In Rijnlands veenweidegebieden en ook daarbuiten heeft het oppervlaktewater last van een teveel aan voedselrijkdom door meststoffen, oftewel nutriënten. Dit was in 1999 de aanleiding voor het hoogheemraadschap van Rijnland om een nieuw onderzoek te starten. Hierbij moest niet alleen gekeken worden naar één bron van meststoffen, dit is al eerder gedaan, maar naar alle bronnen van meststoffen tegelijk. Het doel van het project is om aan de hand van onderzoeksresultaten te bekijken met welke maatregelen we de waterkwaliteit kunnen verbeteren.
|
| Proefvak Vlietpolder |
Het veenweideproject is opgezet in twee fasen. In de eerste fase lag de nadruk op onderzoek. Samen met de melkveehouders en tal van onderzoekers is vijf jaar lang (1999-2004) intensief onderzoek gedaan naar de water- en voedingstoffenhuishouding van de Vlietpolder, een veenweidepolder nabij Hoogmade. In deze periode hebben we de water- en stofstromen in de polder in kaart gebracht door middel van registraties, metingen, berekeningen en literatuuronderzoek. Aan de hand van deze gegevens is een maatregelenpakket opgesteld waarmee het mogelijk is de waterkwaliteit te verbeteren, een ecologisch gezonde sloot te realiseren en nog steeds rendabele melkveehouderij te bedrijven. In de tweede fase worden de maatregelen in praktijk gebracht. We beginnen in de Vlietpolder. De komende jaren hopen we ook in andere polders aan de slag te kunnen.
Gedurende het project is gebleken dat er een grote belangstelling is voor de ontwikkelingen en resultaten van het project. Om iedereen op de hoogte te houden brengen we daarom regelmatig nieuwsbrieven uit. De reeds verschenen nieuwsbrieven zijn te downloaden uit het archief.
De eerste fase was de onderzoeksfase. Het doel was om samen met een groot aantal partijen de water- en stofstromen in de polder in kaart te brengen.
Inmiddels is gestart met de tweede fase van het project. Op basis van de inzichten uit fase één is een maatregelenpakket opgesteld met aandacht voor bemesting, peilbeheer en inrichting/onderhoud van sloten.

Voor het eerst zijn er kranswieren gevonden in de Vlietpolder. Dit betekent dat het water van een goede kwaliteit is.
De nieuwsbrieven van het Veenweideproject kunt u hier downloaden.
Halverwege de jaren negentig werden door de waterschappen en de ministeries van LNV, VROM en V&W geconstateerd dat er voor de melkveehouderij weinig meetgegevens voorhanden zijn over de relatie tussen bedrijfsvoering, bemesting en nutriëntenoverschotten aan de ene kant en de belasting van het oppervlaktewater met N en P aan de andere kant. Als reactie op deze constatering werden door de STOWA drie projecten gestart onder de verzamelnaam DOVE (Diffusie belasting van Oppervlaktewater door de VEehouderij). De DOVE projecten richten zich op onderzoek aan graslandpercelen en vonden en vinden plaats op drie grondsoorten, te weten zand, veen en klei. Het eindrapport verschijnt vandaar ook onder de STOWA-vlag met als titel ‘Water- en nutriëntenhuishouding van een veenweidegebied - de Vlietpolder in Zuid-Holland in beeld’ (STOWA rapport nr. 2004-30).
