Het hoogheemraadschap van Rijnland renoveert het boezemgemaal van Katwijk. Dit gemaal vormt in de huidige situatie een harde barrière voor vismigratie van de Noordzee richting het boezemwater. Bij de renovatie zal daarom een voorziening voor vispassage in deze richting worden gerealiseerd.
Niet bekend was in hoeverre het gemaal een barrière vormt voor migratie van de boezem naar de Noordzee. In het najaar van 2006 is daarom een onderzoek uitgevoerd naar de visbewegingen rond gemaal Katwijk tijdens de najaarsmigratie. Vragen hierbij waren hoe het visbestand er uit ziet dat bij gemaal Katwijk aankomt om richting zee te migreren, hoeveel vis het gemaal richting zee weet te passeren en in welke mate beschadiging en sterfte optreedt door de passage van het gemaal via de pompen.
De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn dat:
Er is op dit moment geen reden om een voorziening te treffen die beschadiging bij stroomafwaartse migratie vermindert. De vismigratievoorziening van zee naar de boezem zal worden aangepast om de terugkeer van uitgespoelde zoetwatervissen naar de boezem mogelijk te maken.
In het voorjaar van 2007 is onderzoek naar stroomopwaartse migratie van vis uitgevoerd bij de boezemgemalen Katwijk en Halfweg. Doel van onderzoek was te bepalen welke vissoorten vanaf de Noordzee bij gemaal Katwijk en vanaf het Noordzeekanaal bij gemaal Halfweg aankomen om naar het boezemwater van Rijnland te migreren.
Uit het onderzoek is gebleken dat de gemalen van Katwijk en Halfweg belangrijke intreklocaties zijn voor de intrek van glasaal en andere migrerende vissoorten. Bij Katwijk werden tijdens vijf avonden in totaal ruim 15.000 vissen gevangen, waarvan 95% glasaal. Bij Halfweg werden tijdens tien avonden in totaal ruim 62.000 vissen gevangen, waarvan 56% glasaal.
Op dit moment is gemaal Halfweg niet passeerbaar voor stroomopwaarts migrerende vis. Gemaal Katwijk is passeerbaar tijdens periodes waarin wordt gespuid onder vrij verval. Na renovatie van gemaal Katwijk zal niet meer onder vrij verval gespuid kunnen worden. Voor beide locaties is de aanleg van vismigratievoorzieningen daarom aanbevolen.
