Rijnland heeft samen met melkveehouders, onderzoekers en het Rijk onderzoek gedaan naar welke bronnen zorgen voor een teveel aan voedingsstoffen in het water in veenweidegebieden. De onderzoeksresultaten van het zogenaamde Veenweideproject zijn op 4 juni 2004 in het Archeon gepresenteerd, tijdens het goedbezochte –150 deelnemers- symposium ‘Veen, water en vee’.
Daarnaast gaf VVD Tweede kamerlid Jan Geluk een toelichting op mestwetgeving en water en is onder leiding van Astrid Joosten gediscussieerd over maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit in veenweidegebieden. De betrokkenheid onder de deelnemers bleek niet alleen bij dat laatste onderdeel, ook tijdens de presentaties werd al flink gevraagd en gediscussieerd.
Het programma
De wetgeving
De resultaten
Hoe nu verder
De rol va de Veehouders
Discussie
Fase 2
Het populaire verslag
Het programma van het symposium bestond uit praatjes door Jan Geluk (2e kamerlid VVD), Gé van den Eertwegh (projectleider van het veenweidegebied), John steegh (Hoogheemraad van het Hoogheemraadschap van Rijnland) en Barend Meerkerk (adviesgroep DLV). Na de pauze vond er een forumdiscussie plaats. De dag werd gepresenteerd door Astrid Joosten. Deelnemers aan het symposium waren onder andere te vinden onder melkveehouders, bestuursleden Provinciale Staten, journalisten, onderzoekers en studenten.

Jan Geluk liet de deelnemers mestwetgeving en waterkwaliteit door de (VVD)bril van de Tweede Kamer zien en ging in op de regelgeving voor melkveehouders en de samenwerking van Nederland en de Europese Unie met kansen en bedreigingen. Daarbij zoomde hij in op de nitraatnorm ‘een slechte richtlijn, die gewijzigd moet worden’, de Kaderrichtlijn Water ‘keep it short and simple, op details kun je afgerekend worden’ en nieuwe mestwetgeving. Eye-opener voor Jan Geluk -en mogelijk de Tweede kamer- vanuit het Veenweideproject was dat het veenweidegebied en de waterkwaliteit niet alleen maar door de meststoffenwetgeving beïnvloed wordt, maar ook door het waterbeheer door de bodem en het veenwater. Ook gaf hij aan dat Rijnland een grote kans maakt dat de kamercommissie Landbouw op werkbezoek komt om meer te horen over de resultaten van het Veenweideproject, wanneer Rijnland ze vraagt. Dus mogelijk kan Rijnland binnen afzienbare tijd de kamercommissie Landbouw ontvangen.
Projectleider en initiator Gé van den Eertwegh ging inhoudelijk in op de resultaten van het onderzoek. Opmerkelijk was dat ondanks de inspanningen van de veehouders de waterkwaliteit tijdens het project niet was verbeterd. Volgens de projectleider Gé van den Eertwegh komt dat omdat de landbouw maar voor een beperkt deel verantwoordelijk is voor de voedingsstoffen in het oppervlakte water. Vooral het zogenaamde veenwater zorgt voor veel meststoffen in het oppervlaktewater. Meer over de resultaten kunt u lezen in het populair verslag.
Hoogheemraad John Steegh ging in op wat Rijnland met de resultaten gaat doen en hoe verder met het beleid: van regionaal via nationaal naar Brussel, via onder andere het Waterbeheersplan en de (Europese) Kaderrichtlijn Water.
Helaas was melkveehouder en WLTO-bestuurder Kees van Rijn wegens ziekte niet in staat om vanuit de deelnemende melkveehouders een presentatie te geven. Op zijn verzoek gaf Barend Meerkerk, senior adviseur van de DLV adviesgroep, een presentatie vanuit de deelnemende melkveehouders bezien. Hij verwoorde wat de rol was van de melkveehouders en hoe zij het project van de start in 1999 tot op heden hebben ervaren: ‘De melkveehouders hebben meer kennis en inzicht opgedaan en mineralenmanagement heeft de melkveebedrijven tot nu toe meer geld opgeleverd dan gekost.’ Over het nieuwe mestbeleid was hij niet erg te spreken: ‘Inconsistent. De veehouders mogen meer kunstmest op het land brengen dan zij nu doen.’
Astrid Joosten zorgde er ondertussen op charmante, doch vileine, wijze voor dat alles boven tafel kwam en dat het publiek goed betrokken werd. Vooral in de middag was voor het publiek een grote rol weggelegd: aan de hand van stellingen konden zij hun mening kenbaar maken met groene -mee eens- en rode –oneens- kaarten. Daarna kon de discussie losbranden tussen en onder het publiek en een forum, bestaande uit een WLTO-bestuurder, een beleidsmedewerker van het RIZA, een aquatisch ecoloog en onze hoogheemraad John Steegh. Daarbij kwamen stellingen aan bod als: ‘Maak eerst de waterdiepte groter, en begin dan pas met het terugdringen van mest! (het publiek was het eens over en-en, in plaats van of-of). Het waterpeil in het veenweidegebied kan niet omhoog: de overheid zet Schiphol toch ook niet onder water? Blauwe diensten zijn hét middel om de waterkwaliteit in veenweidegebieden te verbeteren (veel tegenstemmers, is niet het enige middel). Als de vervuiler betaalt, dan mag de melkveehouder flink wat meer betalen voor schoon water!’
Onze dijkgraaf sloot de middag af met een vraag voor de aanwezige WLTO bestuurders: ‘Kunnen wij zaken met elkaar doen voor de maatregelenfase?’. De aanwezige WLTO-bestuurders gaven met de groene kaartjes een ja aan. ‘Kunnen we er dus op rekenen dat wij binnenkort met u om de tafel zitten hiervoor?’ Ook hier kwam groen van de WLTO’ers. Waarop de dijkgraaf kon concluderen dat bij deze een bestuurlijke afspraak was gemaakt om verder te gaan voor de volgende (maatregelen)fase.
De resultaten van het Veenweideproject (fase 1) zijn in een populair verslag samengevat. U kunt het populaire verslag (pdf) , inclusief de omslag (pdf) , downloaden.
