Aanleiding
Op 1 januari 2005 is het nieuwe hoogheemraadschap van Rijnland ontstaan uit de waterschappen De Oude Rijnstromen, Groot-Haarlemmermeer, Wilck en Wiericke en het hoogheemraadschap van Rijnland. Daaruit is de noodzaak ontstaan om een Keur voor het nieuwe hoogheemraadschap op te stellen. De bestaande keuren zijn daarbij ingetrokken.
Nieuwe keur
Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om de keur, in navolging van de door de Unie van Waterschappen opgestelde nieuwe modelkeur, te moderniseren.
Daarbij zijn vanuit de wens van een integrale benadering van vergunningplichtige werken de verbodsbepalingen met betrekking tot de waterstaatswerken – dus zowel waterkeringen als watergangen - in één artikel samengevoegd.
Bovendien is de mogelijkheid opgenomen dat door het bestuur algemene regels worden gesteld met betrekking tot specifiek te benoemen werken. Onder in die algemene regels te noemen voorwaarden mogen deze werken gebouwd/aangelegd worden zonder de normaal gesproken vereiste vergunning of ontheffing.
Unie-model
Zoals hiervoor reeds aangegeven is deze keur opgesteld met het Unie-model als basis. Daar waar nodig zijn hierop aanpassingen aangebracht met het oog op gebiedseigen kenmerken van het gebied van het hoogheemraadschap.
Vooruitlopend op het tot stand komen van de (Integrale) Waterwet, waarin dit uiteindelijk in formele wetgeving geregeld gaat worden, is in deze keur ten behoeve van niet-calamiteuze waterberging voorts een gedoogplicht opgenomen voor eigenaren om tijdelijk de berging van water op hun eigendom toe te staan.
Ook zijn de gevolgen van de wijziging van de Wet op de Waterhuishouding in deze keur verwerkt. De bevoegdheid van de waterbeheerder om de hoeveelheden te bepalen waarvoor vergunning op grond van artikel 24 van die Wet vereist is voor het lozen, onttrekken, aan- en afvoeren van water is daartoe uitgewerkt in de artikelen 16 en 17 van de Keur.
In de Keur van het voormalige hoogheemraadschap van Rijnland was vanuit de zorg voor de biologische waterkwaliteit een artikel opgenomen waarbij werkzaamheden/handelingen e.d. verboden waren die een negatieve invloed op de ecologische waterkwaliteit konden hebben.
In het verlengde daarvan is er vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water de opdracht te zorgen voor een goede ecologische waterkwaliteit van de watersystemen in Nederland.
De bepalingen in deze keur zijn vanuit deze oorspronkelijke taakstelling en de Kaderrichtlijn dan ook van zelf van toepassing op het uitvoeren van deze waterkwaliteitszorg, zonder dat daartoe expliciet een verbodsbepaling behoeft te worden opgenomen.
In het Reglement van Bestuur voor het hoogheemraadschap is ook nog de taakopdracht neergelegd voor de zorg voor de vaargelegenheid (vaarwegbeheer) in een aantal concreet aangewezen wateren, alsmede voor de zorg voor de toepassing van de Scheepvaartverkeerswet (nautisch beheer). Voor de uitvoering van laatstbedoelde zorg beschikt het hoogheemraadschap over het Binnenvaart Politie Reglement, op grond waarvan het scheepvaartverkeer geregeld kan worden door het instellen van o.a. snelheidsbeperkingen, vaarverboden e.d.
Voor de zorg voor de vaargelegenheid kan met het oog op de instandhouding van die vaargelegenheid worden teruggegrepen op de bepalingen van deze keur. Aan werken en werkzaamheden kunnen dan ook eisen worden gesteld ter bescherming van het belang van die vaargelegenheid.
Beleid
De toepassing van de ge- en verbodsbepalingen in deze keur geschiedt ter ondersteuning van het voor het betrokken waterstaatkundig zorggebied geldende beleid.
Voor de waterhuishoudingszorg is dit beleid op Rijksniveau vastgelegd in de Nota waterhuishouding en op provinciaal niveau in waterhuishoudingsplannen.
De rechtsvoorgangers van het hoogheemraadschap hebben gezamenlijk het integrale Waterbeheersplan (WBP-2) opgesteld en in het nieuwe hoogheemraadschap wordt nu gewerkt aan een nieuw Waterbeheersplan.
Het in dit beheersplan verwoorde beleid is het primaire toetsingskader bij de uitvoering van de keur door het hoogheemraadschap.
Beleidsregels
In dit verband zijn ter onderbouwing van de vergunningverlenende bevoegdheid van het college ten aanzien van een aantal specifiek benoemde onderwerpen (bijv. dempingen en verharden oppervlak, inrichting watersysteem en regionale waterkeringen) beleidsregels opgesteld. Later zullen hier nog beleidsregels over o.a. onderbemalingen en zorg voor de vaargelegenheid op volgen.
Het voordeel van het vaststellen van beleidsregels is dat ter motivering van een besluit (ontheffingen) kan worden volstaan met een verwijzing naar een vaste gedragslijn indien deze is neergelegd in zo’n beleidsregel. Dit is in overeenstemming met het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht. Bovendien wordt de uitvoering van verbodsbepalingen in de keur doorzichtiger.
Relatie keur-legger
De Waterschapswet schrijft in artikel 78 voor dat een legger wordt vastgesteld waarin wordt aangegeven wie onderhoudsplichtig is en waaruit de onderhoudsverplichtingen bestaan.
Tevens wordt in de legger een beschrijving gegeven van de waterstaatkundig objecten waarvoor de onderhoudsverplichtingen geldt. Daarin worden afmetingen, constructie en dergelijke genoemd.
Met deze legger wordt aan de ene kant duidelijk gemaakt welke waterstaatswerken in het gebied vallen onder de begripsomschrijvingen uit Reglement en Keur. Daarmee wordt dan ook concreet gemaakt op welke waterstaatswerken de ge- en verbodsbepalingen uit de keur van toepassing zijn.
Aan de andere kant wordt zoals gezegd in de legger aangegeven wie gehouden zijn aan de onderhoudsverplichtingen te voldoen op de in de keur voorgeschreven wijze.
Wijzigingen in onderhoudsverplichtingen en/of onderhoudsplichtigen zal dan ook in veel gevallen gevolgen moeten hebben voor deze drie regelingen.
Omdat nog niet voor alle waterstaatswerken de vereiste leggers zijn vastgesteld worden in deze keur de onderhoudsplichtigen en onderhoudsverplichtingen nog expliciet vermeld in de overgangsbepalingen. Om diezelfde reden worden daarom tevens vermeld de afmetingen en onderhoudsverplichtingen waaraan moet worden voldaan.
Uitvoering en handhaving
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden is belast met de zorg voor de uitvoering van de keur. Dit betekent enerzijds dat dit bestuur moet zorgen voor de handhaving van de in de keur gestelde geboden en verboden en anderzijds dat het bestuur belast is met de uitvoering van het in de keur opgenomen vergunningenstelsel. De effectieve werking van de keurbepalingen en het daarop gebaseerde vergunningenbesluit staat of valt met de handhaving daarvan. Ingevolge de Waterschapswet kan de handhaving geschieden met gebruikmaking van strafvervolging en/of van bestuursrechtelijk optreden.
Zo kan bij overtreding van de keurbepalingen strafrechtelijk worden opgetreden (proces-verbaal) en kunnen door de rechter boetes op grond van het Wetboek van Strafrecht worden opgelegd.
De door het dagelijks bestuur aangewezen opsporingsambtenaren zijn overigens bevoegd de overtreder een schikkingsvoorstel te doen om strafvervolging te voorkomen (artikel 85, derde lid van de Waterschapswet).
Artikel 85 van de Waterschapswet bepaalt voorts dat die opsporingsambtenaren belast zijn met de opsporing van de keurovertredingen, onverminderd de bevoegdheid van de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht aangewezen personen (de reguliere politie). Echter de bevoegdheden zoals opgenomen in artikel 85 van de Waterschapswet bezitten bovengenoemde personen van het waterschap niet zonder meer. De betreffende personen dienen te worden aangewezen en beëdigd door de Minister van Justitie en bovendien aan bepaalde bekwaamheidseisen te voldoen (in de vorm van periodiek af te leggen examens).
Daarnaast kan het bestuur nog gebruik maken van zijn bestuursrechtelijke sanctiemiddelen, zoals bestuursdwang en het opleggen van een dwangsom.
Kaart
Bij deze keur is een kaart gevoegd, waarop de waterstaatswerken globaal zijn weergegeven. Deze kaart is informatief bedoeld en heeft niet de status van een legger. Aan de informatie op deze kaart kunnen dan ook geen rechten worden ontleend onder meer ten aanzien van bijvoorbeeld de ligging van de waterstaatswerken.
Procedure Vergunningverlening eigen werken.
Rijnland heeft een interne werkinstructie opgesteld voor wat betreft de keurvergunning-verlening voor eigen Rijnlandse werken en activiteiten. Deze richtlijn behoeft niet te worden vertaald in een bepaling in de Keur.
|||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| ||||||||||||||||||