gemaakte opmerkingen tijdens de gesprekken met belanghebbende partijen bevestigen dit. Natuurvriendelijke oevers leiden tot teveel dichtgroeien met ruigtkruiden. (Ook) vanuit de vogeldoelstellingen is dit ongewenst. Verder blijken er waardevolle vegetaties in (en langs?) de sloten voor te komen. Deze worden echter voor de schouw gemaaid. Wat Rijnland betreft moet bekeken worden of de schouw en daarmee het onderhoud niet aangepast kan worden. Een mogelijkheid is gefaseerd maaien, bijvoorbeeld om het jaar of elk jaar één oever. Er zou echter eerst bekeken moeten worden welke vegetaties er nu voorkomen. Ook moeten dan afspraken over doelstellingen (vegetatie-typen) en bijbehorende maatregelen geformuleerd worden.

Afstemming en monitoring

Op diverse punten zien wij ideeën en wensen om het beheer te optimaliseren. Wat dat betreft liggen er kansen. We zien ook dat de afstemming over deze wensen en ideeën tussen de verschillende betrokken partijen nog niet goed verloopt. Het lijkt erop dat elke partij met zijn eigen planvorming bezig is.

Om goede keuzes te kunnen maken is het nodig meer over het gebied te weten. We stellen voor om een monitoringsplan op te stellen. Wat Rijnland betreft zouden daar in ieder geval in opgenomen moeten worden:

  • Vegetatie-opnamen van meerdere sloten
  • Chemisch onderzoek op meerdere punten in het gebied.

Overige aspecten

Tijdens de gesprekken zijn ook enkele vragen gesteld, waar we nu al antwoord op kunnen geven:

Zoekgebieden

Rijnland heeft bij boezemkanalen en bij vaarten in polders naast het waterlichaam ook zoekgebieden aangewezen. Vooral bij inrichtingsmaatregelen is in de kleinere wateren vaak meer ruimte dan in de hoofdwateren. Bovendien is het vanuit de afvoer- en scheepvaartfunctie vaak ongewenst om in de hoofdwateren inrichtingsmaatregelen te treffen. Voor de lijnvormige wateren introduceert Rijnland daarom de “zoekgebieden”. Dit zijn gebieden die hydrologisch met een waterlichaam zijn verbonden (geen stuwen/gemalen, gelijke peilgebied), maar die niet tot het waterlichaam worden gerekend. De zoekgebieden hebben geen officiële status. Wel hebben ze een belangrijke invloed op de waterlichamen. Hierdoor tellen maatregelen in zoekgebieden wel mee voor het betreffende waterlichaam en worden de doelen van het waterlichaam afgestemd op de mogelijkheden van het zoekgebied. Echte: in het geval van de Wilck hebben we het hele gebied als waterlichaam aangewezen. In dat geval is de aanwijzing van zoekgebieden niet zinvol (en zelfs niet mogelijk).

Onderzoek naar slibmaatregelen

Rijnland voert in samenwerking met enkele andere waterschappen onderzoek uit naar maatregelen om het slibprobleem aan te pakken. Dit betreft baggeren, beijzeren en bezanden van de bodem. Dit onderzoek is echter gericht op het reduceren van de belasting van het waterlichaam met fosfor tot een niveau waarop omslag naar helder, plantenrijk water verwacht mag worden. De theorieën hierover, en daarmee ook het onderzoek, is echter alleen voor ondiepe meren van toepassing. In het slotensysteem van De Wilck kijken we eigenlijk helemaal niet naar de fosforbelasting in relatie tot een kritische belasting en omslag naar helder en plantenrijk water. Sloten werken ecologisch eenvoudig anders dan meren. Slib kan in sloten wel een probleem vormen, maar de pilots met slib die we nu uitvoeren zijn sowieso niet van toepassing op sloten.

Emissiebeleid

Hiermee bedoelen we ons generiek beleid op het gebied van emissies. Het gaat om controle en handhaving van lozingen. Ook hebben we tijdens de eerste KRW-planperiode pilots uitgevoerd om samen met betrokkenen te zoeken naar maatregelen om emissies nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater te beperken. Er zijn pilots uitgevoerd in het kassengebied, in het bloembollengebied, in de boomkwekerij en in veenweidepolders. De resultaten van deze pilots zijn onlangs of komen binnenkort beschikbaar. De kansrijke maatregelen die daaruit voortkomen, wil Rijnland gebiedsbreed gaan inzetten in de daarvoor in aanmerking komende gebieden. Er komen intentieverklaringen die passen onder de koepel Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Dit alles is echter vooral op “echte” landbouwgebieden gericht. Voor een gebied als De Wilck is het eigenlijk niet van toepassing. Het gaat hier om een natuurgebied waar de landbouw niet primair de doelstelling is. Het generiek emissiebeheer is echter in de plannen van de eerste KRW-periode bij alle waterlichamen standaard opgenomen. 

Heeft u na het lezen van de website en of gebiedsdocument nog vragen over het KRW2-gebiedsproces in uw omgeving, neemt u dan contact op met de afdeling Beleid- en Planontwikkeling. Bij voorkeur ontvangen wij uw reactie per e-mail KRW2@rijnland.net, of bellen met (071) 306 37 77.