In 1881 werd het gemaal Katwijk in gebruik genomen. Het was het vierde stoomgemaal van het hoogheemraadschap van Rijnland. Naast de in het midden van de 19de eeuw in gebruik genomen gemalen Spaarndam, Halfweg en Gouda moest het gemaal Katwijk de boezem van Rijnland ontlasten van overtollig water.
De totstandkoming van het gemaal Katwijk was niet onomstreden. Afsluiting en gedeeltelijke droogmaking van het IJ en aanleg van het Noordzeekanaal hadden de uitwatering van Rijnland via de gemalen Spaarndam en Halfweg bemoeilijkt. Er waren twee mogelijkheden tot verbetering: bouw van een tweede gemaal bij Halfweg of bouw van een gemaal bij Katwijk, waar het overtollig boezemwater zonder hulp van bemaling bij laag water in zee geloosd werd.
Nadat al eens een plan voor bouw van een gemaal bij Katwijk was gemaakt, besloot de Verenigde Vergadering in 1877 tot bouw van een tweede stoomgemaal bij Halfweg. Dit besluit werd genomen omdat Rijnland al vier jaar wachtte op antwoord van het Rijk op een verzoek om subsidie voor de bouw van een gemaal bij Katwijk. Voor de bouw van een tweede gemaal bij Halfweg was vergunning van het Rijk nodig. Extra lozing op het kanaal was niet in het belang van de scheepvaart en een antwoord van de minister op Rijnlands verzoek om vergunning bleef uit.
Na twee jaar wachten presenteerden dijkgraaf en hoogheemraden op 3 juli 1879 een voorstel aan de Verenigde Vergadering om, geheel op Rijnlands kosten, een gemaal bij Katwijk te bouwen. Het gemaal moest aan de noordzijde van het Katwijkse Uitwateringskanaal komen, naast de Binnensluis. D&H wilden machtiging om zo spoedig mogelijk tot aanbesteding over te gaan. Het bedrag dat op de begroting voor 1879 was uitgetrokken voor de bouw van een tweede gemaal te Halfweg kon alvast gebruikt worden voor het gemaal te Katwijk. Het voorstel werd niet door het hele college van D&H ondersteund. Drie leden waren tegen, de stem van de dijkgraaf had de doorslag gegeven. Ook in de Verenigde Vergadering van 12 juli 1879 moest zijn stem de doorslag geven omdat de stemmen staakten.
In 1881 was het gemaal gereed. Het was duur in gebruik en werd alleen in werking gesteld als de andere gemalen het niet meer aan konden. Daarom werden ook de drie oude gemalen verbeterd, eerst Gouda en Spaarndam, in 1889 gevolgd door Halfweg, dat een ingrijpende verbetering onderging. Bouw van een tweede gemaal bij Halfweg, bij de besluitvorming in 1879 nog als mogelijkheid genoemd indien het nieuwe gemaal van Katwijk onvoldoende zou functioneren, was niet meer aan de orde.
|
Stoomgemaal Katwijk
|
