Onze voorlichter Hans van den Hoek: van brutale schoolkinderen tot New Orleans

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Wat doet Rijnland? > Rijnlanders aan het werk > Onze voorlichter: van brutale schoolkinderen tot New Orleans

Onze voorlichter Hans van den Hoek: van brutale schoolkinderen tot New Orleans

Hans van den Hoek

Hans is onze communicatiemedewerker educatie en publieksvoorlichting, of zoals hij zichzelf noemt "een ouderwetse voorlichter". Op enthousiaste wijze weet hij een breed publiek te informeren over de taken van het waterschap. Hierbij maakt hij nog veelvuldig gebruik van zijn kennis uit het archief van Rijnland, waar hij van 1972 tot 1985 werkte.

Kleur het Groene Hart 

De redactie mocht een dagje met Hans meelopen bij het boezemgemaal van Gouda. We zijn daar voor het project "Kleur het Groene Hart", waarbij verschillende Goudse Scholengemeenschappen onderzoek doen naar de belangen rondom en de zwemwaterkwaliteit van de Hollandsche IJssel. De resultaten van dit onderzoek vergelijken ze met een rivier in Puna in India. Voor dit project legt Hans hen de functies van het waterschap uit in relatie met de rivier de Hollandsche IJsel. 

Droge voetenDieselgemaal Gouda

Als alle leerlingen gearriveerd zijn bij het gemaal, gaan we lekker in het zonnetje zitten en dan begint Hans te vertellen over ons waterschap. Hij ratelt aan één stuk door en de leerlingen zijn vol aandacht. Het belangrijkste wat hij ons vandaag wil vertellen is hoe Rijnland ervoor zorgt dat we droge voeten houden. Met behulp van diverse gemalen wordt te veel aan water vanuit de polder overgepompt naar de boezem. Met het gemaal in Gouda wordt water vanuit de boezem uitgemalen op de Hollandsche IJssel. Wat misschien nog wel belangrijker is, is dat er ook water ingelaten kan worden via dit gemaal. Het is misschien niet te geloven met al die regen in Nederland, maar droogte is hier ook een groot probleem. 
 
Hans weet ons ook nog wat leuke feitjes te vertellen:

  • Het gemaal kan wel 3500 liter water per seconde verpompen
  • Iedereen gebruikt ongeveer 125 liter water per dag
  • Voor 1 liter bier is 6 liter water nodig

Na het verhaal van Hans gaan we nog even binnenkijken bij het gemaal en dan mogen de leerlingen zelf aan de slag.

Zelf metenHans aan het voorlichten

Per groepje krijgen de leerlingen een rugzakje met wat meetapparatuur: een potje om water te vullen, een lactosepapiertje om de pH te meten, een temperatuurmeter en een helderheidsmeter. Hans zal het zuurstof meten, want de meters van de scholen zijn allemaal al stuk gegaan. De juf drukt ze dan ook nog eens op het hart om vooral voorzichtig te doen, maar iedereen is al druk in de weer met zijn meters.

Als ze al hun meetwaarden bij elkaar hebben gesprokkeld, mogen de leerlingen weer naar huis en komt het volgende groepje. Ik ga in de tussentijd even bij de zuivering in Gouda kijken, want daar krijgt de rest van de klas een rondleiding van Ineke van de Lee, de inhuur voorlichtster van Rijnland.

 zelf meten nog een keer zelf meten

Bij de zuivering

Ineke gaat ons het verhaal van schoon water vertellen, maar eerst gaan we nog gezellig een bakje leut doen met degrofvuilroostermannen van het gemaal. Zo een baantje als voorlichter is zo gek nog niet.

Daar zijn de leerlingen al. Ik voel me een oude vrouw als ik het zeg, maar wij waren vroeger toch een stuk braver. Enkelen lopen elkaar zelfs met stenen te bekogelen en ik heb weer wat nieuwe scheldwoorden geleerd, maar als Ineke haar verhaal begint luisteren ze braaf. We krijgen een uitleg van de werking van de zuivering en mogen de bassins van bovenaf bekijken. De stinkende afvalscheiders leveren een hoop gegiebel op. 

Ook hier krijgen we een paar leuke feitjes te horen:

  • Aan de sigarenpijpjes in de grond bij Gouda, kun je zien waar vroeger het afvalwater vandaan kwam
  • Amsterdam had de eerste zuivering van Nederland
  • We hebben 37 waterzuiveringen binnen Rijnland
  • Na nieuwjaar zie je het frituurvet boven op het water drijven bij de zuivering.

De belangrijkste les die we geleerd krijgen is dat we geen condooms, maandverband en oude soep in het toilet mogen gooien.

New Orleans

Als ik terugkom bij Hans op het gemaal, is hij druk in gesprek met een Belgische journalist. Deze is hier vanwege New Orleans. Hans legt hem uit dat wij in Nederland (nog) niet zo iets dergelijks hebben meegemaakt, omdat we ver vooruit denken. Dat is volgens hem de kracht van het waterschap: "Ver vooruit denken en vooruit maatregelen nemen". Daarnaast hebben wij het geluk dat politiek geen (grote) rol speelt binnen het waterschap.

Op school 

Een paar weken later zal Hans ook nog een keer op de school zelf langsgaan. Daar doet hij zijn verhaal overin de klas schoon water en droge voeten nog een keer over, zodat het goed blijft hangen. Daarna mogen de leerlingen weer zelf aan de slag. Ze krijgen een rollenspel. Iedereen vertegenwoordigt zijn eigen belang: de boer, de huiseigenaar of het waterschap en dan moeten ze zoeken naar oplossingen voor waterproblemen. Uiteindelijk wijst iedereen altijd met zijn vingertje naar de buurman als schuldige. Het zijn net grote mensen!

Leerlingen als weervoorspellers

Naast de voorlichting is Hans druk in de weer met zijn kennis op peil houden door veel te lezen. Hij houdt zijn vak leuk door steeds nieuwe voorbeelden te gebruiken bij zijn verhaal. En het zijn natuurlijk toch steeds andere kinderen, dus dat houdt het ook boeiend. Volgens Hans kan je aan de kinderen vaak merken wat voor weer er op komst is. Hoe onstuimiger het weer wordt, hoe onrustiger de kinderen.

Zo, de dag zit er weer op en Hans mag zijn keel eindelijk rust geven.

 

 

 

Naar boven