Op 17 februari 2003 heeft in Zoetermeer een informatieavond plaatsgevonden over de plannen over de Nieuwe Driemanspolder. Op deze avond hebben dhr. Norder (gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland), dhr. Steegh (hoogheemraad van het hoogheemraadschap van Rijnland) en mw. Schalk (werkzaam voor de gemeente Zoetermeer en lid van de ambtelijke projectgroep die de plannen uitwerkt) de plannen toegelicht.
Via onderstaande blauw aangegeven onderwerpen komt u direct in de tekst bij dat onderwerp, gebruik het groene driehoekje rechts in de pagina om weer boven aan de pagina te komen.
Inleiding
Inleiding door dhr. Norder (de plannen in het algemeen)
Inleiding door dhr. steegh (de noodzaak van waterberging)
Presentatie van mw. Schalk (uitwerking van de plannen)
Na de pauze
Vragen en antwoorden
Afsluiting
Dhr. Metselaar is deze avond gespreksleider en hij heet iedereen welkom. Hij introduceert de aanwezige leden van de stuurgroep Nieuwe Driemanspolder: mw. Dwarshuis, wethouder van de gemeente Leidschendam-Voorburg, dhr. Fijen, wethouder van de gemeente Zoetermeer, dhr. Steegh, hoogheemraad van het hoogheemraadschap van Rijnland, dhr. Van der Sar, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland en dhr Norder, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland en voorzitter van de stuurgroep. Het programma is als volgt: eerst een inleiding door dhr. Norder over de plannen in grote lijnen en het hierbij horende proces; vervolgens een inleiding door dhr. Steegh over de noodzaak van waterberging en tenslotte een presentatie door mw. Schalk, werkzaam voor de gemeente Zoetermeer en lid van de ambtelijke projectgroep die de plannen uitwerkt, over de achtergronden en een verkenning van de inrichtingsmogelijkheden van de Nieuwe Driemanspolder. Na de pauze, waarin een ieder die dat wil vragen op papier kan zetten, worden vragen beantwoord en is er ruimte voor discussie.
Dhr. Norder heet iedereen welkom en benadrukt gelijk dat het voor velen een moeilijke avond zal worden, gezien het directe belang voor de eigen toekomst van veel aanwezigen. Deze avond is het begin van een gesprek tussen de overheden en de direct betrokkenen, waarbij duidelijk moet zijn dat de overheid een aantal doelstellingen heeft, maar waar in de uitwerking van die plannen een duidelijke rol voor direct betrokkenen ligt.
Waarom maken we plannen voor de Nieuwe Driemanspolder? Gezien de druk van de steden om het gebied heen, is het van belang een duidelijke groene wig te maken, zodat de steden niet aan elkaar groeien. Dat groene gebied kan tevens dienen als recreatiegebied voor de omwonenden (en anderen). Inmiddels hebben we in Nederland, en ook in dit gebied, gemerkt dat water in geval van extreme neerslag overlast bezorgt, omdat er geen capaciteit is om het snel genoeg af te voeren. Daarom kan het noodzakelijk zijn het water tijdelijk op te slaan (piekberging). De ruimte die voor de piekberging noodzakelijk is kan in de Nieuwe Driemanspolder worden geboden.
In 2001 is het inititiatief genomen om tot daadwerkelijke realisatie van de plannen in de Nieuwe Driemanspolder te komen. Provincie Zuid-Holland heeft de andere partners (gemeenten, waterbeheerders en rijk) uitgenodigd om zich gezamenlijk in te zetten voor de ontwikkeling van recreatie, natuur en waterberging. Er is nu een eerste schets gemaakt waarin rekening is gehouden met een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden. Zoals gezegd is er ruimte om vanuit deze uitgangspunten mee te denken aan de vormgeving, maar het gebied blijft in ieder geval niet zoals het nu is: er moet ruimte gemaakt worden voor recreatie, natuur en waterberging.
Komend half jaar zal het voorlopige proces worden afgerond, waarin mede een rol voor betrokkenen is weggelegd. Daarna is duidelijk welke inrichtingsmogelijkheden er liggen en worden er op bestuurlijk niveau afspraken gemaakt o.a. omtrent de financiering van het project. Vervolgens zullen de bestemmingsplannen moeten worden herzien en zullen er ook nog andere procedures worden doorlopen. In die trajecten bestaat de mogelijkheid om officieel in te spreken danwel bezwaar te maken. Dit in tegenstelling tot het eerstkomende half jaar, waar het meer gaat om 'samen tot een goed plan te komen'. Als alle procedures voorspoedig doorlopen kunnen worden, kan in 2007 de eerste schop in de grond.
Dhr. Steegh spreekt mede namens het hoogheemraadschap van Delfland en het waterschap Wilck en Wiericke. De powerpointpresentatie die dhr. Steegh gebruikt bij zijn inleiding, maakt de technische informatie beeldend. De eerste dia is een sfeerbeeld van de Oostvaardersplassen; een gebied waarin natuur, recreatie en waterberging eveneens samengaan.
Centrale vraag voor deze presentatie is: Wat willen de waterbeheerders in de Nieuwe Driemanspolder bereiken, en waarom? Daartoe is het van belang eerst te weten wat waterbeheerders doen, hoe ze dat doen, waarom dat steeds moeilijker wordt (het probleem) en de oplossing daarvoor.
West Nederland ligt onder zeeniveau en in de rivierendelta van een aantal grote rivieren van West Europa. Als we niets zouden doen, er geen dijken zouden zijn en we het land achter deze dijken niet zouden droogmalen, dan zou de kustlijn niet bij Den Haag maar bij Amersfoort liggen. Het gebied, waar Rijnland, Delfland en Wilck en & Wiericke het water beheren, ligt net achter de duinen. Als de waterbeheerders hun taken niet zouden uitvoeren, dan zou een groot deel van het land enkele meters diep onder water komen te liggen. Daarbij komt ook nog eens dat in de loop der eeuwen de bodem flink is gedaald. De Zoetermeerse Meerpolder lag, toen het nog niet was drooggemalen: 8 meter boven het zeeniveau. Nu, drooggemalen en vele jaren later, ligt de bodem op 5 meter onder zeeniveau!
Taak van de waterbeheerders is het land achter de kades droog te houden om leven en werken in deze gebieden mogelijk te maken. Daarnaast zorgen de waterbeheerders voor oppervlaktewater met de juiste waterkwaliteit, schoon en zoet genoeg voor het gebruik. En ze zorgen ervoor dat de dijken en de kust sterk genoeg zijn om ons te weren tegen overstromingen vanuit zee of vanuit de rivier. Dit alles gebeurt via het afvoeren van water naar zee, via het boezemstelsel in de winter. In de zomer wordt er juist water ingelaten via het boezemstelsel vanuit de Hollandse IJssel.
Een juist waterpeil is van groot belang. Te hoge waterpeilen door extreem veel water en te lage waterpeilen door extreem weinig water leveren problemen. Bij extreem veel regenval stijgen de waterpeilen op de boezem zo sterk dat er kans op kadebreuk en overstroming ontstaat, want de boezem kan de grote hoeveelheid water uit alle polders in korte tijd niet verwerken. Bij extreem weinig regenval zakken de waterpeilen door verdamping. Dit kan droogteschade aan de landbouw en natuur en funderingsschade aan gebouwen en kaden veroorzaken. Om dat te voorkomen wordt water ingelaten, maar bij extreme droogte zal dit steeds vaker zout zeewater bevatten. Zout water is slecht voor onze landbouw, natuur, en recreatie. Deze problemen kunnen nu nog worden afgewend, omdat het watersysteem zo is ingericht dat het onder controle is te houden. Maar die extreme weersomstandigheden met als gevolg extreem veel of weinig water worden de komende jaren steeds normaler. Dat is wel duidelijk geworden in 1998, het jaar met de wateroverlast in het Westland. Deze problemen hebben zich nog niet in de omgeving van Stompwijk voorgedaan, maar zonder maatregelen zullen wij daar op termijn ook mee geconfronteerd worden. De waterproblematiek heeft, naast de verandering in weersomstandigheden, nog een aantal oorzaken: snellere zeespiegelstijging, toename van verstedelijking waardoor het water de bodem niet in kan, en steeds zouter water dat aangevoerd wordt in de zomer.
Deze veranderingen hebben tot gevolg dat, als er niets wordt gedaan, problemen met wateroverlast en watertekort, zoals net geschetst, veel vaker zullen voorkomen. De kans op overlast is over 50 jaar vele malen groter dan nu, ervan uitgaande dat er geen maatregelen getroffen zouden worden en we doorgaan op de huidige voet, dus vooral af- en aanvoer van water. De grenzen van het huidige watersysteem zullen snel worden bereikt. De kanalen en watergangen zijn op den duur te smal en te ondiep, en de capaciteit van de gemalen is te klein.
Dit treft niet alleen West-Nederland, maar is een landelijk en internationaal probleem. Het rijk en de provincie hebben daarom nieuw beleid voorgeschreven dat inhoudt dat er zuiniger en minder spilzuchtig met (m.n. zoet) water moeten worden omgegaan: de wateroverschotten in de winter bewaren om de tekorten in de zomer op te vullen. De waterbeheerders hebben dit beleid overgenomen en zetten, naast het af- en aanvoeren van water (want dat moet doorgaan), nu vooral in op twee andere oplossingen, n.l. tijdelijk of permanent bergen van water en het vasthouden van water. Waar het accent in het verleden vooral lag op aan- en afvoeren zoeken de waterbeheerders nu naar een beter evenwicht tussen de drie oplossingen: vasthouden, bergen en afvoeren.
Vasthouden betekent dat overtollig regenwater zoveel mogelijk dáár blijft waar het valt, in de bodem of de sloot. Wat hiermee bereikt wordt is dat dit water geen overlast op de boezem veroorzaakt. Bovendien dient het ook als een voorraad van schoon en zoet water in de droge periode. De mogelijkheden hiervoor zijn in dit deel van Nederland echter zeer beperkt omdat de grondwaterstand al zeer hoog is. Het overtollig water dat niet kan worden vastgehouden, kan men ook tijdelijk opbergen, als het ware in de directe omgeving parkeren in een daarvoor speciaal ingerichte waterbekken of polder. Als laatste blijft aan- en afvoer van watergewoon doorgaan.
De waterbeheerders onderscheiden twee vormen van waterbergen: seizoensberging en piekberging. Seizoensberging is een permanente waterplas met een wisselend peil waarin regenwater zoveel mogelijk wordt opgeslagen om in droge zomers het gebied zelf en de omliggende (natuur)gebieden van schoon en zoet water te voorzien. Piekberging betekent dat eens in de gemiddeld 5 à 25 jaar boezemwater op gecontroleerde wijze tijdelijk in een daarvoor ingerichte polder wordt ingelaten. Dat is nodig om bij veel regen een gevaarlijk hoog peil op de boezem te vermijden. Na ca. 2 weken, als het hoge peil op de boezem weer is gezakt, kan het water weer terug naar de boezem.
Twee studies van Rijnland en andere organisaties over watertekorten worden naar verwachting in 2005 afgerond. Daarin zal duidelijk worden in welke regio welke omvang van waterberging moet worden gerealiseerd. Maar nu is al wel duidelijk dat alle kansen die er nu liggen om watervoorraden aan te leggen (seizoensberging) moeten worden benut! Aansluiten op de plannen van rijk, provincie en gemeenten maakt realisatie van deze waterbergingen het meest kansrijk.
Twee eerdere studies van Rijnland over de wateroverlast hebben uitgewezen dat een uitbreiding van gemaal Katwijk nodig is om hoge boezemwaterstanden bij extreme neerslag te voorkomen. Maar voor het hoogwaterknelpunt bij Stompwijk is dit niet voldoende en zal er in die buurt een piekberging gerealiseerd moeten worden. Een aantal polders in de buurt van Stompwijk is hiervoor geschikt geschikt, waaronder de Nieuwe Driemanspolder. Andere oplossingen als kadeverhoging en het bijplaatsen van een gemaal zijn niet effectief genoeg. De enige oplossing voor dit knelpunt is het bergen van water (piekberging). Omdat in de Nieuwe Driemanspolder toch al een transformatie plaatsvindt, kan de realisatie van piekberging hier goed op aansluiten. Dan is het niet nodig om elders in de omgeving van Stompwijk nog eens extra agrarisch grond uit gebruik te nemen. Een waterberging is goed te combineren met de nieuwe natuur en recreatie.
De ambtelijke projectgroep heeft geprobeerd de wensen die er zijn voor dit gebied in beeld te brengen. De eerste vraag die zich daarbij aandient is: passen al die wensen wel in de Nieuwe Driemanspolder? Aan de hand van een powerpoint-presentatie laat mw. Schalk zien hoe het zoekproces tot op heden is verlopen en welk mogelijk ontwerp daarbij naar voren is gekomen. Het betreft een verkenning van een mogelijke inrichting door de projectgroep.
Uitgangspunten voor het verkennend ontwerp werden gegeven door het bestaande beleid, waarbij de gebiedsvisie voor de Groenblauwe Slinger het duidelijkst aangeeft dat er in de Nieuwe Driemanspolder ruimte moet komen voor natuur, recreatie en waterberging. Later is dit verder uitgewerkt en is het uitgangspunt geworden:
Dit alles past dus niet naast elkaar in de Nieuwe Driemanspolder: het moet (gedeeltelijk) op dezelfde vierkante meter grond gebeuren; dit noemen we: meevoudig ruimtegebruik.
Het is mogelijk om vanuit bovenstaande uitgangspunten te komen tot een ontwerp met een centrale plas middenin de Nieuwe Driemanspolder. De landgebonden recreatie zou om de plas heen kunnen plaatsvinden, en natuur zou zich ook aan de randen van die plas kunnen ontwikkelen. Er zijn echter al meerdere plassen met een dergelijke vorm in de directe omgeving, zoals de Zoetermeerse Plas en Vlietland. Het is dus wellicht interessanter om dit gebied een bijzonder karakter te geven, waarbij voor cultuurhistorie meer plaats is en natuur en recreatie boeiender worden.
De cultuurhistorisch elementen die van belang zijn bij het ontwerpproces, zijn de cultuurhistorische linten van de Voorweg en Wilsveen, de Landscheiding en de molendriegang. Voor wat betreft de molendriegang geldt dat vanaf belangrijke punten in de Nieuwe Driemanspolder het van belang is om het zicht op de molens te behouden. Verder is het verkavelingspatroon eveneens een belangrijk cultuurhistorisch gegeven, dat de ontwerpers graag hebben willen meenemen in hun ontwerp. Door het water aan de randen van het gebied te leggen, worden de cultuurhistorische linten gemarkeerd.
Natuur in de Nieuwe Driemanspolder zal voor een deel watergebonden zijn: zoetwaternatuur, moeras, en rietland en ruigte. Verder zal er ook bloemrijk grasland en natte en droge bossen ontstaan. Juist door een lange "kustlijn" te hebben, is er veel ruimte voor de overgangszone van vaste land naar water. Dit kan het geval zijn als je het water niet als centrale plas graaft, maar als je het water om het vaste land heen legt.
Recreatie zal in de Nieuwe Driemanspolder vooral gericht zijn op wandelen, fietsen, kanoën en skaten, maar er zullen ook delen komen waar intensiever gerecreëerd kan worden en ook door delen van het natuurgebied rondgestruind kan worden. Van belang is het dat er goede verbindingen zijn vanaf de bestaande recreatiegebieden (Westerpark en Buytenpark), vanaf de bestaande wegen en vanaf de nieuwe woonwijk Leidschenveen.
Vanuit bovenstaande uitgangspunten is een voorbeeld gemaakt van hoe de inrichting van de polder eruit zou kunnen zien. Van belang is daarbij de drie situaties; zomer, winter en bij piekberging (eens in de 5 à 25 jaar) in beeld te brengen. Aan dit verslag zijn deze beelden toegevoegd. Dit is op dit moment nog slechts een voorbeeld van een inrichting. Het is nog geen concreet inrichtingsmodel dat in de inspraak wordt gebracht. Dat komt pas later in de procedure als betrokkenen ook hun ideeen voor het gebied kenbaar hebben kunnen maken.
Dhr. De Lange geeft aan in oktober 2002 vanuit het Platform Groen een plan voor de inrichting van de Nieuwe Driemanspolder te hebben gestuurd naar de leden van de stuurgroep. Hij heeft daar tot op heden nog niets over gehoord. In het kort komt het plan er op neer dat er naar wordt gestreefd het oorspronkelijke landschap van hoogveen en petgaten terug te brengen. In het oosten van de polder zou hoogveen komen, in het midden vooral petgaten en in het westen open water. In de polder zou ook een " themapark" over vervening kunnen komen.
Dhr. Norder geeft aan dat het plan van het Platform Groen nog niet is meegenomen in de plannen, omdat het tot op heden is gegaan over wat de uitgangspunten en randvoorwaarden zijn en hoe dat mogelijk vormgegeven kan worden. Nu is het moment om andere ideeën te bezien en te discussiëren over mogelijke inpassing ervan in de plannen.
Dhr. Groenewegen gaat in op de procesmatige kant van de planvorming tot nu toe. Met name het niet betrekken van bewoners/belanghebbenden in de stuurgroep acht hij een grote fout. Eveneens wil hij weten waarom de intentieverklaring in december 2002 niet is getekend en wat maakt dat de gemeente Den Haag niet heeft willen tekenen. Hij vraagt of er naderhand een nieuwe intentieverklaring is opgesteld. Graag zou hij kennis willen nemen van de tekst van de intentieverklaring en in het volgende stadium zeker die van de uitvoeringsovereenkomst. Eveneens geeft hij aan dat het voor hem en andere betrokkenen onmogelijk is om mee te denken als ze geen schriftelijk materiaal hebben. Tenslotte vraagt dhr. Groenewegen zich af wat voor de gemeente Den Haag eerder aan de beurt is: het ADO stadion in het forepark of deelname aan het project Nieuwe Driemanspolder.
Dhr. Norder legt uit dat het in een proces als dat van de Nieuwe Driemanspolder van belang is dat de betrokken overheden het er eerst gezamenlijk over eens moeten worden wat zij willen, vóórdat ze daarmee de burgers belasten. Indien dat niet zou gebeuren, zouden de betrokken burgers wellicht 6 verschillende verhalen horen van even zovele partijen/overheden. Dat schept alleen maar onduidelijkheid en is daarom niet wenselijk. De stuurgroep weet nu wél wat het gezamenlijk wil bereiken, maar daar zijn nog geen definitieve besluiten over genomen.
Voor wat betreft de intentieverklaring kan gezegd worden dat het een verwarrend moment was. Belangrijkste in deze is dat alle partijen wel inhoudelijk op één lijn zaten en zitten, maar dat de zwaarte van de (een) intentieverklaring juridisch verschillend werd geïnterpreteerd. Om voortvarend verder te gaan in het proces is toen besloten om de intentieverklaring opzij te zetten en gewoon dóór te gaan. Straks zal er wél een uitvoeringsovereenkomst worden ondertekend, waar zowel de stuurgroep als de betrokken besturen verantwoordelijk voor zijn. Vóór die tijd zal echter goed worden overlegd met de bewoners en andere direct betrokkenen.
De vragen en antwoorden zijn zoveel mogelijk gerubriceerd en groepsgewijs beantwoord. De vragen zijn beantwoord door de verschillende leden van de stuurgroep.
Er is een aantal vragen dat te maken heeft met bestemmingen die aangegeven staan in het bestemmingsplan, dan wel uitbreidingsmogelijkheden van bestemmingen in verband met het project Nieuwe Driemanspolder. Eveneens vragen meerdere mensen zich af of hun boerderij, huis of schuur gesloopt moet worden. In het algemeen kan worden gezegd dat we zoveel mogelijk huizen, boerderijen en schuren zullen laten voortbestaan. Het cultuurhistorische belang van de bebouwing langs de linten Voorweg en Wilsveen is in de presentaties aangegeven. Bovendien wordt het plan natuurlijk alleen maar duurder als je woningen e.d. aan gaat kopen om te slopen. Verder zal er in de uitwerking van het plan per situatie zorgvuldig worden bekeken wat de beste oplossing is voor het plan en de betrokkene. Indien een "verschuiving" van de bestemming daarbij zou helpen, is dat mogelijk een oplossing, maar dat is dus een kwestie van uitwerking in overleg met betrokkene, gemeente en projectorganisatie.
In het kader van de aanleg van de provinciale weg N469 en in het kader van de Landinrichting Leidschendam (niet in procedure geweest) is reeds afgesproken dat Wilsveen en Voorweg autoluw (afgesloten voor doorgaand gemotoriseerd verkeer) gemaakt zullen worden. Deze maatregelen moeten nog worden uitgevoerd.
De Nieuwe Driemanspolder zal minus de genoemde bebouwingslinten als één geheel worden ingericht, waarbij water een belangrijke factor is. Het is derhalve noodzakelijk om alle gronden buiten de bebouwingslinten te verwerven. Er is in de Nieuwe Driemanspolder derhalve geen mogelijkheid om het agrarisch bedrijf voort te zetten. Ook in dit geval zullen we samen met betrokkenen zoeken naar de beste oplossing voor elk individueel geval. Hoewel er bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) op dit moment financiële problemen zijn, is het budget voor aankoop en inrichting van de Nieuwe Driemanspolder wel degelijk gegarandeerd. Indien het op korte termijn niet mogelijk is om financiën van LNV beschikbaar te krijgen, kan een dringende aankoop eveneens door de provincie Zuid-Holland worden gedaan. Naast financiering door LNV en Provincie Zuid-Holland, zullen eveneens de waterbeheerders en de gemeenten bijdragen aan de kosten voor realisatie, waardoor financiering van het project gegarandeerd is.
Grondverwerving zal, ondanks het feit dat het mogelijk door meerdere partijen wordt gefinancierd, door één organisatie worden gedaan: Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) van de Dienst Landelijk Gebied (DLG). Zo spoedig mogelijk zal met de aankoop worden begonnen, maar een prijs op basis van schadeloosstelling kan alleen worden gegeven wanneer de uitvoeringsovereenkomst is ondertekend (vermoedelijk september 2003) omdat daarin is opgenomen dat er, indien noodzakelijk, onteigend gaat worden. In Nederland is het zo dat voor het mogelijk wordt om op basis van een onteigeningstitel gronden te gaan verwerven, eerst aangetoond moet worden dat de functiewijziging op die plaats noodzakelijk is. Verder zal er eerst minnelijk worden verworven op basis van schadeloosstelling. Indien er uiteindelijk toch nog gronden niet zijn verworven, kan het instrument onteigening worden ingezet. Er wordt door de DLG een Aankoopstrategieplan opgesteld. Daarin zal ook naar voren komen hoe er met de "wet voorkeursrecht gemeenten" wordt omgegaan.
De waterproblematiek was ten tijde van planontwikkeling van Leidschenveen nog niet zo dringend. Daarom is het mogelijk gebleken dat er achteraf nog naar waterberging gezocht moet worden. Het grootste deel daarvan zal waarschijnlijk in de woonwijk zelf gevonden worden. Mogelijk zal elders, zoals in Roeleveen, naar waterbergingsmogelijkheden worden gekeken. Daarmee wordt voorkomen dat het wateroverlastprobleem wordt afgewenteld op de omgeving, zoals in 2001, toen bij hevige regenval het water uit de wijk over de landscheiding in de Nieuwe Driemanspolder werd gepompt, waarmee de agrariers en het waterschap in deze polder werden belast. Financiering door "Leidschenveen" van recreatieve voorzieningen in de Nieuwe Driemanspolder ligt voor de hand. Dat wat het hierbij ingewikkeld maakt, is dat het grondgebied van Leidschenveen op 1 januari 2002 is overgegaan van de gemeente Leidschendam-Voorburg naar de gemeente Den Haag. De relatie die eerstgenoemde gemeente had met zowel Leidschenveen als de Nieuwe Driemanspolder is daarmee losgekoppeld, en complexer geworden. In de komende maanden zal blijken hoe dit (ook financieel) zal uitwerken.
Met het realiseren van piekberging in de Nieuwe Driemanspolder worden de knelpunten van gevaarlijk hoogwater op de boezem in de omgeving van Stompwijk voorkomen. Daarmee willen de waterbeheerders bereiken dat problemen niet worden afgewenteld op de omgeving of in andere gebieden, maar opgelost worden in het gebied zelf. Het oplossen van dit hoogwaterknelpunt door middel van een grote pijpleiding naar zee zou technisch onhaalbaar zijn. Daarmee zou het huidige waterbeheer worden voortgezet, waarvan is nu juist duidelijk is geworden dat deze oplossingen de toekomstige klimaatsveranderingen niet zonder risico zal kunnen opvangen. Om te voorkomen dat door de aanleg van de waterplas veranderingen van de grondwaterstanden optreden bij de bebouwing langs de randen van de polder wordt er een de hoogwatersloot langs de bebouwing gemaakt. Het effect van hoge waterstand in bij piekberging zal vanwege de korte duur naar verwachting geen effect hebben op de omgeving.
De inrichting van de Nieuwe Driemanspolder voor de water, natuur en recreatiefunctie moet de komende 2 jaar nog verder onderzocht worden in de MER studie. B.v. de hoogte van de kaden is een onderwerp dat in het ontwerpproces voor de inrichting nader bepaald wordt. Belangrijk is dat het woongenot van de bewoners aan Wilsveen en de Voorweg gewaarborgd blijven, daar wordt bij de inrichting van de polder rekening mee gehouden. We streven ernaar de kaden op zon hoogte en op zon afstand neer te leggen dat een volwassene er overheen kan kijken en zicht hebben op het natuur-, recreatie en watergebied en dat het woongenot niet wordt aangetast. De stuurgroep wil de komende maanden met bewoners en belangenorganisatie nadenken over een inrichting van de polder.
Wel is er nu een aantal randvoorwaarden gesteld waaraan de inrichting zal moeten voldoen. Zo zal b.v. de landscheiding gehandhaafd blijven als cultuurhistorisch element, zullen er recreatiemogelijkheden moeten zijn en zal het gebied toegankelijk moeten zijn. Ook zal de waterplas een minimale diepte moeten hebben om zo helder en schoon mogelijk water te bereiken. De projectgroep gaat daarbij uit van max 2,5 diepte. De vraag hoeveel en waar moet worden ontgraven wordt in de MER studie onderzocht.
Bij een hoogwaterknelpunt wordt het boezemwater bij de Kees Jan Coenensloot afgelaten in een (nieuw te realiseren) parallelsloot aan de ringsloot van de Zoetermeerse Meerpolder, waarna het via de Limietsloot (parallel aan de Drooggemaakte Grote Polder) in de Nieuwe Driemanspolder wordt ingelaten. Dit is een nieuwe watergang die zal moeten gemaakt en ook hiervoor geldt dat de inrichting van deze aanvoerroute nog moet worden uitgewerkt. Gebruik maken van de bestaande ringsloot van de Zoetermeerse Meerpolder is technisch moeilijk realiseerbaar gezien de huidige functie als poldersloot. Het water dat voor 2 weken in de piekberging is ingezet zal waarschijnljik via polder Potteveen worden afgelaten op de boezem van Rijnland. De preciese route en de manier waarop dit zal plaatsvinden zal eveneens in de MER-studie verder uitgewerkt worden.
Er is in de Nieuwe Driemanspolder geen mogelijkheid voor verblijfsrecreatie omdat het terrein openbaar moet zijn en omdat er sprake is van een rijksbufferzone waarin niet zomaar mag worden gebouwd. Ook financiëel is er derhalve geen dekking vanuit een dergelijke activiteit. Of verblijfsrecreatie in de zin van kleine campings wel extra mogelijkheden biedt in de bebouwingslinten van Wilsveen en Voorweg, is vooral afhankelijk van het beleid hieromtrent van de gemeenten. Dit geldt eveneens voor een horecavoorziening. Een dergelijke voorziening wordt wel voorzien in de Nieuwe Driemanspolder. Op die manier is er een extra voorziening voor recreanten én de sociale veiligheid wordt ermee vergroot.
Recreatie en natuur staan soms op gespannen voet met elkaar. Aan de andere kant kunnen beiden elkaar ook versterken. In het geval van de Nieuwe Driemanspolder zullen we de recreatie zoneren: sommige delen zullen worden ingericht voor intensieve recreatie en andere delen voor meer extensieve recreatie. Naast wandelen en fietsen, zal de recreatie in ieder geval eveneens gericht zijn op kanovaren en zullen er ruiterpaden komen. Over de behoefte aan ruimte voor bijvoorbeeld aangespannen combinaties (paard en wagen), zal verder worden gesproken; dat is duidelijk een inrichtingsvraagstuk.
De inrichting van de Nieuwe Driemandpolder zal veranderen van landbouwgrond in een nattere en deels bosrijker omgeving. Dat is niet een omgeving waar weidevogels zich thuisvoelen. De weidevogels zullen derhalve andere plekken zoeken. Natuurlijk zijn de uitvoerders van het project Nieuwe Driemanspolder gehouden aan de Flora- en Faunawet. Indien hieraan consequenties zijn verbonden, zal daar rekening mee worden gehouden. Dit betekent niet dat er weiland blijft, maar mogelijk wel dat er elders compenserende maatregelen genomen worden. Ook binnen de Nieuwe Driemanspolder zijn er maatregelen mogelijk, als afsluiting voor recreatie van delen van het gebied in het broedseizoen.
Natuur wordt door iedereen anders beleefd. Natuurlijk is het ook leuk om koeien in de wei te zien, maar mensen willen natuur ook echt kunnen beleven en erdoorheen kunnen wandelen. De Nieuwe Driemanspolder is nu geheel niet toegankelijk, en als er veel mensen tegelijk zouden wandelen, terwijl het nog steeds helemaal een open landschap is, lijkt het al snel heel druk, terwijl je met wat meer bosschages de andere mensen veel minder ziet.
Doordat er moerasachtig gebied in de Nieuwe Driemanspolder komt, kan de hoeveelheid muggen toenemen. Het is wel mogelijk door specifieke inrichtingsmaatregelen te treffen, de last zoveel mogelijk te beperken. Bovendien heeft de mug ook natuurlijke vijanden, zoals de grutto, de visdief, de zwaluw, de libel, een aantal vissen en een aantal amfibieën die de muggen zelf of de larven opeten. Op de website: http://www.riza.nl/publicaties/pdf/muggen_&_knutten.pdf is meer te lezen over muggen in dit soort gebieden.
Ook worden er meer muskusratten verwacht. De taak van de muskusrattenbestrijding wordt dus uitgebreid naar de Nieuwe Driemanspolder.
Roeleveen bestaat op dit moment voor een deel uit private wateren en agrarische gronden. In dit gebied zijn alle gronden (34 ha., dus minus erven en wateren) nu gereserveerd voor natuur. Als uitwerkingsopgave liggen er nog de mogelijke uitbreiding van de golfbaan, in het oosten en een mogelijke waterberging voor leidschenveen in het westen.
Afsluitend woord van dhr. Norder
De heer Norder dankt de aanwezigen voor hun constructieve bijdragen. Aangezien voor veel aanwezigen er directe gevolgen zijn voor werk en woonsituatie, is het voor sommigen moeilijk om over deze plannen te praten. De Stuurgroep heeft deze avond uitgelegd waarom ze deze stappen neemt. Dat er ergens ruimte moet worden gecreëerd voor natuur, recreatie en waterberging en wat de randvoorwaarden daarbij zijn. Hij nodigt de aanwezigen uit om mee te denken over hoe de plannen ingevuld kunnen worden.
Het komende half jaar zal op interactieve wijze en aan de hand van concrete themas overleg met betrokkenen worden gevoerd. Dhr. Norder stelt voor om een klankbordgroep te formeren van ongeveer 5 à 10 personen die verschillende sectoren vertegenwoordigen en die een aantal themabijeenkomsten mee organiseert. Aan de hand van themas kan het plan dan verder inhoudelijk richting worden gegeven. Na dit komende half jaar volgen procedures als die van de MER, bestemmingsplannen en vergunningen, waarbij officiële inspraakmomenten zijn. Wanneer dit allemaal voorspoedig wordt afgerond, kan in 2007 de daadwerkelijke uitvoering van start gaan.
Onder dankzegging voor de belangstelling, geeft dhr. Norder ter afsluiting aan dat deze avond het begin van een gesprek is geweest dat spoedig wordt voortgezet.
