Reinigingstechnieken (R)

De reinigingstechnieken zijn ingedeeld in de clusters R1 tot en met R5.

R1-technieken:

Dit zijn lichte reinigingstechnieken waarbij water zonder ontvetters wordt gebruikt. De hoeveelheid vrijkomend vuil of loszittende delen is zeer beperkt. Deze reinigingstechnieken kunnen zonder maatregelen worden uitgevoerd.

  • afwassen met water;
  • schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar zonder toevoeging van ontvetters;
  • stoomreinigen onder een druk van ten hoogste 200 bar zonder toevoeging van ontvetters;
  • ontvetten met doeken en een ontvetter.

R2-technieken:

Dit zijn handmatige en machinale technieken waarbij de hoeveelheid vrijkomende stofdeeltjes gering is of waarbij de stofdeeltjes worden afgezogen. Dit zijn de technieken voor preventief onderhoud.

  • bevochtigd handmatig schuren met schuurpapier of met een handschuurapparaat;
  • borstelen;
  • beitelen;
  • bikken;
  • schrapen;
  • steken;
  • slijpen;
  • branden;
  • afkrabben;
  • gebruiken van naaldhamer of bikhamer;
  • schuren of borstelen met roterende schuurmachines met bronafzuiging;
  • mobiel werpstralen;
  • vacuümstralen met bronafzuiging;
  • afblazen met perslucht tot 8 bar.

Bij windsnelheden tussen 8 en 14 meter per seconde moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd met een zwaardere hulpconstructie. Beneden een windsnelheid van 8 meter per seconde kan worden volstaan met een lichtere hulpconstructie.

R3-technieken:

Dit zijn vooral droge straaltechnieken waarbij de hoeveelheid vrijkomend milieuverontreinigende stof groot is. Deze technieken worden toegepast bij grote oppervlakken waarbij al het aanwezige conserveringsmiddel, roest en straalmiddel vrijkomt.

  • droog aanstralen;
  • droog integraal stralen;
  • integraal opruwen door stralen;
  • roestvrij maken van oppervlakken door stralen of ministralen;
  • droog ijs- of CO2-stralen.

R4-technieken:

Dit zijn natte technieken waarbij water of ontvetters/chemicaliën worden gebruikt. Het vrijkomende afvalwater moet worden opgevangen door een vloeistofdichte voorziening en moet worden afgevoerd naar een zuiveringsvoorziening.

  • chemisch reinigen;
  • chemisch ontvetten;
  • schoonspuiten met water met toevoeging van ontvetters;
  • stoomreinigen met toevoeging van ontvetters.

R5-technieken:

Dit zijn natte straaltechnieken waarbij een grote hoeveelheid verontreinigende stof vrijkomt. Deze technieken worden toegepast bij grote oppervlakken waarbij al het aanwezige conserveringsmiddel, roest, straalmiddel en afvalwater vrijkomt.

Er ontstaat zeer veel afvalwater dat moet worden opgevangen en gezuiverd.

  • watergritreinigen;
  • lage druk watergritstralen;
  • lage druk vochtig stralen;
  • handmatig hoge druk water(grit)stralen;
  • mechanisch hoge druk water(grit)stralen.