Via onderstaande links komt u snel bij het betreffende onderwerp in de tekst:
Volgens de Wet op de Waterkering is de beheerder van een primaire waterkering verplicht om eens in de 5 jaar een veiligheidstoets uit te voeren. Er moet worden gekeken of de waterkering voldoet aan de norm die in de Wet op de Waterkering is vastgelegd.
Het doel is om in beeld te brengen wat de staat van de waterkering is. Hierbij wordt gekeken naar allerlei verschillende mechanismen die invloed hebben op het zgn. waterkerende vermogen, welke strekkingen voldoende waterkerend vermogen hebben en welke strekkingen onvoldoende zijn.
Bij de toetsing van de 19,5 kilometer in de strekking IJmuiden – Amsterdam-West blijkt dat in totaal een strekking van 1268 meter "onvoldoende" hoogte bezit. Het resultaat van de toets op stabiliteit van de strekking Santpoort – Amsterdam-West is dat ongeveer 8 kilometer onvoldoende stabiliteit bezit. De bekleding van de dijk is voldoende tot goed.
Voor het deel Santpoort tot en met de aansluiting door hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht is Rijkswaterstaat verzocht deze dijk aan te merken als een dijkverbeteringproject in het kader van de Wet op de Waterkering. In een eerste instantie is hierop negatief geantwoord, omdat de gebruikte randvoorwaarden niet zijn opgenomen in het Randvoorwaardenboek. Hierin ontbreken namelijk randvoorwaarden voor deze dijk. Rijnland heeft besloten om, onafhankelijk van het oordeel van de staatssecretaris, te starten met een verbeteringsplan.
Op basis van een werkomschrijving ten behoeve van advieswerkzaamheden is het adviesbureau Arcadis geselecteerd om de volgende werkzaamheden uit te voeren.
In dit plan van aanpak dient o.a. inzichtelijk gemaakt te worden welke aanvullende onderzoeken er nog moeten worden uitgevoerd om het vervolgtraject (MER) in te kunnen gaan. Daarnaast dient er een opzet te worden opgesteld ten behoeve van het communicatie traject met daarin inbegrepen de opzet en het onderhouden van een website.
In het adviseurbestek worden de werkzaamheden opgenomen afkomstig uit het voortraject, Startnotitie MER, MER en alle noodzakelijk geachte werkzaamheden.
Op basis van het adviseurbestek zal een Europese aanbesteding van Diensten worden gehouden om een adviesbureau te selecteren dat het vervolgtraject gaat begeleiden.
Communicatie met de omgeving en alle betrokkenen is één van de belangrijkste uitgangspunten van het project. Voordat de formele procedures worden gestart zal er eerst overleg plaats vinden met de omgeving en alle betrokkenen. Hiervoor is het noodzakelijk om alle relevante gegevens in huis te hebben en deze te kunnen overleggen met de omgeving en alle betrokkenen. Gezamenlijk en in nauw overleg zal het vervolgtraject ingezet worden.
De planning gaan er vanuit dat in de zomer van 2006 het MER-traject is doorlopen. De keuze uit het MER-traject moet vervolgens ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Rijnland dat het benodigde krediet beschikbaar moet stellen. Als alles meezit kunnen eind 2008 de maatregelen zijn gerealiseerd.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met P. de Booij pieter.booij@rijnland.net
