Blauwalgen (cyanobacteriën) in zwemwater

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Wat doet Rijnland? > Water en recreatie > Blauwalgen (cyanobacteriën) in zwemwater

Blauwalgen (cyanobacteriën) in zwemwater

Drijflaagvorming
Cyanobacteriën en zwemwater
Hoe kunnen we met cyanobacteriën omgaan?
Maatregelen bij de Westeinderplassen
Rijnlands aanpak
Maatregelen voor ondiepe wateren
Optimaliseren diepe luchtmenging
Meer informatie

Cyanobacteriën, ook wel blauwalgen genoemd, zijn een veel voorkomend fenomeen in Rijnlandse wateren. Ze horen bij het ecosysteem, maar een aantal soorten hebben vervelende eigenschappen. Deze zogenaamde ‘plaagalgen’ kunnen soms in grote hoeveelheden voorkomen. Daarbij kunnen ze toxisch zijn en drijflagen vormen.

Drijflaagvorming

Blauwalg in slootIndien een dunne drijflaag is gevormd, kan deze door de wind (of stroming) in uithoeken van het watersysteem worden geblazen. Zo vindt, vergelijkbaar met drijfvuil, ophoping plaats. Het gebrek aan licht onder de drijflaag zorgt ervoor dat nog meer cyanobacteriën naar de oppervlakte zullen komen. De drijflaag wordt zo steeds dikker en hardnekkiger. Omdat ze niet meer in het water, maar op het water liggen, zullen de cellen gaan rotten. Dit rotten heeft stankoverlast tot gevolg. Hoge toxinegehaltes komen vrijwel alleen voor in drijflagen. In combinatie met de stankoverlast zijn drijflagen een groot probleem.

Cyanobacteriën en zwemwater

Er is een recente EU richtlijn (pdf) voor zwemwater. In tegenstelling tot de huidige richtlijn wordt hierin (in artikel 8) verwezen naar cyanobacteriën. Het komt er op neer dat bij bloeien van cyanobacteriën contact moet worden vermeden, en adequate voorlichting aan de recreanten moet worden gegeven. De voorlichting in deze ligt in handen van de provincie. Bekijk hier de pagina's over zwemwater van de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland

Hoe kunnen we met cyanobacteriën omgaan?

Blauwalg is slootZoals gezegd, de bacteriën horen bij een ecosysteem. Hoge watertemperaturen en hoge gehaltes aan stikstof en fosfor zorgen ervoor dat ze in veel systemen in extreem grote getalen voorkomen. De belangrijkste, maar ook moeilijkste manier om de ongebreidelde groei in toom te houden, is het verminderen van de gehaltes aan voedingstoffen. Dit is echter een traag proces waar we al decennia mee bezig zijn. De uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (pdf) zal hier het nodige voor gaan betekenen, maar dit is niet op zeer korte termijn en er zullen toch nog gebieden overblijven waar de benodigde reductie niet haalbaar is.

In diepe systemen zoals in de Nieuwe Meer en de Bosplas wordt het water verticaal gemengd, met als gevolg dat de cyanobacteriën mee de diepte worden ingesleurd. Daar is te weinig licht om te groeien. Mengen van een diep systeem is erg kostbaar, maar levert erg goede resultaten op. We zijn bezig een dergelijk systeem te ontwerpen voor de Zegerplas. Verder zijn er nog niet veel maatregelen bekend, die als doeltreffend en acceptabel worden beschouwd. Lees ook het  beheermaatregelen analyse Rapport (pdf)

Maatregelen bij de Westeinderplassen

Voor ondiepe systemen oppervlakkige menging een goede optie. Hiermee wordt niet de groei verstoord, maar wordt alleen bereikt dat de algen niet kunnen gaan drijven. Rijnland heeft hiermee weinig ervaring, maar in samenwerking met de gemeente Aalsmeer en een klankbordgroep van bewoners gaan we deze techniek toepassen vanaf de zomer van 2007 in de Stommeerwegsloot in Aalsmeer.

Recentelijk is het toepassen van ultrasoon geluid in de belangstelling gekomen als potentiële oplossing. Ultrasoon geluid zou de gasvacuolen (kleine gasblaasjes die voor drijfvermogen zorgen) kapot maken, waardoor cyanobacteriën uiteindelijk sterven. Onduidelijk is nog hoe goed dit werkt, en we weten ook nog niet wat de neveneffecten zijn van dit geluid op de rest van het ecosysteem. Ook dit gaan we testen in Aalsmeer in 2007.

Rijnlands aanpak

 Bestrijding van blauwalg in slootIn de praktijk worden drijflagen verwijderd, indien ze voor bewoners of zwemmers overlast veroorzaken. Dit is een relatief ineffectieve methode, we streven ernaar om overlast te voorkomen in plaats van op te ruimen. Rijland gaat de komende jaren een aantal maatregelen uitvoeren.

Maatregelen voor ondiepe wateren

Voor ondiepe systemen lijkt oppervlakkige menging een goede optie. Hiermee wordt niet de groei verstoord, maar wordt alleen bereikt dat de algen niet kunnen gaan drijven. Rijnland heeft hiermee weinig ervaring, maar zal het in 2008 gaan toepassen in de Westeinderplassen bij de Stommeerweg en de Uiterweg, en de Braasemermeer bij Roelofarensveen.

Optimaliseren diepe luchtmenging

Voor diepe systemen is luchtmengingen een goede maar kostbare optie. Rijnland gaat in de Zegerplas onderzoeken of het ook mogelijk is alleen een gedeelte van de plas actief te mengen. In Vlietland is zeer geschikt voor deze proef, omdat alle kwetsbare locaties benedenwinds en dichtbij elkaar liggen. Berekeningen door Deltares hebben aangetoond dat dit in theorie moet kunnen. Bij positief resultaat zou dit een grote kostenbesparing opleveren bij toekomstige installaties. Het is momenteel nog niet duidelijk of dit in 2008 al kan plaatsvinden, of dat het in 2009 uitgevoerd zal worden.

Meer informatie

Internet staat vol met informatie over cyanobacteriën. De belangrijkste ‘plaagalgen’ die bij Rijnland voorkomen zijn Mcrocystis, Anabaena, Aphanizomenon en Planktotrix. Via onderstaande links komt u snel bij meer informatie.

Bij Rijnland kunt u Jasper Stroom (jasper.stroom@rijnland.net 071- 306 3374) benaderen voor meer informatie.

Naar boven