Voorwaarden

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Voorwaarden

Door het bestuur van Rijnland zijn de volgende voorwaarden vastgesteld.

Artikel 1
Begripsomschrijving. In deze voorwaarden wordt verstaan onder

a.         BRC: BergingsRekeningCourant;
b.         BRC-deelnemer: Een aan de BRC deelnemende partij;
c.         Derden: Niet aan de BRC deelnemende partijen.

Artikel 2
In principe kunnen alleen gemeenten deelnemen aan de BRC;

Artikel 3
Deelname aan de BRC door andere partijen dan gemeenten is alleen mogelijk onder de volgende voorwaarden:

1. Er moet een Overeenkomst met Rijnland worden gesloten waarin de voorwaarden en de rechten en plichten die voortvloeien uit de BRC zijn vastgelegd;

2. De betreffende organisatie moet voldoende gronden in bezit/beheer hebben waar compenserend oppervlaktewater kan/mag worden gegraven;

3. De betreffende organisatie moet een bankgarantie van € 1 mln aan Rijnland afgegeven;

Artikel 4
Basis van de BRC vormt de bergingsbalans waarin elke demping en ontgraving wordt geregistreerd, ook van de derden die niet aan de BRC meedoen, zodat een totaal overzicht van alle dempingen en ontgravingen per peilvak voor heel Rijnland ontstaat;

Artikel 5
Naast dempingen en ontgravingen worden ook de aanleg van extra verhard oppervlak en eventuele alternatieve compensatie maatregelen zoals bijvoorbeeld financiële afkoop in de BRC geregistreerd;

Artikel 6
BRC-deelnemers hebben de mogelijkheid om per peilvak door het graven van extra openwater t.o.v. de eenmalig vastgelegde nul-situaties een positief krediet op te bouwen. Dit positieve krediet kan voor het betreffende peilvak worden aangewend voor het compenseren van dempingen en uitbreidingen van verhard oppervlak;

Artikel 7
Het is niet toegestaan dat er per peilvak t.o.v. de nulsituatie een negatief saldo ontstaat, tenzij er specifieke afspraken worden gemaakt met een concreet perspectief op compenserende maatregelen en voldaan is aan de onderstaande voorwaarden:

- Er bestaat voor betreffend peilvak geen wateropgave;

- Het tijdelijke negatieve saldo mag niet leiden tot negatieve waterstaatkundige gevolgen (zie ook artikel 12);

- Het negatieve saldo moet binnen een periode van 6 maanden zijn weggewerkt.

Artikel 8
Conform het dempingenbeleid mag, indien aan alle voorwaarden is voldaan, een demping of de aanleg van verhard oppervlak in een ander peilvak worden gecompenseerd. Dit heeft tot gevolg dat niet in het peilvak waar de demping plaatsvindt een negatief  saldo op de BRC van de betreffende partij wordt geboekt maar dat de boeking plaatsvindt in het peilvak waar gecompenseerd wordt;

Artikel 9
Alleen de door de BRC-deelnemer daadwerkelijke uitgevoerde werken (dempingen, ontgravingen etc.) worden in de BRC geboekt;

Artikel 10
Indien derden een (deel van een) oppervlaktewater dempen, dan wordt dit gedempte oppervlak niet toegekend aan de gemeente waarin de demping heeft plaatsgevonden. De betreffende particulier is verantwoordelijk voor de compensatie;

Artikel 11
Het is derden alleen toegestaan gebruik te maken van de BRC van een BRC-deelnemer indien de betreffende instantie hiervoor nadrukkelijk toestemming heeft gegeven. De uit deze boeking voortvloeiende rechten en plichten komen volledig voor rekening van de betreffende BRC-deelnemer;

Artikel 12
Voor alle activiteiten die in de BRC worden opgenomen geldt dat conform de vergunningenprocedure aan de voorwaarden moet worden voldaan die staan weergegeven in de beleidsregels. Dit kan betekenen dat als een BRC-deelnemer in een bepaald peilvak wil dempen op basis van waterstaatkundige redenen er door Rijnland geëist kan worden dat er direct in betreffend peilvak wordt gecompenseerd;

Artikel 13
Voor BRC-deelnemers wordt eenmaal per jaar in januari per peilvak de BRC over het voorgaande jaar opgemaakt;

Artikel 14
Een positief saldo op de BRC geeft geen recht op een financiële vergoeding door Rijnland. Wel kan Rijnland onder voorwaarden al dan niet tegen betaling en/of een andere vorm van tegenprestatie(s) een positief saldo van een BRC-deelnemer overnemen. Deze transactie heeft tot gevolg dat het door Rijnland overgenomen bergingsoppervlak in mindering wordt gebracht op de BRC van de betreffende instantie;

Artikel 15
Uitruil van “rechten en plichten” tussen BRC-deelnemers onderling is zonder toestemming van Rijnland niet toegestaan;

Artikel 16
De datum “nul situatie” vanaf wanneer dempingen en ontgravingen van gemeenten op de BRC worden geregistreerd is vastgesteld op 1 januari 2007. Alle werken die voor deze “nul-situatie” zijn uitgevoerd worden niet meegeteld in de BRC. Voor alle andere BRC-deelnemers geldt als “nul situatie” de datum van ondertekening van de Overeenkomst.

 

Toelichting per artikel

 

Artikel 2 - 3: De BRC is direct toegankelijk voor alle gemeenten. Op verzoek en na beoordeling van Rijnland kan de BRC ook voor andere partijen worden opengesteld. Deze andere partijen moeten dan wel zelf over gronden beschikken waar compenserend water kan en mag worden gegraven. Bij marktpartijen is het risico aanwezig dat faillissement of verkoop negatieve gevolgen voor de BRC kan hebben, vandaar dat een extra zekerheidsstelling wordt gevraagd in de vorm van een bankgarantie.

Door de toenemende druk op ruimte en verdere verstrakking van het dempingenbeleid zullen projectontwikkelaars en andere marktpartijen mogelijk kansen bieden door onrendabele gronden (qua project ontwikkeling) uit te wisselen tegen rendabele gronden. Op zich is hier weinig op tegen. Echter omdat de risico’s momenteel nog niet goed kunnen worden overzien worden deze (commerciële markt)partijen afzonderlijk beoordeeld.

Artikel 6: Voorwaarde is dat in een peilvak t.o.v. de nul-situatie geen afname van het daadwerkelijk oppervlak aan open water plaats vindt. Eerst dient door de BRC-deelnemer voldoende krediet te worden opgebouwd voordat er gebruik mag worden gemaakt van de BRC.

Artikel 7: In een aantal specifieke gevallen is het toegestaan dat tijdelijk het oppervlak aan open water afneemt. Wel dient er een concreet perspectief te zijn over de termijn en de locatie van de aanleg van de compenserende maatregelen. Of dit mogelijk is dient per geval beoordeeld te worden.

Artikel 9 - 11: De BRC is in principe alleen een hulpmiddel dat gebruikt mag worden door de aan de BRC deelnemende partijen, zoals bijvoorbeeld gemeenten. Gemeenten laten echter veel werken, zoals het graven en dempen van oppervlaktewateren, inclusief de bijbehorende vergunningaanvragen door derden uitvoeren. Andere veel voorkomende praktijk is dat door particulieren of projectontwikkelaars verhard oppervlak wordt aangelegd waarvoor door de gemeente reeds compenserend wateroppervlak is aangelegd. Betreffende projecten moeten wel op de BRC van de betreffende gemeente kunnen worden geboekt.

Artikel 12: In een aantal gevallen is het op basis van de waterstaatkundige inrichting van een watersysteem niet verantwoord dat dempingen niet direct gecompenseerd worden. Voorbeelden zijn:

  • Een te kort aan oppervlaktewater (op basis van de wateropgave);
  • Demping vindt plaats in een belangrijke wateraan- en/of afvoerend oppervlaktewater;
  • Slechte waterkwaliteit.

Artikel 14: Een positief saldo kan niet zonder meer met Rijnland worden verrekend. Alleen in die gevallen waar volgens de wateropgave een te kort aan water aanwezig is, kan Rijnland op grond van haar taak besluiten tegen betaling en/of een andere vorm van tegenprestatie een positief saldo van een BRC-deelnemer over te nemen. Indien er in een peilvak volgens de normering voldoende water aanwezig is, heeft het overnemen van een positief saldo van een BRC-deelnemer voor Rijnland voor de uitvoering van haar taak weinig toegevoegde waarde.

Artikel 16: Om te kunnen werken met de BRC is het van belang de “nul situatie” goed vast te leggen. Alle werken die voor deze “nul situatie” zijn uitgevoerd, worden niet meegeteld in de BRC. Er is voor gekozen de “nul situatie”te baseren op de gedetailleerde luchtfoto’s die in het kader van het project de legger door Rijnland begin 2007 zijn ingewonnen, zodat een goed beeld kan worden verkregen van de aanwezige waterberging op dat moment.

Naar boven