Het stimuleren van de teamgeest tussen werknemers door allerlei al dan niet avontuurlijke bezigheden is van alle tijden. Katknuppelen, palingtrekken en perenhappen worden wel genoemd als voorbeelden van gezamenlijke personeelsactiviteiten in vroeger eeuwen. De eerste twee activiteiten zijn voorzover mij bekend bij Rijnland niet voorgekomen en gelukkig allang verboden, de laatste is misschien wat voor een teambuildingsdag. Personeelsuitstapjes, afdelingsuitjes, teambuildingsdagen of hoe zij ook heten mogen, Rijnland kent ook hierin een lange traditie.
Door P.A. Siepman
Het begint op de zonnige 2e september van 1959 als het college van D&H vergadert in sociëteit De Kaag te Warmond. Daar brengt dijkgraaf Schokking het idee van P. de Jong, chef van de afdeling Comptabiliteit naar voren om een excursie voor het binnenpersoneel (Administratieve Dienst, werkzaam in het Gemeenlandshuis op de Breestraat) te organiseren. Gedacht wordt aan een bezoek aan een Rijnlands gemaal.
De dijkgraaf vindt het een prima idee. Het kantoorpersoneel kan op die manier kennismaken met Rijnlandse waterstaatswerken terwijl het onderlinge contact in ongedwongen sfeer het werk ten goede zal komen, zo is zijn mening. Hij stelt een intensieve bezichtiging voor van een, hoogstens twee gemalen, bijvoorbeeld Gouda en/of Katwijk, met daarnaast ook een cultureel gedeelte. Het college discussieert uitvoerig over de voor- en nadelen van “de uit het zakenleven ook in de overheidssfeer doordringende personeelsreizen, uitgaanskassen en personeelsverenigingen”. Over dat laatste is men het unaniem eens: aard en omvang van het Rijnlands personeel lenen zich daar niet voor.
Als de dijkgraaf steun krijgt van secretaris Van der Linden en van ingenieur De Groot, hoofd van de Technische Dienst, gaat het college overstag. Besloten wordt om de binnendienst van Rijnlandswege een excursie aan te bieden. Maar wel op voorwaarde dat de kosten niet hoger zullen uitvallen dan geraamd; dat het accent zal worden gelegd op het dienstbelang en dat voor de buitendienst (Technische Dienst; personeel werkzaam in de districten of dienstkringen) ook iets dergelijks wordt georganiseerd.
Bovendien zal het college na de excursie overwegen of het experiment voor herhaling vatbaar is. Nadat het besluit om een excursie te houden eenmaal genomen is blijkt dat “onder de leden van het college wel neiging bestaat om deel te nemen, teneinde nader met het personeel in contact te komen”.
Een in alle opzichten geslaagde dagRuim een week later al, op 10 september; het is nog steeds prachtig weer, vertrekt een bus met bijna zestig Rijnlanders, niet al te vroeg in de ochtend, vanaf de Langebrug naar het gemaal Pijnacker Hordijk in Gouda. Na aankomst wordt er daar onder het genot van een kop koffie geluisterd naar wat ingenieur De Groot te vertellen heeft over het gemaal, gevolgd door een rondleiding door de technisch hoofdambtenaar Krul. En natuurlijk gaat het hele spul met z’n allen op de foto. De lunch, bestaande uit koffie en belegde broodjes, is geheel verzorgd door het personeel van de Pijnacker Hordijk.
’s Middags wordt eerst het stadhuis van Gouda bezichtigd. Daarna een uurtje naar de Grote- of Sint Janskerk, met speciaal voor deze gelegenheid orgelmuziek!
Na de kerk gaat de tocht naar Schoonhoven, waar men ruim gelegenheid krijgt om thee te drinken. Vandaar gaat het naar Alphen a/d Rijn, om te dineren in het welbekende Avifauna. Voor de liefhebbers is er tot slot nog koffie en dan is het negen uur, hoogste tijd om, moe maar voldaan, de bus in te stappen, terug naar Leiden.
Al de volgende dag ligt er een dankbetuiging bij D&H op de mat, ondertekend door de deelnemers aan de excursie. De brief bevat de prachtige zinsnede:
“De excursie (…) is zowel uit instructief- als uit ontspanningsoogpunt een in alle opzichten geslaagde dag voor ons geworden, die heeft geleid tot een betere kennismaking van de ambtenaren onderling en tot het bevorderen van een goede verstandhouding”
Een maand later, tijdens de begrotingsbespreking voor 1960 wordt het uitstapje door het dagelijks bestuur geëvalueerd. Dat wil zich allereerst niet gebonden voelen aan aanspraken van het personeel op een jaarlijkse herhaling. En, zo wordt nadrukkelijk opgemerkt, het dienstkarakter van de uitstapjes zal op de voorgrond dienen te blijven staan.
Dat klinkt wat zuur, maar het college gaat toch akkoord met het voor het volgende jaar opgevoerde bedrag van ƒ 1200 voor een excursie van de buitendienst.
En in de begrotingstukken voor de Verenigde Vergadering wordt al gesproken over een “actief personeelsbeleid, waarbij onder andere gedacht wordt aan periodieke instructieve excursies”.
![]() |
| Merwedebrug |

De volgende jaren maken de binnen- en buitendienst afzonderlijk ieder om het andere een uitstapje. In 1973, ter gelegenheid van het afscheid van dijkgraaf Schokking, gaat voor het eerst het gehele personeel op excursie. Nadien is het tot en met 2004 gebruik gebleven om eens in de twee jaar een personeelsexcursie te organiseren. Tegenwoordig is er het fenomeen van teambuilingsdagen. Voortzetting van een oude traditie of begin van een nieuwe?
