Aanleiding
Urgentie
Geschiktheid voor luchtmenging
Conclusie
Rapportages
Nadere informatie
Elke zomer vindt in Rijnland overlast plaats door drijflagen van cyanobacteriën (blauwalgen). De verwachting is dat de overlast de komende jaren eerder toe dan af zal nemen. De recreatiedruk neemt toe en er verschijnen steeds meer woningen langs het water. Daarnaast speelt de klimaatverandering (warmere zomers, minder koude winters) het bloeien van cyanobacteriën juist in de kaart. Van de waterkwaliteitsverbetering die de kaderrichtlijn water in gang zet, kan op korte termijn geen verlichting van deze problematiek worden verwacht.
Om deze problemen het hoofd te bieden heeft Rijnland in het waterbeheersplan (WBP3) een serie maatregelen opgenomen om de cyanobacteriën te bestrijden. Dit betreft ondermeer de proeven met locale beheersmaatregelen in de Westeinderplassen en Vlietland in 2007 en de aanleg van een menginstallatie in de Zegerplas in 2008. Om te bepalen op welke locaties de volgende maatregelen het meest gewenst en effectief zijn, is in de 2e helft van 2007 een inventarisatie gedaan van de overlastlocaties in Rijnland.
Dit project "prioritering blauwalgenoverlast en luchtmenginstallaties" is uitgevoerd door het adviesbureau BCC –RPS en had een tweeledig doel.
1. Prioriteren van de overlastlocaties (de urgentie).
2. Prioriteren van de kansrijkheid van luchtmenginstallaties als maatregel op de probleemlocaties.
Uit de inventarisatie komt naar voren dat de afgelopen jaren in 19 wateren (12 plassen en 7 ondiepe wateren) overlast van cyanobacterien is opgetreden.
Om de urgentie voor de aanpak van cyanobacteriën vast te stellen is gekeken naar vier soorten van overlast, namelijk overlast bij zwemlocaties,overlast bij oeverbewoning; overlast bij economisch belanghebbenden, en drijflagen elders. Hiervoor zijn de meetgegevens van Rijnland geanalyseerd, evenals de zwemwatergegevens van de provincies Noord en Zuid Holland. Daarnaast zijn interviews gehouden met gebiedsbeheerders van Rijnland en externe parijen zoals gemeenten, recreatieschappen en exploitanten van horeca en recreatie.
De conclusie van de inventarisatie is dat de overlast het grootst is in Braassemermeer, Kagerplassen (incl. ’t Joppe en Zweiland), Vlietland en de Westeinderplassen. Vlietland scoort voor urgentie iets lager dan Braassemmermeer en Kagerplassen omdat er geen mensen wonen. Vlietland heeft wel onze extra aandacht omdat het een groot gebied betreft waar de recreatiedruk erg hoog is en waar drie grote zwemwaterlocaties zijn. De top 4 worden gevolgd door de Zoetermeerse Plas, het Oosterduinsemeer en de Veerplas. De overlast van cyanobacterien treedt bij deze plassen regelmatig op. De overige wateren hebben minder of geen overlast.

Voor alleen de diepe watersystemen in Rijnland is bekeken in welke mate deze geschikt zijn om met behulp van een luchtmenginstallatie de cyanobacteriën te bestrijden. Dit is beperkt tot de diepe systemen omdat deze techniek in ondiepe systemen niet werkt (zie artikel Blauwalgen (cyanobacteriën) in zwemwater)Conflicterende belangen als ecologische doelstellingen of activiteiten in het water zijn meegewogen in de geschiktheid.
De conclusie hieruit is dat bijna de helft van de diepe putten goede geometrische eigenschappen heeft om luchtmenging effectief uit te kunnen voeren. Van de probleemplassen (zie urgentie) zijn de Zoetermeerseplas, Vlietland, ’t Joppe geschikt om luchtmenging toe te passen. De overige urgente locaties (Braassemmermeer, Zweiland en Westeinderplassen) zijn minder geschikt voor luchtmenging om het cyanoprobleem te bestrijden. De overige wateren zijn niet diep genoeg of hebben een zeer gering oppervlak aan diep water.

Rijnland heeft door deze studie goed in beeld waar de problemen met cyanobacteriën zich voordoen, en waar luchtmenging uitgevoerd zou kunnen worden. Dit wil niet direct zeggen dat we overal tot uitvoering van die maatregel over zullen gaan. Soms is locaal overlast bestrijden veel kosteneffectiever dan te investeren in kostbare luchtmengers. Bovendien is er veel kennisontwikkeling gaande over maatregelen. Niet alleen bij Rijnland, maar ook landelijk. Daarom staan we een gefaseerde aanpak voor waarbij de overlastlocaties stapsgewijs aangepakt worden. Zowel in diepe, als in ondiepe wateren willen we de overlast bestrijden. Op 12 maart 2008 zal het algemeen bestuur een besluit nemen over de voorgestelde aanpak.
Het volledige rapport prioritering blauwalgenoverlast en luchtmenginstallaties (pdf) .
Voor nadere informatie over dit project kunt u contact opnemen met
Jasper Stroom (aanpak cyanobacteriën; 071 306 3374),
Dianne Slot (monitoring zwemwaterlocaties; 071 306 3350)
Sander de Rijk (algehele projectleiding; 071 306 3314)
