
Paul de Greeuw, collega bij Rijnland. Van beroep: Restaurator. Tenminste, dat is de officiële functiebenaming. De Dikke van Dale verklaart mij echter dat dit geen Nederlands woord is en noemt dit beroep een restaurateur. Paul werpt licht in de duisternis: “de Dikke van Dale heeft wel gelijk, maar met de officiële benaming worden wij vaak verward met een restauranthouder, die óók restaurateur wordt genoemd. Vandaar dat wij, restaurateurs van oude werken, besloten hebben om onszelf voortaan restaurator te noemen. What is in a name, ik zeg altijd maar dat restaurants investeren in de vergankelijkheid, en wij investeren in de eeuwigheid.”
Sinds 1986 heeft Rijnland zijn eigen restaurator. Al 19 jaar werkt Paul aan vereeuwiging van de Rijnlandse documentatie. En dat is hem wel toevertrouwd. Stond hij in 1986 soms nog met de kriebels in zijn buik wanneer hij met een waardevolle eeuwenoude kaart aan het werk ging, tegenwoordig verblikt of verbloost hij nergens meer van, zelfs niet al zou hij een oude meester onder handen nemen.
Als kleine jongen was hij al gefascineerd door papier. En na de grafische LTS en de MTS, waar hij onderricht kreeg in het boekbinden, kon hij aan de slag als boekbinder bij het Rijksarchief in Haarlem. Daar maakte hij kennis met het beroep van restaurator, in die tijd een nieuw beroep. Via een intensieve interne MBO opleiding en na veel praktijkervaring kreeg hij het vak onder de knie. En was Nederland een passionele restaurator rijker.
Binnen het beroep van restaurator bestaan vele disciplines. Paul is gespecialiseerd in het restaureren van objecten van papier. Zo restaureert hij kaartmateriaal, boeken, aquarellen, charters (officiële akte mét een waszegel). Zijn grootste liefde hierin gaat uit naar boekrestauratie. De oude ambachtelijke techniek van het ingebonden boek wordt zichtbaar wanneer je een boek uit elkaar haalt. Het is boeiend om te zien uit welke verschillende materialen een boek bestaat. Een boekblok kan op vele manieren zijn opgebouwd: welke manier van naaien is er toegepast, welk gaas hoort er op de rug, er is een kapitaalbandje, welke soort lijm is nodig. En hoe zit het met de band: welk bord en welk bekledingsmateriaal?
Wanneer je na de restauratie het boek weer op dezelfde ambachtelijke wijze in elkaar hebt gezet, zijn veel handelingen niet meer zichtbaar. Dat geheim zit in het boek verborgen.

Het doel van zijn werk is het object zoveel mogelijk in de staat te houden zoals het is en het proces van vergaan te stoppen of in ieder geval belangrijk te vertragen. Het is de charme van het oude te behouden. De meeste kennis hiervoor heeft hij in de praktijk opgedaan. Pas sinds het midden van de jaren 70 is dit beroep in ontwikkeling gekomen en is het mogelijk een speciale opleiding te volgen. Vóór die tijd werd het repareren van oude objecten ondergebracht bij klusjesmannen, bodes, conciërges. In die tijd bestond restauratie ook vooral uit repareren: Rug van een boek kapot? Scheur eraf en zet er een nieuwe op! Inmiddels is men doordrongen van het belang het behouden van de authenticiteit. Een kapotte rug wordt nu hergebruikt. Ontbreekt er een deel van, dan wordt er natuurlijk wel nieuw materiaal gebruikt, maar dit wordt ingepast in de bestaande rug. Aan het boek kan je zien dat er gerestaureerd is.
Veel, maar niet alles is te restaureren. Een verbrand boek is niet meer te herstellen: wat verbrand is, is weg. Het is wel mogelijk de pagina’s en de band in de oude vorm te herstellen, maar teksten kunnen niet meer teruggehaald worden. En verder liggen er ook bij Rijnland nog hele oude documenten die in een zodanig slechte staat verkeren, dat er niets meer aan te doen valt. Bijvoorbeeld kaarten, die nog slechts bestaan uit een paar losse delen. Die worden nog wel in een map of een doos bewaard. Zolang ze nog niet helemaal zijn vergaan, bewaren we ze nog wel in het archief. En wie weet wat we daar in de toekomst nog aan kunnen doen, waardoor we ze toch nog voor het nageslacht kunnen bewaren en toegankelijk maken.

De verzameling oude documenten kan je grofweg in twee groepen verdelen: De documenten van vóór 1840 zijn gemaakt van lompen en zijn aanmerkelijk duurzamer dan het papier dat daarna is gefabriceerd. Vanaf 1840 kwam de industrialisatie op gang en dat had tot gevolg dat de vraag naar papier enorm toenam. In plaats van lompen is men hout gaan gebruiken als grondstof voor de vervaardiging van papier. Beide papiersoorten vragen een hele andere aanpak bij restauratie.
Als enige restaurator bij Rijnland heeft Paul intern geen deskundige collega’s waarmee hij kan overleggen. Hij heeft daarom regelmatig contact met collega’s in den lande. Het wereldje van de restauratoren is klein. De onderlinge verstandhouding tussen hen is zonder meer prima te noemen. Van concurrentie is geen sprake. Integendeel, daar waar men elkaar met raad kan helpen, gebeurt dat ook.
Ook bezoekt hij enkele malen per jaar bijeenkomsten op zijn vakgebied. Want de documenten mogen dan eeuwen oud zijn, de ontwikkeling van nieuwe bindmethoden en restauratietechnieken gaan nog steeds door.
De nieuwste ontwikkeling is de digitalisering van oude documenten. Dit houdt heel wat meer in dan het scannen van een blad en dit op te slaan op een cd of dvd. Want ook deze dragers moeten van een zodanige kwaliteit zijn dat ze na vele tientallen jaren nog geraadpleegd kunnen worden. En moet er hard- en software beschikbaar zijn en blijven om de bestanden ook in de toekomst te kunnen lezen.
Een boeiend beroep én Paul heeft de grootste werkplek van alle Rijnlanders op het kantoor aan de Archimedesweg,. Heb je dan nog iets te wensen? Ja dus! Als Paul één ding binnen Rijnland mag veranderen, doet hij stante pede alle post-it blaadjes en alle nietjes in de ban. De beschadigingen die deze “handige” hulpmiddeltjes aan het papier toebrengen, is aanzienlijk. Een document met 10 gaatjes als gevolg van het steeds weer opnieuw vastnieten aan andere papieren is een regelrechte mishandeling van dat papier! En de lijmlaag van de post-it papiertjes laten een onuitwisbare afdruk achter op het papier dat zichtbaar wordt wanneer Paul dit papier gaat behandelen. Die afdruk is met de huidige technieken niet te verwijderen. De oplossing heeft hij ook al voorhanden: In plaats van nietjes gebruik je een papieren omslagje, dat geeft ook nog een betere bescherming aan het papier. En een aantekening maak je heel gemakkelijk op een los (klad)blaadje, of in de kantlijn van het document. Voordeel daarvan is dat die aantekeningen voor het nageslacht bewaard blijven. En zo’n opmerking kan een belangrijke meerwaarde hebben!
Is er kans op dat onze restaurator ooit klaar is met zijn werk? Nou vergeet het maar! Wanneer we er vanuit gaan dat we ook in de toekomst één restaurator in dienst houden, zijn we een kleine eeuw verder voordat alle papier- en boekrestauraties van objecten die nu in het archief zijn opgeslagen, zijn uitgevoerd. En dan hebben we het nog niet over het aanbod van nieuwe waardevolle archiefstukken die tussen nu en de 22e eeuw door ons op vergankelijk papier zullen worden geproduceerd.
Nou Paul, werk ze!

