Inmiddels is begonnen met de tweede fase van het project. Op 13 september 2006 vond in Woubrugge een feestelijke startbijeenkomst plaats. Op basis van de inzichten uit fase één is een maatregelenpakket opgesteld met aandacht voor bemesting, peilbeheer en inrichting/onderhoud van sloten.
Om te beginnen zijn we gaan baggeren. Rijnland baggert de hoofdwatergangen, de melkveehouders pakken de poldersloten aan en krijgen daarvoor een bijdrage van Rijnland. Tegelijkertijd wordt de bemesting goed afgestemd op het waterbeheer. Er wordt niet bemest bij hoge grondwaterstanden, omdat er anders veel mest uitspoelt naar de sloot. Ook worden de bemestingsdoelstellingen voor drijfmest nu al in praktijk gebracht en wordt de kunstmestgift niet verhoogd. Met al deze maatregelen zal er 5-10% minder stikstof en 10-15% minder fosfaat in de sloot komen. Tevens wordt de boezembelasting in de zomer beperkt met 25-30%.
Dit is echter nog niet alles. We nemen ook maatregelen voor de ecologie. Zo is het inlaatpunt verplaatst naar een locatie vlakbij het gemaal. Hierdoor zal het achterste deel van de polder veel minder worden vestoord door gebiedsvreemd inlaatwater, wat gunstig is voor de karakteristieke vegetatie van veensloten zoals Krabbenscheer. Daarnaast zijn er slootschoonplannen opgesteld die als doel hebben om voortaan op een ecologisch bewuste manier te schonen. Het schonen vindt dan alleen plaats als het echt nodig is en niet alle planten worden in één keer weg gehaald. Tevens zijn er ook drinkbakken voor vee geplaatst, waardoor minder vertrapping van de oevers zal optreden.
Tenslotte blijven we steeds nadenken over haalbare maatregelen om de waterkwaliteit nog verder te verbeteren. We doen daarom ook nog een klein beetje onderzoek. In een speciaal ingerichte proeflocatie worden de effecten van een (beperkt) flexibel peilbeheer gemeten. De vragen daarbij zijn welke consequenties deze vorm van peilbeheer heeft voor zowel de waterkwaliteit als de landbouwkundige omstandigheden.
Fase twee is echter meer dan alleen deze vooraf uitgedachte maatregelen in de Vlietpolder uitvoeren. We hopen dat alle goede inspanningen en opgedane inzichten uit de Vlietpolder ook als een voorbeeld voor andere veenweidepolders kunnen dienen. We willen de komende jaren daarom veel voorlichting gaan geven en aanschuiven bij andere studieclubs van melkveehouders om de resultaten uit de Vlietpolder te bespreken. Hopelijk zullen vervolgens ook in andere veenweidepolders vergelijkbare maatregelenpakketten kunnen worden gerealiseerd.
