De Verenigde Vergadering (algemene vergadering) van het hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 19 juni 2002 de weg vrij gemaakt voor het starten van een inspraakprocedure voor het ontwerp-peilbesluit voor de regio De Zilk. Rijnland geeft hiermee invulling aan de wens van bollentelers in deze regio om maatregelen te treffen tegen de vernatting van hun percelen.
Het peilbesluit moet leiden tot een verlaging van de waterstanden in de streek. Het ontwerp-peilbesluit is in samenwerking met de betrokken telers en de provincie Zuid-Holland tot stand gekomen. Met de inrichting van de peilvakken zijn aanzienlijke kosten gemoeid. Rijnland begroot deze kosten op ruim 4 miljoen euro. De provincie Zuid-Holland en het hoogheemraadschap delen de kosten.
Omdat de inrichting van de peilvakken ingrijpend van aard is zal voor de invoering een inspraakprocedure en vergunningenprocedure worden doorlopen. Dit betekent dat de werken nog niet in uitvoering zijn gebracht, vanwege de volgende redenen:
De hiermee gepaard gaande proceduretijd kan veel tijd in beslag nemen, zodat een precieze uitvoeringsdatum nog niet bekend is.
Als gevolg van de vernatting van de percelen liep de opbrengst van de bollenteelt de laatste jaren terug. Over de oorzaak bestaat al jarenlang discussie. Volgens de telers is de vernatting van het naastliggende duingebied de oorzaak. Onderzoek hiernaar toont dit echter niet ondubbelzinnig aan. Andere oorzaken, waaronder een te klein verschil tussen het maaiveld en waterpeil, worden ook in de onderzoeken genoemd. Wel is gebleken dat peilverlaging verdere vernatting kan voorkomen.
Omdat het ongewenst is hiervoor het peil voor de hele boezem van Rijnland te verlagen, is gekozen voor peilverlaging in zogenaamde peilvakken. De grondwaterstanden in de bollenpercelen kunnen zo weer op het gewenste niveau worden gebracht. De peilvakken maken het verder mogelijk om in de toekomst goede teeltcondities te behouden. Dit is nodig omdat er plannen zijn de naastliggende duinen nog verder te vernatten.

De peilverlagingen worden ingesteld vanaf september tot en met april en variëren per peilvak tussen 10 en 25 centimeter ten opzichte van het huidige boezempeil van NAP 0,60 m. In de periode mei tot en met augustus wordt weer het normale boezempeil ingesteld. Al met al komen er 9 verschillende peilvakken. De indeling daarvan vindt plaats op basis van de waterstaatkundige structuur van het gebied en de maaiveldligging van de percelen.
Er is onderzocht of de peilverlaging ook negatieve gevolgen heeft. Voor zover die er zijn zullen die zoveel mogelijk worden gecompenseerd. Er is in het onderzoek gekeken naar de eventuele effecten van de waterstandsverlagingen op fundaties. Ook is er onderzocht of er gevolgen zijn voor de openbare groenvoorzieningen en het naastliggende duin (Habitat-richtlijn). De waterkwaliteit en ecologie is beoordeeld en er is aandacht besteed aan het behoud van mogelijke archeologische vondsten in het gebied en recreatieve vaarvoorzieningen.
Hoewel verwacht wordt dat de negatieve effecten gering zijn, zal de invoering gepaard gaat met een monitoring. Hiervoor zal samen met onder meer de provincie en gemeenten een meetsysteem van grondwaterstanden, maaiveldligging worden opgesteld. Tevens zullen oudere voor verzakking kwetsbare gebouwen in de monitoring worden opgenomen.

Het inrichtingsplan voor de peilvakken voorziet in een aantal maatregelen. De belangrijkste elementen zijn de aanleg van afdammingen en gemaaltjes en aanpassingen aan het watergangenstelsel. Momenteel wordt dit plan verder in detail uitgewerkt. Hiervoor is medewerking van grondeigenaren nodig. Rijnland wil daarom ook in nauw overleg met betrokkenen deze zaken regelen. Hieraan zal het komende halfjaar verder worden gewerkt.
In een latere fase van de inrichting zal een randsloot langs de duinrand worden aangelegd. Dit is nodig omdat de Provincies Noord- en Zuid-Holland een nog verdere vernatting van het naastliggende duingebied van Gemeentewaterleiding Amsterdam (GWA) willen. De randsloot heeft tot doel verdere vernatting van de bollenvelden vanuit de duinen tegen te gaan. Het uit het duin kwellende grondwater wordt in die randsloot opgevangen. De provincies en GWA zullen eerst besluiten moeten nemen over de wijze en fasering van de vernatting van het duin, voordat overgegaan kan worden tot de inrichting van de randsloot.
