Conserveringstechnieken (C)

De conserveringstechnieken zijn ingedeeld in de clusters C1 tot en met C3. De indeling is naar de milieubezwaarlijkheid van vrijkomende stoffen, de grootte van het te behandelen oppervlak en de mate waarin mors- en oversprayverliezen optreden.

C1-technieken:

Deze technieken geven nagenoeg geen overspray of mors- en lekverliezen.

  • aanbrengen van verflagen of conserveringslagen met behulp van kwast, spaan of roller;
  • HVLP-spuiten;
  • elektrostatisch spuiten;
  • hot elektrostatisch spuiten.

C2-technieken:

Deze technieken geven beperkte overspray of mors- en lekverliezen.

  • aanbrengen van verflagen of conserveringslagen met behulp van een kneedmortelpomp;
  • spuiten van kleine oppervlakten;

C3-technieken:

De airless/ en airmix technieken geven een redelijke tot behoorlijke overspray.

  • airless spuiten;
  • airmix spuiten;
  • pneumatisch spuiten;
  • twee componenten spuiten.