Baggerdepot aanleggen

Bagger kan tijdelijk of langdurig worden opgeslagen in een baggerdepot (hiermee bedoelen we ook weilanddepots). Voor de aanleg van transportleidingen en een baggerdepot bij een dijk of watergang gelden regels.

Aandachtspunten bij aanleg baggerdepot

  • Bij de aanleg van een persleiding moet worden voorkomen dat bij een eventuele lekkage of een breuk de kering uitspoelt. De pers- en retourleiding wordt vrijdragend over de kering aangebracht.
  • Door specifieke gebiedskenmerken kunnen aanvullende eisen worden gesteld.
  • De kades van een depot moeten voldoende robuust worden uitgevoerd om doorbreken te voorkomen.
  • De perskades van een depot moeten na aanleg voldoende tijd hebben om te zetten, om doorbreken te voorkomen.

Afvalwater lozen uit een baggerdepot

Baggerspecie wordt regelmatig tijdelijk opgeslagen in een baggerdepot tot het moment waarop het opnieuw wordt toegepast. Het afvalwater uit zo'n depot wordt geloosd in oppervlaktewater. Dit afvalwater bestaat uit overtollig hemelwater uit het depot en transportwater (aanvoer via persleiding) of poriënwater (aanvoer met een  vrachtwagen).

U moet voldoen aan zorgplicht uit het Besluit Bodemkwaliteit voor het lozen van afvalwater uit een baggerdepot voor het tijdelijk opslaan van baggerspecie dat later nuttig zal worden toegepast. U hoeft dit lozen niet te melden.

Voor het lozen van afvalwater uit overige baggerdepots vraagt u een watervergunning aan via het omgevingsloket.

De zorgplicht uit het Besluit Bodemkwaliteit, hoe voldoe ik daaraan

Zorgplicht betekent dat er netjes en zorgvuldig wordt gewerkt, zodat de verontreinigingen zo min mogelijk in het oppervlaktewater terecht komen. In het algemeen voldoet u aan de zorgplicht als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan.

  1. Het gehalte aan baggerdeeltjes (de onopgeloste bestanddelen) in het te lozen afvalwater is lager dan de onderstaande waarden. Bepaal het gehalte bij voorkeur via methode NEN 6621 (met een papierfilter). Toepassing van methode NEN-EN 872 (met een glasfilter) geeft voor dit afvalwater veel hogere gehalten.
  • Aangewezen oppervlaktewater Klasse B waterbodem: 100 mg/l, overige waterbodem: 200 mg/l.
  • Niet aangewezen oppervlaktewater Klasse B waterbodem: 50 mg/l, overige waterbodem 100 mg/l.
  1. Het zuurstofgehalte in het te lozen afvalwater uit een baggerdepot is minimaal 3 mg/l.
  2. Voor het transport van de baggerspecie naar het depot via een persleiding wordt oppervlaktewater gebruikt. Het te lozen afvalwater moet bij voorkeur geloosd worden in het oppervlaktewater waar het uit onttrokken is. Als dit niet mogelijk is dan moet geloosd worden in een zo groot mogelijk oppervlaktewater. Afvalwater uit een baggerdepot dat gevuld is met behulp van vrachtwagens, mag ter plekke worden geloosd.

Afvalwater uit een baggerdepot is verontreinigd met organische microverontreinigingen, zware metalen en fosfaat. Deze verontreinigingen zijn gebonden aan de baggerdeeltjes die kunnen worden verwijderd door ze te laten bezinken.

Baggerdeeltjes voldoende laten bezinken

Het beheer van een baggerdepot moet er op gericht zijn de baggerdeeltjes voldoende te laten bezinken. De stroomsnelheid van de water/slibaanvoer mag niet te hoog zijn en de verblijftijd in het depot moet voldoende lang zijn. Afhankelijk van het soort baggerspecie varieert de verblijftijd in een depot van 8 uur tot 6 dagen.

Aandachtspunten bij lozen van afvalwater uit een depot

  • Een lozingskist behoort meestal tot de basisvoorzieningen van een baggerdepot. Het aanbrengen van balken in de lozingskist vergroot de verblijftijd van het water in het depot. Hiermee verbetert de bezinking van de onopgeloste bestanddelen. Dit kan van belang zijn in de eindfase van de baggerstort, of bij het storten van baggerspecie met grote hoeveelheden water.
  • Leg lozingspunten zo ver mogelijk van het vulpunt aan.
  • Voorkom dat tijdens het vullen van het baggerdepot afvalwater wordt geloosd.
  • Stort de baggerspecie met zo min mogelijk transportwater. Dit zorgt voor een kleine afvalwaterstroom. Hierdoor zijn de stroomsnelheden in het depot laag en neemt omwoeling van en erosie door onopgeloste bestanddelen af.
  • Zorg voor zo min mogelijk vertroebeling bij het in het depot spuiten van de baggerspecie.
  • Vergroot de verblijftijd in het depot door voorkeurstromingsbanen te voorkomen.
  • Let op tijdens stormperioden. De baggerspecie in het depot wordt dan extra omgewoeld. Hierdoor kan het gehalte baggerdeeltjes in het te lozen afvalwater zoveel toenemen dat het water niet geloosd kan worden. Bewaar het afvalwater tijdelijk in het depot.
  • Beperk negatieve invloed van wind en stroming door geleidingskaden en tussenkaden aan te leggen.