1852: Het Haarlemmermeer droog

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Rijnlands erfgoed > Rijnlands tijdbalk > 1852: Het Haarlemmermeer droog

1852: Het Haarlemmermeer droog

Twee eeuwen plannenmakerij gingen vooraf aan de droogmaking van het Haarlemmermeer. In de 17de eeuw publiceerden Leeghwater en Veris hun plannen. Leeghwaters spraakmakende plan behelsde de droogmaking van het meer met veertig gangen van telkens vier boven elkaar geplaatste molens. In de 18de eeuw speelden de bekwame Rijnlandse landmeters Cruquius en Bolstra een belangrijke rol in het maken van plannen voor droogmaking. Ook zij zagen hun plannen niet uitgevoerd.

Ondertussen deed het Haarlemmermeer zijn bijnamen van Waterwolf en Slokop alle eer aan, het vrat aan de oevers en verzwolg land. Het meer groeide in de loop der eeuwen uit van een plas van 6.585 hectare uit tot een immense watervlakte van maar liefst 19.500 hectare.

Uiteindelijk werd het - aangepaste - plan van Frans Godard Baron van Lynden van Hemmen uit 1821 uitgevoerd en het enorme Haarlemmermeer droog gemaakt.

Het gebrek aan daadkracht bij de droogmaking vond voornamelijk zijn oorzaak in conflicterende belangen. Er waren vele strategische, economische en waterstaatkundige aspecten gemoeid met de eventuele droogmaking. Het Haarlemmermeer was onder meer een belangrijke scheepvaartroute, een rijk viswater en had voor het hoogheemraadschap van Rijnland grote betekenis als boezem voor waterontlasting. Daarnaast zorgde het meer voor verversing van het water in de stadsgrachten van Haarlem en Leiden en daarmee voor schoon water voor de bierproductie. Bier was destijds de belangrijkste volksdrank.

De discussie over het niet of wel droogmaken en hoé werd in de hoogste en meest invloedrijke kringen gevoerd. De wens en mogelijkheden om het meer droog te maken en daarna te benutten, bepaalde lang de publieke agenda in Nederland. De droogmaking zou dan ook een staatsaangelegenheid worden en het grootste publieke werk uit de 19e eeuw. Het Haarlemmermeer zou op aandringen van koning Willem I op moderne wijze worden drooggemaakt, namelijk door de destijds revolutionaire stoombemaling.

In 1840 werd gestart met het graven van de Ringvaart bij Hillegom. Met de uitgekomen aarde werd een Ringdijk opgeworpen waar aanvankelijk, na het sluiten van het meer, alleen proefstoomgemaal Leeghwater in 1845 startte met het uitmalen van water. Op basis van de proeven met dit gemaal werd een aantal wijzigingen doorgevoerd in het ontwerp van de aanvankelijk identieke gemalen Lynden en Cruquius. In 1848 startte De Leeghwater op volle kracht met droogmaken, gevolgd door De Lynden en De Cruquius in 1849.

In drie jaar en drie maanden tijd pompten de enorme stoomgemalen 800.000.000 m3 water uit het Haarlemmermeer met 14.004.032 machtige pompslagen en zorgden voor de volgende mededeling in de Staatscourant van 4 augustus 1852; “In de afgeloopen maand July is het Haarlemmermeer door de werking der machines en gunstige weersgesteldheid van het nog overgeblevene water ontlast, en alzoo droog geworden…”.
En het bleef ook droog.

haarlemmermeer drooggelegd

 Het Haarlemmermeer droog

«Terug naar Tijdbalk

Naar boven