De afdeling Vergunningverlening waakt over het water. Zowel over de kwantiteit als over de kwaliteit. Het water moet blijven aan- en afstromen en moet achter de dijken en duinen blijven. Ook mag het water niet verontreinigen, liefst moet het zelfs schoner worden. Daarvoor hebben we verschillende middelen, bijvoorbeeld de Keur en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo). Daarin staat dat je in of bij een watergang niets mag doen en in een water niet mag lozen. Tenzij je daarvoor een vergunning hebt gekregen. Van de afdeling Vergunningverlening. Die bestaat uit twee teams: een voor de Keur- en een voor de Wvo (Wet verontreiniging oppervlaktewater)-vergunningen. Johan Kolk werkt bij het Team Wvo.
'We zijn met tien vergunningverleners', zegt Johan. 'We hebben Rijnland in kleinere gebieden opgedeeld en zo heeft ieder zijn eigen parochie. De mijne is de bollenstreek. Omdat je in dit werk veel contacten hebt is zo'n gebiedsindeling erg praktisch, je leert de mensen wat beter kennen. En het gebied zelf natuurlijk: hoe zit het watersysteem in elkaar, gaat het om een natuurgebied, dat speelt toch een rol.'
Als je in oppervlaktewater loost heb je daarvoor dus een vergunning nodig. Of je die krijgt is de eerste vraag. Tenslotte zijn er misschien andere manieren om je afvalwater kwijt te raken, bijvoorbeeld in de riolering. En áls je al een lozingsvergunning krijgt dan staan daar allerlei voorschriften in. Ter bescherming van de waterkwaliteit, want daar doen we het allemaal voor. Bij die voorschriften kun je denken aan een maximale concentratie van een stof in het geloosde water. Minerale olie bijvoorbeeld. Maar ook de zuurgraad is belangrijk. En de temperatuur. En het zuurstofverbruik. Dat is de hoeveelheid zuurstof die nodig is om de geloosde stoffen af te breken. Als dat verbruik te hoog is onttrek je bijna alle zuurstof aan het water en gaan de vissen dood.
Een vergunning schrijf je niet even op een achternamiddag. Het is een heel proces. Johan legt uit wat er zoal bij komt kijken. 'Stel, ergens is ooit de bodem vervuild geraakt met olie en die verontreiniging willen ze opruimen. Bodemsanering noemen we dat. Niet alleen de grond maar ook het grondwater is dan vervuild. En moet dus worden afgevoerd, gereinigd en dan pas geloosd. Ik ga dan eerst maar eens een praatje maken. Dan vertel ik wat ik nodig heb om de vergunningaanvraag goed te kunnen beoordelen. Zoals de mate van verontreiniging: de hoeveelheid olie per liter. En wat ze aan voorschriften kunnen verwachten. Een olieafscheider in dit geval. Want als waterkwaliteitsbeheerder willen we natuurlijk niet dat het oliehoudende grondwater in het oppervlaktewater terecht komt. Dat schrijf ik dan ook in de vergunning. Hoewel, vergunning…. eerst komt de ontwerp-vergunning waarop ieder zienswijzen mag indienen. Zeg maar bezwaar maken. Daarna komt de definitieve vergunning waartegen men weer in beroep kan gaan. Zo'n hele procedure kan wel een half jaar duren! Nee, dat is geen ambtenarij, dat is de democratie.’
Johan weerlegt de suggestie dat hij de hele dag bezig is met het schrijven van vergunningen voor bodemsaneringen. ‘Ben je gek, de bedrijvigheid in het gebied van Rijnland is natuurlijk veel breder. Je hebt te maken met zowel grote bedrijven als kleine. Dat maakt het werk juist zo aantrekkelijk. Akzo, de Sassenheimse verffabriek, zit ook in mijn gebied. En er speelt een zandwinningsproject in een recreatieplas. Een collega van me heeft Schiphol onder zijn hoede, om maar wat te noemen. Naast die industriële activiteiten bestaat er ook nog zoiets als de agrarische sector. De bollenteelt en de boomkwekerijen bijvoorbeeld. De lozing van mest en bestrijdingsmiddelen wordt door ons aan regels gebonden. En wat dacht je van onze eigen zuiveringsinstallaties? Die lozen ook. Die lozing regel ik dus ook met een vergunning. Met de nodige voorschriften, in het belang van de waterkwaliteit. Je geeft dan als ene afdeling van Rijnland vergunning aan de andere. Juist in zo’n geval is transparantie erg belangrijk. De mensen moeten kunnen zien dat het ons serieus om de waterkwaliteit gaat en dat er niet even iets wordt geregeld.’
Vaak komen op de afdeling adviesaanvragen binnen van andere overheden, provincies en gemeenten. Die moeten aan bedrijven een vergunning verlenen op grond van de Wet milieubeheer en vragen dan advies als het gaat om het afvalwater. ‘Ook overleggen we met gemeenten of brancheorganisaties in het geval van het tegengaan van watervervuiling die je niet met een Wvo-vergunning kunt regelen. De manier van onkruidbestrijding bijvoorbeeld door gemeenten. Probleem is dan dat de meest milieuvriendelijke methode ook vaak de duurste is. De toepassing van zinken dakgoten is ook zoiets. Zink is slecht en door regenval en afspoeling komt dat dan in het oppervlaktewater terecht. Door overleggen en overtuigen proberen we bouwers andere materialen te laten gebruiken’
‘We hebben al veel bereikt, maar er is nog genoeg te doen!’
