Fase één: Meten om te weten

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Wat doet Rijnland? > Onderzoek aan water > Veenweide > Fase één: Meten om te weten

Fase één: Meten om te weten

De eerste fase was de onderzoeksfase. Het doel was om samen met een groot aantal partijen de water- en stofstromen in de polder in kaart te brengen. Voordat we aan het project begonnen was er namelijk geen overeenstemming over de oorzaken van het overschot aan nutriënten. Daarom zijn we begonnen met dit nauwkeurig in beeld te brengen, zodat hier geen discussie meer over zou zijn en we gericht maatregelen konden verzinnen. Het was belangrijk dat hierbij werd samengewerkt tussen Rijnland en de landbouwsector. Zodoende werden wederzijdse problemen (h)erkend en ontstond een draagvlak om op verder te bouwen zodra er maatregelen genomen zouden moeten worden.

Het project is uitgevoerd in de Vlietpolder. Deze polder is uitermate geschikt om onderzoek te doen. Ook is de polder representatief voor vele andere polders. De redenen waarom de polder zo geschikt is als proefgebied zijn:

  • de polder heeft een veenbodem
  • het watersysteem is eenvoudig
  • het is een klein overzichtelijk gebied (200 ha)
  • de agrariërs in het gebied werken mee aan het project
  • het grondgebruik is voor 95% veeteelt

In de periode 1999 – 2004 zijn veel metingen en registraties uitgevoerd en zijn een groot aantal berekeningen en analyses gemaakt. We hebben hierbij samengewerkt met een groot aantal organisaties. Met name de inbreng van Alterra was aanzienlijk. Ook maakte het project deel uit van het DOVE onderzoek (Difusse belasting van Oppervlaktewater door VEehouderij) van de STOWA. Bekijk de volledige lijst van deelnemende organisaties aan fase één van het veenwoudeproject.

De melkveehouders uit de Vlietpolder en omstreken hebben zich verenigd in een studieclub. Vanuit DLV is expertise ingehuurd om de aangesloten melkveehouders te begeleiden in hun mineralenmanagement. Doel was steeds de mestnormen van de MINAS wetgeving één jaar voor te blijven. Dit is niet alleen gelukt, ook is gebleken dat de opbrengst gelijk bleef, ondanks de lagere mestgift. Uiteindelijk bleek het mineralenmanagement dus geld op te leveren!

Door alle metingen en analyses is een goed inzicht in de werking van het systeem verkregen. De bijdrage van de landbouw aan de voedingstoffen van het open water bleek minder groot dan verwacht. De bijdrage uit het “veenwater” (water uit de diepe veenbodem dat veel voedingstoffen bevat) bleek een minstens zo belangrijke bron te zijn. Daarnaast speelt ook de afbraak van veen en het inlaatwater een rol. Op basis van deze inzichten kan worden gesteld dat maatregelen op het gebied van bemesting, peilbeheer én inrichting/onderhoud van watergangen alleen samen voor een verbetering kunnen zorgen. Ook is het belangrijk onderscheid te maken tussen de zomer- en wintersituatie. In de zomer (aanvoersituatie) is de waterkwaliteit in de polder van belang. Het inlaatwater is dan sterk bepalend voor de concentraties. In de winter (afvoersituatie) speelt uitspoeling een belangrijke rol en verdient de belasting van de boezem de aandacht.

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn op een toegankelijke manier beschreven in een populair verslag. Voor een meer technisch-inhoudelijke uiteenzetting van de resultaten is het eindrapport te raadplegen. Daarnaast zijn in de loop der jaren een aantal artikelen en deelrapporten verschenen die meer in detail ingaan op bepaalde onderdelen van het project. Een overzicht hiervan wordt gegeven in de literatuurlijst.

Het project op de radio

Interview met Gé van den Eertwegh voor het programma "Vroege vogels". Het interview is op 9 december 2001 uitgezonden en te beluisteren.

Kranswieren in de Vlietpolder

Voor het eerst zijn er kranswieren gevonden in de Vlietpolder. Dit betekent dat het water van een goede kwaliteit is.

Verslag symposium juni 2004

Rijnland heeft samen met melkveehouders, onderzoekers en het Rijk onderzoek gedaan naar welke bronnen zorgen voor een teveel aan voedingsstoffen in het water in veenweidegebieden. De onderzoeksresultaten van het zogenaamde Veenweideproject zijn op 4 juni 2004 in het Archeon gepresenteerd, tijdens het goedbezochte –150 deelnemers- symposium ‘Veen, water en vee’.

Wie deden er mee?

Literatuur

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn op een toegankelijke manier beschreven in een populair verslag. Voor een meer technisch-inhoudelijke uiteenzetting van de resultaten is het eindrapport te raadplegen. Daarnaast zijn in de loop der jaren een aantal artikelen en deelrapporten verschenen die meer in detail ingaan op bepaalde onderdelen van project. Een overzicht hiervan wordt hieronder gegeven.

Beek van, C.L. en Oenema, O., 2002. Nutriëntenbalansen in de Vlietpolder in het jaar 1999. 482, Alterra, Wageningen.

Beek van, C.L., van den Eertwegh, G.A.P.H., Brouwer, L. en Oenema, O., 2002. A comparison between farm gate balances en soil surface balances for 7 dairy farms in The Netherlands. In: IWA (Editor), 6th International Conference on Diffuse Pollution, Amsterdam.

Beek van, C.L., Eertwegh van den, G.A.P.H., Schaik van, F.H. en Toorn van den, A., 2003. Surface runoff from intensively managed grassland on peat soils; a diffuse source of nitrogen en phosphorus in surface waters, Diffuse input of chemicals into soil en groundwater, Dresden, Germany, pp. 9-17.

Beek van, C.L., Brouwer, L. en Oenema, O., 2003. The use of farmgate balances en soil surface balances as estimator for nitrogen leaching to surface water. Nutrient Cycling in Agroecosystems 67:233-244.

Beek van, C.L., Hummelink, E.W.J., Velthof, G.L. en Oenema, O., 2003. Nitrogen losses through denitrification form an intensively managed grassland on peat soil. Biology en Fertility of Soils.

Beek van, C.L., Schuurmans, W. en Schoumans, O.F., 2004. P sorption- en desorption characteristics of samples of the Vlietpolder, Alterra, Wageningen.

Beek van, C.L., Schuurmans, W. en Schoumans, O.F., 2004. Fosfaatresorptie- en desorptiekarakteristieken van bodemmonsters, Alterra, Wageningen.

DLV Adviesgroep BV, 2000. Bedrijfsadvisering water- en nutriëntenhuishouding in het Veenweideproject 1999.

DLV Adviesgroep BV, 2001. Bedrijfsadvisering water- en nutriëntenhuishouding in het Veenweideproject 2000.

DLV Adviesgroep BV, 2002. Bedrijfsadvisering water- en nutriëntenhuishouding in het Veenweideproject 2001.

DLV Adviesgroep BV, 2003. Bedrijfsadvisering water- en nutriëntenhuishouding in het Veenweideproject 2002.

DLV Adviesgroep BV, 2004. Veenweideproject en effecten bij melkveehouders Vlietpolder.

Van Schaik, Oudendag, Dousma, Hoogheemraadschap van Rijnland, 2004. Database rapport.

Van Schaik, F.H., Hoogheemraadschap van Rijnland, 2004. Kwaliteit van het ondiepe grondwater, greppelwater en afspoeling.

Van Schaik, F.H., Hoogheemraadschap van Rijnland, 2004. Oppervlaktewaterkwaliteit Vlietpolder.

Van Schaik, F.H., Hoogheemraadschap van Rijnland, Beek van, C.L., Alterra, Houwelingen K.M. van, Praktijkboerderij Zegveld, 2003. Waterbodem en baggerproef in de Vlietpolder.

Michielsen, B.F., Schaik F.H. van, Hoogheemraadschap van Rijnland, 2004. Stofstromen van en naar het oppervlaktewater in de Vlietpolder.

Fraters, D., RIVM, 2003. Kwaliteit van het bovenste grondwater in de Vlietpolder vergeleken met die bij landbouwbedrijven in de veengebieden.

Van der Grift, NITG-TNO, 2003. Samenstelling grondwater Vlietpolder.

Meinardi, C.R., RIVM, 2004. Stromen van water en stoffen door de bodem en naar de sloten in de Vlietpolder.

Naar boven