Het Haarlemmermeerse Bos, met daarin de grote plas, maakt deel uit van het terrein waarop in 2002 de Floriade is gehouden. De grote plas wordt vrijwel ieder jaar geplaagd door blauwalgen (Anabaena en Microcystes).
Deze blauwalgen vormen stinkende drijflagen wanneer het water niet wordt gemengd. Zwemmers en ander waterrecreanten ondervonden hiervan veel overlast en vaak moest de provincie het zwemmen in de plas afraden omdat blauwalgen giftige stoffen kunnen afscheiden. De algengroei heeft onder meer te maken met het water dat bij watertekort vanuit de IJtocht wordt ingelaten. De IJtocht stroomt door een gebied met intensieve landbouw, waardoor meststoffen in het water komen.
In begin 1998 is een projectgroep opgericht met medewerkers van het waterschap Haarlemmermeer, de gemeente Haarlemmermeer, de provincie Noord-Holland, stichting Floriade 2002 en het hoogheemraadschap van Rijnland met als doel het jaarlijks terugkerende probleem op te lossen.Drijflaag vormende blauwalgen hebben de eigenschap dat ze zich vertikaal in de waterkolom kunnen voortbewegen. Op deze manier kunnen ze de waterlaag opzoeken waarin ze optimaal kunnen groeien. Er kunnen omstandigheden ontstaan dat alle blauwalgen naar de oppervlakte komen, zodat drijflagen kunnen ontstaan. Door menging van het water wordt de verticale bewegingsmogelijkheid van de algen verstoord. Hierdoor kunnen de blauwalgen zich niet ontwikkelen en wordt de biomassa zo klein dat stabiele drijflagen niet gevormd kunnen worden. De totale productie van toxines is dan waarschijnlijk zo laag is dat
dit niet zal leiden tot een zwemverbod. De overlast door de blauwalgen Anabena en Microcystis zal daardoor niet meer optreden.
Het resultaat van de projectgroep voor de bosplas was dat in er in 2000 een beluchtingssysteem is aangebracht in de bosplas. Het beluchtingssysteem bestaat uit een viertal puntbeluchters welke gemonteerd zijn aan drijvende pontons. Door de grote plas kunstmatig te mengen met behulp van de puntbeluchters wordt de diepte in de plas tot waarop menging van het water plaatsvindt bijna verdubbeld.
Het continu mengen kan tot een toename van de groei van de blauwalg Planktothrix leiden. Deze alg vormt weliswaar geen drijflagen, maar kan wel toxisch zijn. Omdat de dominante algensoort in het verleden nogal wisselend is geweest worden de ontwikkelingen in de plas goed gevolgd. Aan de hand van tweewekelijkse metingen wordt de effectiviteit van het beluchtingregime bepaald en zonodig aangepast.
Meer informatie over dit project kunt u krijgen bij de projectleider Jeroen Fillius, telefoon 071 - 306 3306.
