Reeuwijkse Plassen (gebiedsproces)

reeuwijkse plassen

De Reeuwijkse Plassen bestaan uit elf plassen. Deze zijn door vervening ontstaan. De plassen zijn ondiep en het water is te voedselrijk, troebel en rijk aan algen. Het visbestand wordt gedomineerd door brasem en de oevers zijn vaak steil en weinig natuurlijk. In de periode 2010-2015 neemt Rijnland al veel maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Meer informatie: www.rijnland.net/reeuwijkseplassen Of dit voldoende is, zal pas in de jaren na 2015 blijken en gaan we nu monitoren. Het streefbeeld blijft helder en plantenrijk water. Het onderstaande gebiedsdocument bevat mogelijke maatregelen om dit streefbeeld te realiseren.

Resultaten Gebiedsproces Reeuwijkse Plassen

Onderstaande tekst is een beknopte samenvatting van het gebiedsproces. De volledige weergave is in het gebiedsdocument te lezen.

Communicatie

De communicatie tussen Rijnland en de eigenaren en belanghebbenden kan beter. Het probleem spitst zich volgens de gebiedspartijen toe op het goed (en vooraf) betrekken van de gebiedskennis van (eigenaren) organisaties bij uit te voeren proeven en projecten.  Rijnland wil daarom de communicatie verbeteren. Rijnland werkt dit in nader overleg met de locale partijen uit. Een van de elementen hierbij is het onderscheid maken tussen het (vervolg op het) uitvoeringsplan Schoon & Mooi Reeuwijkse Plassen en het reguliere werk. Communicatie is iets wederzijds. Ook van de gebiedspartijen mag hierbij verwacht worden dat zij eenduidig aangeven wat zij voor water kwaliteits prioriteiten zien. Rijnland wil ook de eigenaren en belanghebbenden meer informeren over resultaten van onderzoeken, pilots en monitoring.

Bestrijding van soorten in verband met vraat

Gebiedspartijen hebben overlast van onder andere vogelpoep van de grote aantallen ganzen in dit gebied. Vogelpoep vormt een belangrijke bijdrage van fosfaat is het water. Rijnland is in 2013 actief betrokken bij het door het WBE op te stellen reductieplan voor het verminderen van het aantal ganzen o.a. in Reeuwijk. Dit plan gaat in 2014 in uitvoering. Overigens zijn in de huidige berekening van fosforbelasting de invloed van vogels meengenomen. In een deel van het Reeuwijkse Plassengebied wordt momenteel een pilot gedraaid vanuit het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, die de muskusrattenbestrijding coördineert, met een verlaagde intensiteit van bestrijding. We wachten eerst de resultaten van deze pilot af, voordat we concrete maatregelen nemen. Daarnaast neemt Rijnland de resultaten mee van een particulier onderzoek naar de vraat van muskusratten aan riet. Kreeften populatie is nog niet goed in beeld. Rijnland wil de aard en omvang van de populatie beter in beeld krijgen voordat er maatregelen genomen worden.

Bagger

Rijnland voert op dit moment pilots uit om te kijken hoe we dit probleem effectief kunnen aanpakken. We onderzoeken nu: baggeren, beijzeren en bezanden. Ook de aanleg van een slibvang is een mogelijke oplossing. We nemen nu nog geen maatregelen, omdat we eerst het resultaat van de pilots willen hebben. Behalve de effectiviteit (werkt het) spelen ook andere factoren een rol, met name de kosten. Bedacht moet worden dat het baggeren van alle plassen een zeer kostbare maatregel is (tientallen miljoenen euro’s). De uitkomst van deze pilots is waardevol voor andere veenplassen binnen Rijnland. Mogelijk dat deze maatregelen een uitkomst bieden voor de slibproblemen in Reeuwijk en in andere plassen. Lokaal is er overlast van ondiepten door bagger bij eigenaren, bewoners en recreanten. Gebiedspartijen hebben aangegeven met een inventarisatie van deze problemen te komen. Rijnland is niet verantwoordelijk voor dit probleem maar kan en wil bij deze inventarisatie advies en informatie verstrekken.

Inzet Broekvelden Vettenbroek als buffer voor waterinlaat

De kwaliteit van het water van de Reeuwijkse plassen is te fosfaatrijk  om in een nog fosfaat gevoelig systeem als in Broekvelden Vettenbroek op te slaan. De analyse van de maatregel wordt nog tegen het licht gehouden.

Polder Sluipwijk intern isoleren

Dit lijkt een eenvoudige en effectieve methode om de ecologische kwaliteit van de wateren in het gebied te verbeteren. Hier is al vaker met SBB over gesproken vanuit de invalshoek voor vissen. Nu wordt deze in een bredere context geplaatst. Rijnland stelt voor deze maatregel nader te onderzoeken wat betreft effectiviteit en technische en maatschappelijke haalbaarheid.

Aangeven welke gebieden nu KRW-proof zijn

Rijnland ziet dat er op dit moment nog niet een plas is die volledig KRW-proof is. Wel is er differentiatie in het gebied. We kunnen bijvoorbeeld op basis van opnamen van de waterplanten (op veel locaties onderzocht) deze differentiatie wel aangeven. We nemen dit idee mee bij onze verdere plannen en communicatie.

Hoe omgaan met huidige gradienten sloten?

Vanuit zowel het gebied als vanuit St. Veen komt de vraag of Rijnland de drie watergangen vanuit de proef met gradiënten sloten in de Reeuwijkse Plassen van Stichting Veen wil overnemen c.q. wil voortzetten. We zullen dit verzoek in overweging nemen en daarover een besluit nemen.

Heeft u na het lezen van de website en of gebiedsdocument nog vragen over het KRW2-gebiedsproces in uw omgeving, neemt u dan contact op met de afdeling Beleid- en Planontwikkeling. Bij voorkeur ontvangen wij uw reactie per e-mail (KRW2@rijnland.net, of bellen met (071) 306 37 77.)